Vijf jaar later is ‘oorlog tegen de terreur’ mislukt

Op 7 oktober 2001, startten de VS met de steun van de NAVO luchtbombardementen op Afghanistan om er de beschermheren van Al Qaida, de Taliban, van de macht te verdrijven. De invasie markeerde het begin van de Amerikaanse ‘oorlog tegen de terreur’.

Vijf jaar later, richt president Bush zich in zijn toespraak voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties tot de Afghaanse bevolking. “Samen overmeesterden we het Taliban-regime dat miserie bracht in jullie leven en terroristen herbergde die dood en verderf zaaiden bij de burgers van veel naties. Sindsdien konden we kijken hoe jullie je leiders kozen in vrije verkiezingen en een democratische regering installeerden”. Gelooft de Amerikaanse president werkelijk een woord van wat hij zegt of gaat het om peptalk die moet verhullen dat de hele oorlog tegen de terreur een grandioze mislukking is? Wellicht beide.

De jongste berichten uit Afghanistan zetten een heel andere toon. De NAVO-troepen botsen op groeiende weerstand, vooral in het zuiden van het land, waar de Taliban blijkbaar opnieuw op grote schaal troepen rekruteren. De commandant van de Britse troepen sprak midden september over buitengewone intense gevechten. Ook de hoofdstad Kaboel en de regio er rond blijven niet gevrijwaard van het geweld. Militante islamisten inspireren zich op het Iraaks verzet en maken nu ook gebruik van zelfmoordaanslagen of wegbommen gtegen militaire konvooien. De democratie waarover Bush het voortdurend heeft is op het terrein een hol begrip. Het militair optreden heeft de verdeeldheid in de Afghaanse samenleving alleen maar versterkt. Op heel wat plaatsen blijven clans en oude war lords als vanouds de lakens uitdelen. Het gezag van president Hamid Karzai reikt niet verder dan de hoofdstad. De parlementaire en provinciale verkiezingen van een jaar geleden zijn een maat voor niets zolang Afghanistan geteisterd wordt door armoede en geweld. Dat alles roept groeiende weerzin op bij de bevolking.

Wat Afghanistan, net als Irak voortdurend bewijst is dat een militaire interventie in bepaalde omstandigheden (de meeste gevallen) meer kwaad dan goed doet. Interventietroepen worden in de ogen van de plaatselijke bevolking al gauw bezettingstroepen die op niets anders uit zijn dan het verdedigen van belangen van de interveniërende regimes. In Afghanistan was het Taliban regime niet echt populair, maar dat zijn de NAVO-troepen alvast ook niet. Vijf jaar later heeft de westerse aanwezigheid op sociaal en economisch vlak niets veranderd. Volgens een rapport van de internationale denktank Senlis, dat Afghanistan al jaren op de voet volgt, is er 82,5 miljard dollar gestopt in de militaire operatie tegenover slechts 7,3 miljard in ontwikkeling. De hele militaire politiek in Afghanistan is mislukt en werkt zelfs contraproductief aldus het rapport. Uit verschillende hoek komen alarmerende berichten over een nakende humanitaire crisis in het zuiden van het land, niet toevallig de plek waar de herboren Taliban het sterkst actief zijn. Rond Kandahar zijn er kampen waar mensen sterven van de honger. Een op de vijf kinderen sterft voor het vijfde levensjaar. De werkloosheid bedraagt 45 procent. De opiumteelt vormt de belangrijkste bron van inkomsten voor de boeren, en juist deze teelt wordt bestreden. Dat neemt niet weg dat dit jaar een recordoogst wordt verwacht goed voor 610 ton heroïne. Kortom. Op het terrein gebeurt het omgekeerde van wat officieel beoogd wordt en daar verandert ook de PR-praat van het Witte Huis niets aan.

Ondanks dit failliet blijven de VS er in slagen om de Europese NAVO-bondgenoten voor de kar van hun ‘oorlog tegen de terreur’ te spannen. Het Afghaanse moerras is voor de NAVO een testcase. Sommigen gaan zelfs zover om het lot van de NAVO te verbinden met een succesvolle campagne in Afghanistan. De VS oefenen via de NAVO dan ook zware druk uit op de Europese bondgenoten om meer troepen te leveren. Maar we kunnen nu al voorspellen dat meer troepen niet de oplossing, maar wel het probleem zullen vormen. Net als in Irak begint het erop te lijken dat de bezettingsmacht amper in staat is om voor zijn eigen veiligheid te zorgen.

Irak illustreert wellicht nog beter de absolute miskleun van de oorlog tegen de terreur. Volgens een VN-rapport zijn er bijna 50.000 burgers gedood sinds het begin van de invasie en deze trieste balans gaat in crescendo met nu al meer doden in 2006 dan heel 2005. Folteren is opnieuw schering en inslag en doodseskaders krijgen vrij spel. In sommige gevallen gaat het zelfs om troepen die getraind zijn door de VS. Zelfs de Amerikaanse inlichtendiensten hebben in een recent rapport moeten vaststellen dat oorlog tegen de terreur in Irak een stimulerende rol speelt in het ontstaan en legitimeren van verzets- en terreurgroepen. Toch blijft president Bush in zijn 9/11-speech beweren dat de wereld veiliger is geworden, omdat “Saddam Hoessein niet langer aan de macht is”.

Europa speelt vooralsnog het spel mee. Op vraag van Washington maakte de EU meteen werk van een overigens controversiële terroristenlijst of gaat ze al te gemakkelijk mee in de Amerikaanse Midden-Oostenpolitiek. Sommige Europese landen gaan nog een stap verder door mee te werken met het transport en opsluiten van zogenaamde terreurgevangenen. Ook vallen er amper harde woorden over het feit dat de VS nu bepaalde foltermethodes wettelijk mogelijk hebben gemaakt. Toch blijven onze beleidsmakers de VS beschouwen als ‘onze bondgenoot’ met wie we dezelfde waarden delen. Wel laat ons daar aub mee ophouden en echt democratische en humunitaire waarden verdedigen in plaats van ze in naam van de ‘oorlog tegen de terreur’ te slachtofferen.

Ludo De Brabander

 

Vrede DOOR:

Deel dit artikel