Tunesië en Egypte: het leger als belangenbehartiger van Washington?

Een opvallende vaststelling die men kan maken bij de gebeurtenissen in Tunesië en Egypte betreft de teruggetrokkenheid van het leger. In beide gevallen spelen de militairen een 'bedarende' rol, en is de politie en het veiligheidskorps de eigenlijke kop van Jut voor de betogers. Zou het feit dat de legers van beide landen zich 'terughoudend' en 'afstandelijk' tot 'sympahtie-vol' opstellen, te maken kunnen hebben met de manier waarop Washington naar deze volksopstanden kijkt? Er zijn immers heel wat banden tussen Washington en de legerleiding van beide landen.

De regimes van zowel Ben Ali als Hosni Mubarak zijn al decennialang de trouwe en betrouwbare partners van het Westen. Onder hun bewind is de militaire samenwerking tussen het nationale leger en het Pentagon zeer intens geweest. Egypte is na Israël de belangrijkste ontvanger van Noord-Amerikaanse militaire hulp. De militaire steun aan Tunesië is heel wat bescheidener maar toch constant en omvat verschillende domeinen. Bij de huidige omwentelingen lijkt men in Washington, en in het Westen in het algemeen, bevreesd om voluit de 'oude' elite te blijven steunen. Vrij snel werd Ben Ali losgelaten, en ook Mubarak in Egypte wordt zeker niet ten alle prijze de hand boven het hoofd gehouden. Men weet dat de huidige leiding niet door de bevolking wordt gedragen, en men is bevreesd dat het volksprotest oncontroleerbare wegen uit zou gaan. Speelt het nationale leger, als verbindingsstuk met Washington, in de huidige woeilige tijden van Tunesië en Egypte een rol die toelaat dat de Westerse hoofdkwartieren nog even de kat uit de boom kunnen kijken? Is het leger de 'lokale' vertegenwoordiger die er moet voor zorgen dat de Westerse belangen niet worden geschaad bij een regimewissel?

Lees verder op de site van Vrede

Vrede DOOR:

Deel dit artikel