Tijd voor nieuwe gemeentelijke ontwikkelingssamenwerking

Waar de wereld en lokale duurzaamheid elkaar kruisen

Coalitiegesprekken zijn afgerond, bestuursakkoorden afgesloten, schepenambten verdeeld. In het beste geval werd een paragraaf ontwikkelingssamenwerking toegevoegd aan het bestuursakkoord. Weinig coalities zullen zich echter profileren op dit thema. Hier en daar zal een geëngageerde schepen gevochten hebben voor de bevoegdheid "ontwikkelingssamenwerking" maar in de meeste gemeenten zal dit beleidsthema behandeld zijn als ‘left over" en toegevoegd aan een reeds overladen lijstje van andere - interessantere - beleidsthema's.

Deze bestuursakkoorden worden nu vertaald naar concrete beleidsnota's. Dit is de kans om te breken met de klassieke kijk op ontwikkelingssamenwerking op lokaal niveau en om een vernieuwende aanpak te introduceren. Daarvoor is moed nodig. De voortdurende negatieve beeldvorming rond migratie en de angstsfeer voor alles wat vreemd en anders is, leggen extra druk op de toekomstige bestuurders die zich willen inzetten voor ontwikkelingssamenwerking. Toch willen wij de nieuwe bestuurders oproepen om te investeren in ontwikkelingssamenwerking en dit liefst vanuit een visie op duurzaam lokaal beleid.


Ondanks het feit dat België in Europese context goed scoort met het aantal schepenen en ambtenaren voor ontwikkelingssamenwerking (90% van de Vlaamse steden en gemeenten hebben een schepen voor ontwikkelingssamenwerking) kunnen we moeilijk stellen dat de Vlaamse gemeentepolitiek wakker ligt van een lokaal beleid ontwikkelingssamenwerking.

In de meeste Vlaamse gemeenten neemt het gemeentebestuur een vrij passieve en voornamelijk faciliterende rol op: het verlenen van subsidies (subsidies aan NGO's en andere lokale organisaties voor projecten in het Zuiden of voor sensibiliseringsprojecten), het aanbieden van logistieke steun voor de organisatie van evenementen en, het meest gekende, de steun aan de 11.11.11-campagne.

Ook van de NGO's kunnen we moeilijk zeggen dat ze op een actieve manier deelnemen aan het gemeentelijk beleid. Meestal blijft hun interesse beperkt tot het verkrijgen van subsidie voor de steun van projecten in het zuiden of tot het mee organiseren van een wereldfeest.

Ontwikkelingssamenwerking op gemeentelijk niveau gaat echter niet (alleen) over het uitdelen van subsidies aan lokale verenigingen, het gaat niet over reisjes naar het zuiden, het financieren van een weeshuis of het overhandigen van een cheque, het gaat niet over het subsidiëren van de derde wereldquiz.

Gemeenten moeten breken met het klassieke patroon van ontwikkelingssamenwerking en een eigen invulling geven aan  ontwikkelingssamenwerking op lokaal niveau. Die eigen invulling ligt er volgens ons in om meer te investeren in een duurzaam beleid op lokaal vlak (water, afval, welzijn, landbouw, mobiliteit, economie, migratie, enz).  En door deze thema's te situeren in een globalere context en via een eventuele samenwerking met partners in het zuiden kan dit duurzaam beleid  een extra duwtje in de rug krijgen.

De confrontatie met het zuiden benadrukt namelijk de noodzaak om werk te maken van een duurzaam beleid. Door met onze eigen ogen te zien en te voelen in welke mate wij in het rijke noorden beslag leggen op de rijkdommen van de wereld kunnen we tot besef komen dat zuiniger leven een absolute noodzaak is. Bovendien zijn de uitdagingen waar gemeenten op lange termijn mee geconfronteerd zullen worden, vaak al zeer scherp zichtbaar in het zuiden. In het zuiden zien we bijvoorbeeld nu al de gevolgen van ongebreidelde houtkap, van liberalisering van diensten waardoor de toegang tot, onder andere, water niet altijd gegarandeerd is. We zien de chaos van een mobiliteitsinfarct in de grote steden, werkloosheid, enz. Door concrete contacten met mensen en organisaties in het zuiden worden wij hier in het noorden gewezen op onze verantwoordelijkheden om in actie te schieten. We moeten aantonen dat we oprecht bekommerd zijn over de grote vraagstukken met betrekking tot armoede en milieu.

Gemeenten hebben hier een voorbeeldfunctie op te nemen. Op lokaal vlak kunnen namelijk ook al heel wat maatregelen genomen worden. Enkele voorbeelden: ethisch aankoopbeleid (FSC gelabeld hout), eerlijke handel (vele gemeenten verkregen reeds het label "fair trade gemeente" omdat ze, onder andere, producten uit eerlijke handel aankopen), duurzaam energiebeleid (Gent start met een autonoom energiebedrijf dat het rationeel gebruik van energie bij de Gentenaren moet bevorderen), promoten van openbaar vervoer en de fiets. Op lokaal vlak kunnen gemeenten in noord en zuid hun bijdrage leveren aan het oplossen van bovenlokale problemen. Daarbij kunnen gemeenten in noord en zuid ook van elkaar leren.

Gemeenten in noord en zuid staan voor gelijkaardige uitdagingen en hebben vergelijkbare verantwoordelijkheden waaronder het realiseren van een efficiënte dienstverlening en goed bestuur.

Vlaamse gemeenten moeten, net zoals hun collega's in het zuiden, inspanningen doen om hun gemeenten leefbaar te maken, met zorg voor de generaties die na ons komen en met respect voor de natuur en de mens. Hoe wordt er, in noord en zuid, met bepaalde uitdagingen omgegaan, inzake energiebeheer, afvalverwerking of mobiliteit?

Naast kennisuitwisselingen kunnen gemeenten ook samen actie voeren.

Ze kunnen samen de impact analyseren van, bijvoorbeeld, de liberalisering van diensten zoals water. Ze kunnen onderzoeken op welke niveaus er druk kan uitgeoefend worden, zodat ook standpunten van lokale besturen verdedigd worden. Gemeenten kunnen elkaar introduceren in regionale of internationale netwerken die discussiëren over bepaalde beleidsmaatregelen zodat ook de standpunten van de laagste bestuursniveaus gehoord worden.

Slechts een minderheid van de Vlaamse gemeenten heeft tijdens de voorbije legislatuur stappen in deze richting gezet. Ongeveer 10 % van de Vlaamse gemeenten zijn zich veel actiever gaan profileren op het domein van de ontwikkelingssamenwerking, hierin vaak ondersteund door de federale en Vlaamse overheden en de VVSG, de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten. De nadruk werd gelegd op visievorming, acties in de eigen gemeente, eerlijke handel en bestuurskrachtversterking in het Zuiden. Deze gemeenten investeren in sensibilisering van de bevolking over noord-zuidthema's, proberen een ethisch aankoopbeleid te ontwikkelen en proberen werk te maken van duurzaam en geïntegreerd beleid. Waar blijven de 90% andere gemeenten?

27 Vlaamse gemeenten zijn ook een samenwerking aangegaan met een lokaal bestuur in het zuiden (stedenband). Wij zijn van mening dat deze samenwerking relevant is en dat onze Vlaamse gemeenten hier een taak hebben op te nemen.

In veel landen zijn decentralisatieprocessen aan de gang en worden -vaak voor het eerst- lokale besturen geïnstalleerd.
Vlaamse gemeenten kunnen een bijdrage leveren aan de opbouw van sterke lokale besturen in het Zuiden. En sterke lokale besturen hebben we nodig want zij spelen een belangrijke rol in de strijd tegen armoede (vb. rol die gemeenten spelen in het stimuleren van de lokale economie).  Gemeenten hebben een expertise waarover andere actoren niet beschikken. Zij zijn namelijk experts in het ontwikkelen van lokaal beleid in een politieke context. Zij hebben ervaring met de samenwerking tussen schepenen, mandatarissen en ambtenaren, met het werken met andere overheden en met actoren uit de civiele maatschappij. Zij hebben ervaring met de uitbouw van een kwalitatieve en efficiënte dienstverlening, enz. We zien echter dat deze troeven niet ten volle kunnen worden uitgespeeld.

De manier waarop met stedenbanden wordt omgegaan is symptomatisch voor het gebrek aan politieke maturiteit inzake ontwikkelingssamenwerking die tekenend is voor het merendeel van de Vlaamse gemeenten. Schepenen staan onder druk om met tastbare resultaten te komen. Het grote publiek, dat vaak nog een klassieke en paternalistische kijk heeft op ontwikkelingssamenwerking, wil graag tastbare resultaten zien, zoals schooltjes, weeshuizen en de overhandiging van een cheque. Het gaat vaak om kleine, ad hoc projectjes die zich niet inschrijven in de lokale en regionale ontwikkelingsplannen. Zelden is het topmanagement van de gemeenten bij deze initiatieven betrokken. Zonde, want deze samenwerking bevat zoveel troeven die, als ze op een goede manier gestalte krijgt, een win-win situatie is voor beide partijen: duurzaam beleid en sterke besturen in noord en zuid.

Gemeentelijke ontwikkelingssamenwerking veronderstelt visie, politieke maturiteit, investering in personeel en middelen. Een samenwerking met het zuiden is daarbij niet altijd noodzakelijk. Ook zonder een directe samenwerking met het zuiden kan er vanuit een noord-zuiddienst input gegeven worden aan het beleid.

Wil een gemeente een samenwerking aangaan met een lokaal bestuur in het zuiden, dan is de boodschap om dit proces goed voor te bereiden. Het is belangrijk om goed te weten waarin de gemeente zelf goed is, wat de gemeente te bieden heeft en wat de gemeente graag zou willen leren. Er is dus eerst een visie op duurzaam lokaal beleid nodig en op de rol die een samenwerking met het zuiden daarin kan spelen. De focus ligt dus niet op het verhogen van de budgetten maar op visie, beleid en kwaliteit.

Vandaar ook een warme oproep aan de NGO's. Staar je niet blind op discussies over budgetten! Investeer in het gemeentelijke beleid. Trek mee aan de kar van een duurzaam lokaal beleid. Maak mee analyses, roep schepenen ter verantwoording, doe voorstellen, zet mee experimenten op, enz. De kwaliteit moet omhoog en ook daar hebben NGO's een verantwoordelijkheid op te nemen.

Geert Phlix, m.m.v. Corina Dhaene (ACE Europe), 5 december 2006
Namens de Ekstermolengroep
 
http://www.ekstermolen.be/

Deel dit artikel