11.11.11 reageert op het Vlaams regeerakkoord

Kersvers Vlaams Minister-president Jan Jambon

Op 30 september 2019 bereikten N-VA, Open VLD en CD&V een akkoord voor de nieuwe Vlaamse Regering. 11.11.11 bekeek het regeerakkoord en licht er alvast enkele opvallende punten uit.

Ontwikkelingssamenwerking 

De nieuwe Vlaamse Regering schrijft zich in in het kader van de duurzame ontwikkelingsdoelen, ze herbevestigt de belofte bij te dragen aan de 0,7% en vernoemt de rol van verschillende actoren waaronder ook middenveld en 4e pijler. Met haar invulling van het ontwikkelingsbeleid als pasmunt voor de eigen migratie agenda, begeeft ze zich echter op heel glad ijs.

Het regeerakkoord wil de keuze voor de nieuwe partnerlanden voortaan afhankelijk maken van de strijd tegen mensenhandel en illegale migratie. De Vlaamse regering hoopt hiermee via ontwikkelingssamenwerking bij te dragen aan de beheersing van migratiebewegingen. 

11.11.11 wijst daarom op volgende belangrijke elementen in het debat: 

  1.  De doelstelling van ontwikkelingssamenwerking is de strijd tegen armoede en ongelijkheid. Het Vlaamse kaderdecreet ontwikkelingssamenwerking verankert deze doelstelling, net als op het federale en Europese niveau. Ontwikkelingssamenwerking levert zo een onmisbare bijdrage aan Agenda 2030. De koppeling met de eigen migratieagenda mag niet leiden tot een instrumentalisering van ontwikkelingssamenwerking voor andere doeleinden. De regio’s met de grootste noden hebben niet de hoogste emigratiecijfers. Er moet over gewaakt worden dat zij niet uit de boot vallen.   

  2. Om gedwongen migratie richting Europa af te remmen, is een aanpak nodig op middellange termijn tegen wereldwijde ongelijkheden. Alleen zo’n globale aanpak, zoals Agenda 2030, heeft een blijvende impact op migratiebewegingen. Een korte termijn aanpak kan een omgekeerd effect hebben. Onderzoek toont immers aan dat de vooruitgang van een land op vlak van ontwikkelingsgraad in eerste instantie de emigratie kan doen toenemen. De veronderstelling dat Vlaamse ontwikkelingssamenwerking op korte termijn zou bijdragen aan een daling van de migratiecijfers in Vlaanderen is niet realistisch.  

  3.  De beste manier om irreguliere migratie tegen te gaan, is door legale migratiemogelijkheden naar Europese landen te creëren. De afwezigheid daarvan is de grote oorzaak van irreguliere migratie. Wanneer overheden ontwikkelingshulp terugtrekken uit landen waar de overheid te weinig meewerkt aan de Europese migratieagenda, is het niet die overheid maar de lokale bevolking die daarvan het eerste slachtoffer is.  

  4. Migratie levert ook een bijdrage aan ontwikkeling. Dat ontwikkelingspotentieel van migratie kan nog versterkt worden. Zo leverde Enabel tijdens de voorbije legislatuur in samenwerking met VDAB inspanningen om het ontwikkelingspotentieel van migratie te versterken (PALIM project met IT'ers uit Marokko). Met meer initiatieven in die richting wordt ook de positieve bijdrage van migratie beter benut.

Griet Ysewyn
Beleidsmedewerker Ontwikkelingsbeleid

Klimaatrechtvaardigheid

De nieuwe Vlaamse Regering wil inzetten op het respecteren van mensenrechten, beschrijft ze in het hoofdstuk buitenlands beleid. Deze lijn wordt niet doorgetrokken naar het binnenlandse klimaatbeleid, in de vorm van ambitie, sterke maatregelen en financiële steun voor ontwikkelingslanden.

De regering verwacht veel van technologische vooruitgang en innovatie. Dat is een belangrijk element van de oplossing, maar daarnaast moeten we ook nú al snel de uitstoot verminderen en is een antwoord nodig voor de miljoenen mensen wiens rechten nu al onder druk staan door de gevolgen van de klimaatcrisis.

Onze nieuwe Vlaamse regering moet een grotere verantwoordelijkheid opnemen in de aanpak van deze mondiale crisis, door de uitstoot drastisch te verminderen én wereldwijde weerbaarheid tegen de gevolgen van de klimaatcrisis te helpen realiseren. Alleen zo toont de Vlaamse Regering dat ze de ernst van de klimaatcrisis begrepen heeft.

Om het regeerakkoord in lijn te brengen met internationale afspraken over klimaat en mensenrechten stelt 11.11.11 volgende bijsturingen voor:

  1. Ambitieuze doelstellingen én concrete maatregelen om ze te halen, zijn afgestemd op de huidige wetenschappelijke kennis en internationale afspraken. Intussen is duidelijk dat om de opwarming te beperken tot maximaal 1.5°C, een stevige versterking van de 2030- én 2050-doelstellingen nodig is op mondiaal, Europees en dus ook Belgisch niveau. Het ‘effectief realiseren van de huidige doelstellingen’ voor 2030, zal dus niet volstaan. Een eventuele verhoging van de Europese 2030-doelstelling wordt echter aan heel wat voorwaarden gekoppeld, terwijl de consensus over die verhoging op EU niveau – los van wat andere handelsblokken doen - groeit. Als langetermijndoelstelling schrijft het regeerakkoord zich in ‘in de Europese ambitie’. Daar ligt momenteel een verhoging van die ambitie op tafel vanuit het besef dat de huidige doelstellingen tekortschieten.

    Een écht realistisch beleid anticipeert daar nu al op in zijn geformuleerde doelstellingen. Met een doelstelling om de uitstoot met ‘minstens’ 80% te verminderen tegen 2050, doet Vlaanderen dat niet en blijft het eindpunt vaag. We vragen dat die ‘minstens’ snel geconcretiseerd wordt naar een cijferdoelstelling in lijn met de voorgestelde Europese koolstofneutraliteit in 2050. Daarnaast is het natuurlijk essentieel dat maatregelen voldoende sterk zijn om de doelstellingen te halen. Hiervoor zal meer nodig zijn dan de maatregelen opgenomen in het regeerakkoord (zie de uitgebreide analyse van Bond Beter Leefmilieu). Alleen door doelstellingen én maatregelen te versterken, zal het Vlaams beleid in lijn zijn met het Akkoord van Parijs.

  2. Biobrandstoffen dragen niet bij tot antwoorden op de klimaatcrisis en zetten mensenrechten onder druk. De productie van biobrandstoffen op basis van landbouwgewassen is slecht voor mens en klimaat. Ze gaat gepaard met schendingen van arbeids- en landrechten en zetten druk op de voedselzekerheid. Een verhoogde inzet daarop is dus niet verenigbaar met de aandacht voor mensenrechten die Vlaanderen naar voren schuift. In plaats van inzetten op biobrandstoffen – die overigens een federale bevoegdheid zijn – is een echt transitiegericht mobilteit- en transportbeleid nodig.

  3. Vlaanderen heeft volgens internationale afspraken een belangrijke rol in de aanpak van de klimaatuitdagingen van kwetsbare landen. Het regeerakkoord bevat een engagement voor de internationale klimaatfinanciering: dit moet vertaald naar een becijferd engagement in lijn met belangrijke internationale afspraken daarover, namelijk om bijdragen te doen stijgen en extra middelen vrij te maken. Die middelen zijn voorhanden, want Vlaanderen ontvangt het grootste aandeel van de Belgische inkomsten uit de Europese emissiehandel. Die inkomsten zijn bovendien sterk gestegen in de afgelopen jaren.

  4. De focus van internationale klimaatfinanciering moet liggen op de grootste noden van de meest kwetsbare landen en bevolkingsgroepen. De keuze van Vlaanderen voor ‘projecten waar Vlaamse ondernemingen in participeren’ verlegt die focus naar de eigen economische belangen en dat is niet de doelstelling van klimaatfinanciering.

Lien Vandamme
Beleidsmedewerker Klimaat en Natuurlijke Rijkdommen

Handelsbeleid en mensenrechten

Het hoofdstuk Vlaams Buitenlands Beleid is erg kort over het handelsbeleid: Vlaanderen schakelt zich in in het Europese handelsbeleid. Het maakt daarbij een ietwat cryptische bedenking: “Hierbij hebben we oog voor het “level playing field” en “non trade concerns”. Een voetnoot legt uit dat de regeringspartijen daarmee bedoelen dat “alle producten die ingevoerd worden in de EU moeten voldoen aan dezelfde normen inzake voedselveiligheid, productnormering, dierenwelzijn, arbeidsvoorwaarden, etc als Europese producten”. Voor voedselveiligheid en productnormering klopt dit. Voor dierenwelzijn en arbeidsvoorwaarden wordt doorgaans eerder verwezen naar internationale normen die landen op een eigen manier kunnen invullen. Als hier dezelfde hoge EU-normen zouden gelden zou er immers niet veel invoer mogelijk zijn. We veronderstellen dus dat men hier wat te beknopt heeft willen zijn en de bedoeling heeft te streven naar een goede naleving van de internationale normen.

Aan het einde van het hoofdstuk Vlaams Buitenlands Beleid is een onderdeel toegevoegd over de mensenrechten. Daarin wordt aangegeven dat Vlaanderen de constructieve lijn zal aanhouden die België de afgelopen jaren volgde in het streven naar een bindend kader over bedrijven en mensenrechten: “De Vlaamse regering zal opbouwend meewerken aan de ontwikkeling van een Europees en internationaal kader inzake ondernemingen en mensenrechten. … Concreet houdt dit in dat Vlaanderen meewerkt aan de ontwikkeling van het internationaal en Europees kader rond bedrijven en mensenrechten, om een gelijk speelveld voor bedrijven te verzekeren”.

Het akkoord zegt bovendien dat er bestaande middelen kunnen ingezet worden om internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen te bevorderen en dat er een opening wordt gemaakt naar Vlaamse sectorconvenanten, naar Nederlands voorbeeld.

Het Vlaamse regeerakkoord zet dus op vlak van handelsbeleid en ‘bedrijven en mensenrechten’ geen stap achteruit. Het zet op vlak van ‘bedrijven en mensenrechten’ zelfs een stap vooruit. Hopelijk laat Vlaanderen zich wel meer inspireren door wat onze dichte en verre noordenburen op vlak van duurzaamheid en mensenrechten ondernemen.

En er kan in dat verband nog heel wat gedaan worden om het Europese handelsbeleid duurzamer te maken. Handelsbeleid moet op een positieve wijze bijdragen aan de VN Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling. Dat wil zeggen dat de EU en zijn lidstaten moeten op zoek gaan hoe handelsakkoorden kunnen bijdragen tot minder CO2 uitstoot, minder ongelijkheid, minder honger en armoede. Daarvoor moet gedacht worden aan de vergroting van kansen voor producenten op lokale en regionale markten.

Marc Maes
Beleidsmedewerker handel 

 

11.11.11 DOOR:

Deel dit artikel