Veiligheid van Syrische christenen: niet gegarandeerd door regime maar door medeburgers


Toen in maart 2011 de volksopstand in Syrië uitbrak, schoven veel media een beeld naar voor van een intern sektarisch conflict. Door de escalatie van geweld wordt er steeds vaker gewag gemaakt van een "burgeroorlog", met alarmerende gevolgen voor het lot van de christenen.

Het gevaarlijke aan deze framing is dat die deels overeenkomt met het plaatje dat de Assads neerzetten als de redders die het volk bijeen kunnen houden. Hoewel er reële redenen zijn tot onrust over het lot van de christenen, is nuance aangewezen.

Vele journalisten waarschuwen voor een 'Arabische winter'. Vaak vervallen ze in clichés en concentreren ze zich op extremisme. De Arabische opstanden hadden juist komaf gemaakt met deze enge benadering. Ze stelden burgers en hun strijd voor rechten en waardigheid centraal. Maar vele Westerse waarnemers stellen hoge eisen: de revoluties moeten snel resultaat afwerpen. Zo niet, worden ze in vraag gesteld.

 

Karikatuur

Door de toenemende militarisering wordt de Syrische opstand steeds vaker geschetst als een strijd van de boze soennietische meerderheid tegen een alawitietische familie. Dit is een karikatuur van zowel de opstand als van het regime. Geen van beiden zijn immers gebaseerd op religieuze identiteit. Ten onrechte zetten verschillende analisten het beeld neer met aan de ene kant de soennietische meerderheid die de macht wil nemen ten koste van de minderheden en aan de andere kant een regime dat door christenen en alawieten wordt gesteund.

Sinds de start van de opstand spelen politici en activisten uit alle religieuze en etnische groepen een belangrijke rol.

Enkele bekende christenen zijn Michel Kilo, die in 2006 tot drie jaar gevangenisstraf werd veroordeeld voor het ondertekenen van de Beiroet-Damascus petitie, en George Sabra, een van de leiders van de Syrische Democratische Volkspartij.

In het Noord-Oosten van Syrië, waar de christenen een Aramees dialect spreken, droegen demonstranten zelfs spandoeken in dat Oud-Syrisch dialect. Tot op heden zoeken de kerkleiders veeleer steun bij het regime. Daarmee vertegenwoordigen ze niet de mening van de hele christelijke gemeenschap. Verschillende van onze christelijke contacten namen openlijk afstand van deze steun aan het regime en riepen kerkleiders op, de kant van hun volk te kiezen.

Bovendien zijn de christenen niet de enige minderheidsgroep. Andere religieuze minderheden zijn de alawieten, ismaelieten en druzen. Dat minderheden extra bezorgd zijn voor de situatie na een mogelijke val van het regime is logisch. Ze vrezen de macht van de meerderheid en zijn niet zeker over hun rechten onder een nieuw leiderschap.

Tegelijkertijd hebben alle Syriërs al decennia lang geen politieke en burgerrechten, daarin zijn de minderheden geen uitzondering. Onze christelijke contacten in de regio, of het nu Palestijnen, Syriërs of Egyptenaren zijn, hebben ons als christelijke organisaties in het Westen herhaaldelijk opgeroepen om onze solidariteit niet exclusief op de christenen in het Midden-Oosten te richten.

Zij zien zichzelf als deel van een volk met een gemeenschappelijk probleem, zoals bezetting, dictatuur, of andere schendingen van hun rechten en veiligheid. Ze zoeken solidariteit om daar een einde aan te maken.

 

Diversiteit

De diversiteit van de Syrische samenleving, wordt breed gedeeld, ook onder islamitische leiders. Gematigde moslimleiders zoals Mouaz al-Khatib en Dr Muhammad Ammar zijn al verschillende keren gearresteerd door de autoriteiten.

Die laatsten willen juist deze vreedzame leiders de mond snoeren, omdat ze het levende bewijs zijn dat hun propaganda over het sektarische en radicaal islamitische karakter van de opstand ongegrond is. Toen Mouaz al-Khatib de afgelopen weken weer in de gevangenis zat, schreef een christelijke vrouw dat hij haar meer vertegenwoordigde dan de Syrische bisschoppen.

Syrische christenen schieten niets op met onze exclusieve solidariteit.Die brengt hen niet dichter bij een vrij en democratisch Syrië.

In plaats van een uitzonderingspositie voor minderheden, zou burgerschap ontwikkeld moeten worden. In een recente open brief aan de Syrische bisschoppen schreef de Syrische christelijke literatuurwetenschapper Boutros Hallaq: 'Jullie nemen de ambigue retoriek over, zonder die na te trekken. Dit om een autoriteit te behagen die sommige christenen die in paniek zijn misschien beschouwen als hun garantie (vooral na wat met onze families in Irak is gebeurd). Maar in de praktijk is er geen andere garantie voor een burger dan zijn medeburgers, want zij zijn degenen die blijven wanneer de heersers van de staat veranderen!'


Auteurs:
Marjolein Wijninckx, programmaleider Midden-Oosten bij IKV Pax Christi met als standplaats Jordanië
Brigitte Herremans, Medewerker Midden-Oosten Broederlijk Delen-Pax Christi Vlaanderen


Deel dit artikel