Toegang tot voedsel, ook in het 'nieuwe' Congo

Lezersbrief De Morgen, 31 juli 2006

Europees Commisaris Louis Michel schuift Europa naar voor als helper bij de wederopbouw van de Democratische Republiek Congo (De Morgen 27 juli en 31 juli). Hij droomt van een inclusieve Congolese regering, de macht moet goed verdeeld worden. Michel pleit verder voor een gedecentraliseerde aanpak, met veel bevoegdheden én geld voor de Congolese regio’s.

Zo kan er een nieuwe democratische Staat opgebouwd worden die "alle burgers verzekert van gelijke rechten, zoals toegang tot onderwijs, gezondheidszorg, justitie, overheidsbestuur en cultuur." Ik feliciteer mijnheer Michel met zijn begeesterende visie en plannen.

Maar ik wil hem er toch even op wijzen dat hij "toegang tot voedsel" in zijn lijstje vergeten is. Hoe komt dat? Sluit de Europese Gemeenschap zich misschien stilzwijgend aan bij de "bevoorrechte partners" die Michel citeert: Wereldbank, Internationaal Muntfonds, andere donoren, en in hun kielzog de Verenigde Naties? Die maken de lokale voedselvoorziening niet tot prioriteit en kunnen blijkbaar leven met het idee dat de Congolezen in hun vruchtbare land toch nog voedsel moeten invoeren in plaats van het door hun eigen verarmde plattelandsbevolking te laten telen.

Dat is echt spijtig en ergerlijk. André De Groote, Vredeseilanden vertegenwoordiger in Congo en momenteel internationaal waarnemer voor de verkiezingen wil daar iets aan doen. Hij is onlangs in Goma gaan lobbyen bij het Wereldvoedselprogramma (WFP) dat de voedselhulp organiseert. Hij schrijft in zijn verslag op onze website:

"Vredeseilanden wil dat onze Congolese partnerorganisaties een deel van het voedsel mogen leveren. Nu worden o.a. voedselpakketten met Amerikaans maïsmeel gratis uitgedeeld. Natuurlijk verstoort dat danig de plaatselijke markt: de boeren die wel een oogst hebben, blijven met al hun maïsmeel zitten."

Het is mede dankzij Belgische politieke druk dat het WFP de stap zet naar méér lokale aankopen van voedselhulp. België, maar vooral ook de EU, moet er een prioriteit van maken dat in DR Congo de voedselzekerheid gerealiseerd wordt op basis van Congolese productie.

Er is terug meer dienstverlening nodig, die dicht bij de boeren staat en steunt op hun lokale kennis en netwerken. De provinciale en lokale overheden, samen met de civiele maatschappij, zijn de aangewezen motor om die dienstverlening uit te bouwen.

Lokale organisaties kunnen veel doen, zelfs in een moeilijke context en met beperkte middelen. Dat blijkt alvast uit de positieve resultaten die partners van Vredeseilanden voorleggen na amper twee jaar samenwerking in een nieuw programma voor landbouwontwikkeling, gefinancierd door het Belgisch Overlevingsfonds. Akkoord, dat gaat over één programma in één streek. Maar méér is mogelijk, als België en Europa in hun steun aan de wederopbouw van DR Congo zich niet beperken tot de grote infrastructuurwerken, maar ook investeren in het kleinschalige opbouwwerk waar de Congolezen zo goed in geworden tijdens die 40 jaar verwaarlozing.

Jan Vannoppen, Vredeseilanden

Deel dit artikel