VN stuurt interventiebrigade naar Oost-Congo - briefing 11.11.11





vnresolutie 2098[Foto: UN Photo/JC McIlwaine]

Op donderdag 28 maart heeft de VN-veiligheidsraad in New York resolutie 2098 gestemd over de Democratische Republiek Congo.
Deze resolutie, een initiatief van Frankrijk, verwelkomt het Kaderakkoord van 24 februari 2013, verlengt het mandaat van de VN-vredesmissie Monusco in DR Congo
tot 31 maart 2014 en beslist over de oprichting van een offensieve interventiebrigade.

Hieronder
wat meer informatie en enkele aandachtspunten.



ACHTERGROND

 

 

 

Sinds 1999 hebben de Verenigde Naties  een vredesmissie in de DRC, eerst onder de naam Monuc en sinds 2010 als Monusco (Mission de l'Organisation des Nations Unies pour la stabilisation en République démocratique du Congo). De missie heeft een personeelsbestand van 19.134 personen in uniform (op een toegelaten maximum van 22,016) en heeft een jaarlijks budget van zo'n 1,4 miljard USD. Dit maakt van deze missie de grootste en duurste VN-vredesmissie ooit.

Toch krijgt Monusco veel kritiek over haar aanpak in de nieuwe crisis rond de rebellenbeweging Mouvement du 23 mars (M23), vooral na de val van de provinciehoofdstad Goma (Noord-Kivu) in november vorig jaar. Monusco heeft het beschermen van burgers als eerste prioriteit, maar de troepenbijdragende landen zijn terughoudend om hun militairen risico's te laten nemen.

Als reactie op de M23-crisis ontstond binnen het kader van de Internationale Conferentie voor de regio van de Grote Meren (CIRGL) het idee om een internationale neutrale troepenmacht (Force International Neutre) op te richten, met een offensief mandaat om rebellenbewegingen in Oost-Congo te neutraliseren.

Gaandeweg is het vooral de Southern African Development Community (SADC) die zich hierin engageerde. Tijdens de onderhandelingen over het Kaderakkoord werd er beslist over de oprichting van een interventiebrigade, deze resolutie levert het nodige mandaat van de VN-veiligheidsraad (VNVR). De brigade zou uit 3 bataljons bestaan, elk samengesteld uit militairen van een enkel land. De SADC-landen Zuid-Afrika, Tanzania en Malawi zouden deze bataljons leveren, in totaal zo'n 3000 man sterk.

Het goedkeuren van het concept van een interventiebrigade heeft echter wel wat voeten in de aarde gehad. De landen van de SADC, die de mankracht voor de brigade zullen leveren, waren eerder voorstander van een autonome troepenmacht met een eigen bevelsketen.

Ook belangrijke leveranciers van vredeshandhavers, zoals Guatemala en Pakistan, en de permanente VNVR-leden China en Rusland waren niet meteen te vinden voor een offensieve troepenmacht, respectievelijk omwille van gevolgen voor hun vredeshandhavers en voor de mogelijke precedentwaarde ervan.

Na de stemming van de resolutie zou de brigade er moeten komen en deel uitmaken van Monusco, maar de respectievelijke bezorgdheden zijn wel vervat in de taal van de resolutie.

 

 

Wat staat er in de resolutie?

 

  • De resolutie verwelkomt het Kaderakkoord van Addis Abeba en vraagt de snelle oprichting van de voorziene regionale en nationale overzichtsmechanismes om toe te zien op de engagementen die in het akkoord zijn vervat. De Speciale Vertegenwoordiger van de Secretaris-Generaal van de VN (SRSG), Roger Meece, moet in samenwerking met de recent aangestelde Speciale gezant voor de regio van de Grote Meren Mary Robinson de engagementen van de DRC ondersteunen, coördineren en evalueren. Robinson is verantwoordelijk voor de regionale engagementen en mag hier ook benchmarks en opvolgingsmaatregelen voor opstellen (dit lijkt niet mogelijk voor de nationale verbintenissen).

  • De resolutie veroordeelt ook opnieuw de activiteiten van rebellengroepen in Oost-Congo, waaronder de aanwezigheid van M23 in de buurt van Goma, vraagt de onmiddellijke stopzetting van de activiteiten en ontbinding van de diverse groeperingen en herhaalt dat mensenrechtenschenders aansprakelijk gehouden moeten worden en niet opnieuw geïntegreerd mogen worden in het Congolese leger (FARDC).

  • Het mandaat van Monusco wordt verlengd tot 31 maart 2014 en zal in de toekomst geëvalueerd worden aan de hand van vooruitgang op twee indicatoren: vermindering van de bedreiging van rebellengroepen tot een niveau dat beheerst kan worden door het Congolese veiligheids- en justitieapparaat én stabilisatie door functionerende veiligheidsinstellingen en een versterkt democratisch systeem.

  • De resolutie beslist over de oprichting van een interventiebrigade, met hoofdkwartier in Goma en voor de initiële periode van een jaar. Deze brigade staat onder bevel van de Monusco-commandant en heeft als primaire taak het neutraliseren en ontwapenen van gewapende groepen om de dreiging daarvan te reduceren en stabilisatie toe te laten. Het mag daartoe gerichte offensieve operaties ondernemen, unilateraal of samen met de FARDC, rekening houdend met bescherming van burgers en het internationaal humanitaire recht.

    Een eventuele verlenging van haar ontplooiing zal onder meer afhangen van haar functioneren en van de opgeleide bataljons voor de Congolese 'Force de Réaction Rapide' (FRR) , die de taak van de interventiebrigade in de toekomst moet overnemen.

  • De militaire component van Monusco blijft daarnaast verantwoordelijk voor bescherming van burgers, met inbegrip van schendingen van mensenrechten (waaronder vrouwen- en kinderrechten), het monitoren van het wapenembargo, in samenwerking met de VN-expertengroep, en de strijd tegen straffeloosheid, met inbegrip van het arresteren van voortvluchtigen (al blijft de resolutie hierover nogal vaag).

    De speciale vertegenwoordiger van de VN-Secretaris Generaal (SRSG) (nu Robert Meece, maar wordt vermoedelijk weldra vervangen) moet bijdragen aan politieke dialoog tussen de Congolese stakeholders en aan structuren die de mijnbouwactiviteiten controleren en beheren.

    De civiele component van Monusco moet in het nieuwe mandaat onder meer actief zijn rond mensenrechten (rapportage en ondersteuning Congolese overheid), ontwapening, demobilisatie en re-integratie van voormalige Congolese en buitenlandse strijdkrachten (DDR en DDRRR), stabilisatie en kinderbescherming.

  • Op vlak van de hervorming van de veiligheidssector (SSR) moeten Monusco en de SRSG een nationale strategie en implementatieplan ontwikkelen en de verschillende internationale initiatieven coördineren. Steun wordt er gegeven aan de oprichting van de 'Force de Réaction Rapide' van het Congolees leger, aan de hervorming van de politie en aan een justitiehervormingsprogramma.

  • Monusco zal zich meer op het oosten van Congo concentreren en zal haar taken verminderen of overdragen aan het UN Country Team (UNCT) in het stabielere westen. Dat UNCT zal ook taken als electorale steun en ontmijning op zich nemen, voordien ook deel van het mandaat van Monusco.

  • De VN-Veiligheidsraad vraagt aan de internationale gemeenschap om te investeren in demobilisatie (DDR) en stabilisatie (ISSSS ) en bij te dragen aan de humanitaire noden.

 

 

Enkele aandachtspunten

 

  • Het is belangrijk dat deze zoveelste militaire optie kadert binnen een algemeen pacificatie- en stabilisatiebeleid dat niet enkel aandacht heeft voor de veiligheids- maar ook voor de politieke en sociaaleconomische dimensies van het conflict. Diplomatiek engagement van België blijft van groot belang.

  • Het offensieve mandaat van de interventiebrigade kan negatieve gevolgen hebben op de bevolking en humanitair personeel, bijvoorbeeld door wraakacties van rebellengroepen. Het belang van risicomitigatie wordt in de resolutie erkend, maar zal een cruciale uitdaging zijn.

  • Het is niet helemaal duidelijk hoe de interventiebrigade zich met de overige vredeshandhavers binnen Monusco gaat verhouden, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe wederzijdse risico's beperkt worden. Dit moet uitgeklaard worden in de implementatiedocumenten.

  • Monusco blijft een groot aantal taken behouden, maar is niet erg effectief in het uitvoeren van die taken. Er worden nu wel taken overgedragen naar het UNCT, maar dit zal de aard van de problemen niet veranderen, die deels te maken hebben met de beperkte internationale steun en beperkte politieke rol van de SRSG. De aanstelling van Mary Robinson als speciale gezant is een opportuniteit.

  • België draagt al financieel bij aan Monusco en kan ook bijdragen aan stabilisatie- en DDR-programma's, maar met de discussie over de aanbevelingen van de Rwandacommissie kan ook het sturen van vredeshandhavers terug aan bod komen. Het is belangrijk dat het parlement dit van dichtbij opvolgt.

  • België overweegt ook om een derde bataljon voor de 'Force de Réaction Rapide' van het FARDC op te leiden. Het is belangrijk dat België zich ten volle investeert in de coördinatie met andere internationale actoren onder leiding Monusco, maar ook pusht voor een meer expliciet politieke dialoog met de Congolese autoriteiten.

  • Het is niet geheel duidelijk wat de timing is van effectieve ontplooiing van de interventiebrigade op het terrein en waar de geografische focus gaat liggen. Belangrijk is dat men zich niet enkel op Noord-Kivu en M23 focust, ook Zuid-Kivu en delen van Province Orientale en Katanga kampen met serieuze veiligheidsproblemen.


Contact: Thijs Van Laer -
tel: 02 536 11 50

 

Meer info:


 

 

Deel dit artikel