Twee jaar na oorlog tegen Irak nog steeds geen lessen getrokken

Op 20 maart is het is twee jaar geleden dat de Verenigde Staten en hun bondgenoten Irak onder een bommentapijt bedolven. Volgens Washington heerst er nu democratie in Irak. Maar kan een land een democratie worden als de bevolking elke dag weer geconfronteerd wordt met bezetting en geweld?


In het Westen wordt men niet graag herinnerd aan de vele burgerdoden die onder de nu twee jaar durende bezettingsoorlog zijn gevallen. Volgens een artikel in het wetenschappelijk tijdschrift de Lancet eind vorig jaar zijn er zeker 100.000 Irakese slachtoffers gevallen. Het gaat om schattingen want in tegenstelling tot de gedode VS-soldaten weigert men de burgerdoden te tellen. De burgers van de stad Fallujah alleen al hebben vorig jaar tweemaal een zware tol moeten betalen toen hun stad in puin is gelegd, met als balans vele honderden burgerdoden en tienduizenden vluchtelingen. Het spreekt vanzelf dat zij weinig gemotiveerd waren om te gaan stemmen, net zoals de meeste van hun Arabisch-Soennitische volksgenoten.

De oorlog en de bezetting hebben Irak behoorlijk ontwricht. De dictatuur mag dan wel weg zijn, maar in de plaats daarvan zijn er naast het reguliere verzet - dat internationaal rechterlijke gelegitimeerd is als strijd tegen een bezettingsmacht -  groepen actief die er niet voor terugdeinzen de burgerbevolking te terroriseren. De VS die sinds 11 september elk militair optreden of de dreiging ermee kaderen in de ‘strijd tegen de terreur’ hebben net in Irak deze ‘diabolische machten van het kwaad’ ontketend en het ziet er niet naar uit dat daar gauw een einde aan zal komen.

Achter de democratische façade schuilt niet alleen het geweld. In het zog van de VS-bezetting heeft zich ook een heel netwerk van economisch profitariaat genesteld. Een van de eerste daden van de bezetting was de nagenoeg volledige privatisering van de publieke Irakese bedrijven (via ‘order 39’). De Irakezen kregen daarin geen enkele inspraak. Op het ogenblik dat er verkiezingen werden gehouden in Irak, eind januari, geraakt de inhoud van een officieel VS-rapport bekend. Het gaat om een onderzoek van een Speciale Inspecteur Generaal naar het beheer van de olie-inkomsten onder de bezettingsregering (CPA, de Coalition Provisional Authority) van Paul Bremer die tot eind juni de leiding had in Irak. Uit het rapport blijken ernstige vormen van ‘mismanagement’. Meer bepaald is voor 8,8 miljard dollar op in totaal 20 miljard aan olie-inkomsten geen degelijke verantwoording terug te vinden. Het gaat om vormen van overdreven facturatie tot regelrechte corruptie. De audit concludeert eufemistisch dat er geen garantie bestaat dat de fondsen zijn gebruikt voor de doeleinden zoals die zijn opgelegd door de resoluties van de Verenigde Naties. Geweld en economische plundering vormen het ware gezicht van de bezetting. Een bezetting waarover de vredesbeweging wereldwijd blijft eisen dat er een einde aan komt en dat is iets anders dan het organiseren van democratische cosmetica.

Irak toont aan dat je geen democratie kunt enten op oorlog en bezetting, dat het volledig ontmantelen van een staatsapparaat vooral chaos tot gevolg heeft. Toch vervalt men in het oude euvel. De nieuwe minister van Buitenlandse Zaken, Condoleeza Rice, aarzelde geen ogenblik om bij haar eerste groot publiek optreden een lijst met zes landen te voorschijn te halen die zij de ‘voorposten van de tirannie’ noemde. Behalve dat het om een selectief lijstje gaat, want bevriende autoritaire naties worden niet genoemd, valt op dat ook nu weer een militair optreden niet wordt uitgesloten. Toch weet onze minister van Buitenlandse Zaken als het ware niets anders te bedenken dan dat hij gecharmeerd was door de verschijning van Rice. De politieke top in de Europese Unie wil de relaties met de VS verbeteren en dekt daarom de oorlog en bezetting van Irak met de mantel der liefde toe waardoor er ook geen lessen worden getrokken voor de toekomst. De Europese Unie en de andere landen in de wereld moeten het proces maken van het VS beleid t.o.v. Irak, oordelen en veroordelen zodat eindelijk een halt wordt toegeroepen aan de uitermate agressieve buitenlandpolitiek van het regime Bush. Tegelijk bestaat de uitdaging voor de Europese Unie erin een alternatief uit te werken waarbij macht en willekeur niet primeert op recht en rechtvaardigheid.

Ludo De Brabander

De anti-oorlogsbeweging vormt een groep op de Euromanifestatie van 19 maart te Brussel. Klik hier voor meer info

Deel dit artikel