Toekomstcongres Noord-Zuidbeweging

Op zaterdag 21 maart kwamen meer dan 300 vrijwilligers en professionals uit de Vlaamse Noord-Zuidbeweging samen in Brussel voor hun Toekomstcongres. Ze beslisten er samen over de ankerpunten voor de komende jaren. Er werd gewerkt met een congrestekst die het resultaat was van een heel traject dat 11.11.11 samen met haar leden, haar vrijwilligers en andere geïnteresseerden heeft doorlopen. Stellingen en amendementen over 6 cruciale werkterreinen van de beweging werden voorgelegd ter stemming.

Hieronder de slotspeech van Bogdan Vanden Berghe, algemeen secretaris van 11.11.11

Beste vrijwilligers, beste leden, beste aanwezigen,

Allereerst wil ik jullie hartelijk danken omdat jullie op deze mooie zaterdag de moeite namen om hierheen te komen en het debat - of moet ik zeggen de stemming - aan te gaan. Bovendien wil ik iedereen bedanken die de afgelopen weken en maanden mee heeft gedacht en gewerkt aan deze dag. Het is moeilijk om ieder afzonderlijk te bedanken, maar voor de schermen bijzondere dank voor onze nummer 1 vrijwilliger, voorzitter, minister van Staat en vandaag vooral hoofdmoderator: Jos Geysels. Achter de schermen een bijzonder dankwoord aan Jasse Cnudde voor de organisatie.

Er is vandaag al veel gezegd. Maar één definitief antwoord op de vraag “wat is goede ontwikkelingssamenwerking?” heb ik niet gehoord. Als iemand dat antwoord voor me heeft, kan die dan eventjes recht staan?

Toen ik voor het eerst vader werd, wees iemand me op een definitie die de cabaratier Wim Kan had over het ouderschap en opvoeding. Ik kan ze niet meer letterlijk citeren, maar het kwam neer op: ouders zijn simpelweg stakkers die in het duister tasten, op zoek naar de juiste antwoorden. Hou ouder mijn kinderen worden, hoe meer ik het volledig eens ben met die uitspraak. En eigenlijk is het hetzelfde met ontwikkelingssamenwerking.
Een vergelijking met het ouderschap betekent niet dat ik terug wil naar de tijden van paternalisme tegenover het Zuiden. Maar ontwikkelingssamenwerking is een kwestie van blijven zoeken. Een kant-en-klare aanpak bestaat niet.

En net zoals we allemaal onze eigen stijl van opvoeden hebben, doen we allemaal op onze eigen manier aan ontwikkelingssamenwerking. De één werkt kleinschalig, de ander ziet het groots. Sommigen werken hier aan educatie, anderen voeren daar projecten uit. We kennen microkredieten toe, we smeden stedenbanden en sommigen lobbyen zich te pletter.

Is dat een probleem? Helemaal niet, die diversiteit is een rijkdom die we moeten koesteren. Maar hoe verschillend onze visie en aanpak ook is, er blijft een gemeenschappelijke deler die we niet uit het oog mogen verliezen. Er zijn overeenkomsten die iedereen hier deelt.

De eerste vaststelling is dat jullie vandaag met veel waren en dat jullie veel te zeggen hadden. Het is overduidelijk dat het enthousiasme voor ontwikkelingssamenwerking nog altijd zeer groot is.

En dan de inhoudelijke punten van overeenkomst, want die zijn er ook. Tot in de hoogste kringen van het ontwikkelingswereldje draaide het debat de laatste jaren over efficiëntie en effectiviteit van hulp. De befaamde verklaring van Parijs – met daarin allerlei indicatoren voor die efficiëntie – is daarvan de belangrijkste exponent. We hebben geen enkele reden om documenten als de Verklaring van Parijs als dé mantra te beschouwen voor onze eigen werking. Ontwikkelingshulp is geen mechanische bezigheid. Het is geen geïsoleerd verhaal dat zich ergens in de tropen afspeelt, terwijl hier een stelletje boekhouders de boel in de gaten houdt. Ontwikkelingshulp is de optelsom van vele beleidsopties.

Daaruit volgt per definitie dat wij geen outsourcingsbedrijfjes zijn. Een ngo dient niet om zo efficiënt mogelijk in onderaaneming andermans wensen hier of in het Zuiden uit te bouwen. We zijn blij met het hoge maatschappelijke vertrouwen dat er bestaat in onze werking en springen zorgvuldig om met de middelen die we daarvoor ontvangen. Uiteraard ook met het geld dat de overheid bijpast, maar we bepalen met onze achterban en onze partners in het Zuiden onze eigen koers. En natuurlijk moet die ten gepaste tijde bijgestuurd worden, maar niet op basis van een politieke gril van het moment. We laten ons dus niet instrumentaliseren.

Gooien we die Verklaring van Parijs dan maar bij het vuilnis? Nee, natuurlijk vinden we efficiëntie en effectiviteit belangrijk. We beslisten hier in één van de werven om samen de lat hoger te leggen op gebied van kwaliteit. Maar de discussie daarover mag het debat niet depolitiseren.

Ik stel vandaag, samen met jullie, gelukkig vast dat een grote meerderheid hier vindt dat ontwikkeling en politiek onlosmakelijk verbonden zijn. We stellen vast dat de meest efficiënt geleverde hulp volledig teniet gedaan wordt door verkeerde beleidsbeslissingen. Voor echte verandering op termijn moeten we dus bij de politiek zijn. En dan moeten we niet alleen aankloppen bij het kabinet ontwikkelingssamenwerking. We merken hoe het handelsbeleid de financiële autonomie van onze partnerlanden de kop indrukt. We zien dat de slachtoffers van ons klimaatbeleid, of het gebrek daaraan, vooral in het Zuiden wonen. We zien hoe de financiële crisis – een echt produkt van het Westen – de derde wereldlanden rake klappen geeft. Meer politiek is nodig, omdat anders onze hulp een druppel op de gloeiende plaat blijft. Meer politiek werk betekent ook dat we er zwaar in moeten investeren. Daarvoor voel ik dat er vandaag een mandaat is gegeven. De kloof tussen wat mensen denken dat we doen en wat we echt doen is te groot. Dat moeten we veranderen, door nog meer te investeren in transparantie, maar ook door te wegen op het maatschappelijke debat met onze invalshoek. De werf communicatie schreeuwt om meer Noord-Zuid in het publieke debat en de media. Zo weten mensen wat we echt doen. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, maar het moet als we de ambitie hebben om meer mensen met onze boodschap te bereiken.

Vrienden, we zijn hier vandaag niet om ons grote gelijk te halen. De wereld verandert continu, maar vandaag lijkt ze wel sneller te veranderen dan anders. Een wereld in crisis is een wereld die open staat voor verandering. Wij, die verandering altijd zo hard bepleit hebben, moeten daar zelf ook open voor staan.

Dat betekent dat we de hand moeten reiken naar alle mogelijke medestanders om een alliantie tegen onrecht te vormen.

Ik denk nu bijvoorbeeld aan de honderden vierdepijlerinitiatieven. Enerzijds zijn ze een typisch product van de geglobaliseerde maatschappij. Door internetverbindingen en goedkope vliegtickets is een dorp aan de Congo net zo bereikbaar als een dorp aan de Schelde. Anderzijds zijn de verschillen met onze eigen beweging nu ook weer niet zo groot, als we denken aan onze eigen begindagen. Zijn we niet allemaal een beetje begonnen als vierde pijler? Uit de reacties en de amendementen blijkt dat we de hand uitreiken naar de mensen die zich met een groot hart inzetten voor het Zuiden. In dat zelfde kader hoorde ik vandaag een herbevestiging om te blijven zoeken naar allianties in vakbondskringen, milieubeweging, vredesbeweging en op vele andere fronten. Heel wat interessante discussie was er over de vraag hoe we de relatie met de bedrijven zien.

Diversteit is onze grote troef dat benadrukte ik al, maar allemaal naast elkaar werken zou een vergissing zijn. We moeten elkaar aanvullen. Zoeken naar samenwerking is voor ons een plicht, daar ben ik van overtuigd. Aan de basis bij onze vrijwilligers hoor ik het al verschillende jaren, vandaag hoorde ik het opnieuw. Fusioneren of grootschaligheid kan een mogelijkheid zijn, maar het mag geen dogma zijn, ook de kleinere organisaties hebben hun eigen expertise die vaak onmisbaar is. We zullen de verschillende pistes dus heel zorgvuldig moeten bestuderen. Laat ons daar de tijd voor nemen, maar het niet gebruiken als een excuus om niets te doen. In afwachting ervan houdt niets ons tegen om op deelaspecten van onze werking de krachten te bundelen. Wat te denken van een groot Congoplan bijvoorbeeld? Of de krachten bundelen voor een krachtige campagne rond de cruciale millenniumdoelstellingen, Of slagen we er samen in om onze problematiek te laten opnemen in de eindtermen van het onderwijs?

Tot slot zie ik dat behoorlijk wat professionelen hun zaterdag hebben opgeofferd. Nog maar eens teken dat je workaholics niet alleen in de commerciële sector vindt, integendeel. Het is belangrijk dat de professionelen volop mee nadenken en ook in hun eigen organisatie constant zoeken naar mogelijkheden om de krachten te bundelen.

Maar wat me nog veel meer deugd doet, is dat er hier zoveel vrijwilligers aanwezig zijn. Wel, jullie zijn van cruciaal belang. Ik ben blij dat we in de werf beweging volop kozen – met een score van 100% - voor meer investeren in onze eigen achterban. Zonder jullie wordt solidariteit abstract, zonder jullie is er geen draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking, zonder jullie geen financiële autonomie, zonder jullie bestaat er een groot gevaar dat de professionals vooral over zichzelf of over onze navel praten. Met andere woorden: met jullie staat of valt de Noord-Zuidbeweging.

En voorlopig staat die beweging er. Gelukkig! Want ontwikkelingssamenwerking blijft verschrikkelijk nodig, ook in een veranderende wereld. En vrienden, eigenlijk is dat slecht nieuws. De bedoeling moet toch zijn om ons zo snel mogelijk overbodig te maken. Wel, laat dit congres een uitnodiging zijn om te blijven zoeken, te blijven tasten in het duister, ook om ons eigen gelijk telkens weer in vraag te stellen. Daarin hebben we vandaag een belangrijke stap gezet, namelijk de verbintenis om samen verder te zoeken. Tijdens die zoektocht houdt niets ons tegen om al concrete stappen vooruit te zetten. Zelf pleit ik alleszins voor zichtbare en concrete initiatieven die ons voorbij het praten helpen, die ons dus vooruit helpen. Ik ben ervan overtuigd dat de combinatie van theorie en praktijk, van zoeken en uitvoeren, van vallen en opstaan, van constant openstaan voor veranderingen ook, dat dat de sterkte was bij de opstart van elk van de organisaties hier aanwezig, het is wellicht ook de motivatie voor de inzet van elke vrijwilliger. Laat ons dit vertrouwde recept ook maar toepassen op onze gezamenlijke toekomst.

Deel dit artikel