Voedseltoegang blijft structureel probleem in Sahel


De oogst van het seizoen 2006-2007 zag er veelbelovend uit in de Sahel-landen, met een gemiddelde meerproductie van 16% tegenover het jaar voordien. Tijd om achterover te leunen is er echter niet. IRIN, het VN-coördinatiebureau voor humanitaire zaken, luidt opnieuw de alarmbel. Een dreigende hongersnood in Burkina Faso joeg al 300 000 mensen op de vlucht. Ook in Niger, Tsjaad en Mali dreigt opnieuw een humanitaire ramp. Nog altijd sterven er elk jaar twee miljoen kinderen aan ondervoeding in de Sahel.

Buitenlandse donoren en ngo’s concentreerden zich de afgelopen jaren - met relatief succes - vooral op groeicijfers van de lokale voedselproductie. Ondanks de opvallende stijging van de voedselproductie in de Sahel-landen het afgelopen jaar, blijft honger een structureel probleem. Hoe komt dat? Niet zozeer de beschikbaarheid van voedsel is cruciaal, wel de toegang ertoe. Christine Van Nieuwenhuyse van WFP (World Food Programme) licht toe: “Als je in extreme armoede leeft en je hebt geen geld, blijft het voedsel onbereikbaar, ook al is het overvloedig beschikbaar op de lokale markt. Bij het identificeren van de doelgroep die nood heeft aan voedselhulp, is het zich kunnen veroorloven van voedsel van doorslaggevend belang, en niet hoeveel en wat er precies in het land gekweekt wordt. Een goeie oogst of niet, het probleem van toegang tot voedsel blijft bestaan. Daar moeten we ons de komende tijd intensiever op toeleggen.” De West-Afrikaanse partners van Bevrijde Wereld besteden al een hele tijd aandacht aan de moeizame voedseltoegang van de plattelandsbevolking.

 


Het harde leven van de Dogon in Mali

In de regio rond Mopti, in Centraal-Mali, werkt de lokale ngo GAAS (Groupement d’Animation Action au Sahel) aan een stabiele voedselsituatie voor het Dogon-volk. De Dogon bewonen er het plateau en de wereldberoemde Bandiagara-kloof, bekend van de eeuwenoude architectuur, cultuur en de adembenemende vergezichten. Sinds Bandiagara op de Werelderfgoedlijst van de Unesco staat, zakken heel wat toeristen af naar de regio. Het toerisme zorgt voor extra inkomsten, maar de bevolking in de afgelegen delen kan daarvan nauwelijks profiteren. Trekt het toerisme ook andere bevolkingsgroepen naar de regio? “Da’s een fenomeen dat je inderdaad regelmatig vaststelt in West-Afrika. Maar het leven op dit plateau is zo hard dat geen enkel ander volk het lang volhoudt,” analyseert de regiocoördinator van GAAS. Het harde leven heeft natuurlijk ook te maken met de onzekere voedselsituatie in het gebied. Het plateau is dermate geërodeerd dat de kans op een goede oogst minimaal is. Op de weinige velden waar nog een beetje vruchtbare grond rest, raakt de gierst niet meer rijp. Bovendien valt er onvoldoende regenval. Gierst wordt enkel nog geteeld als veevoeder. De stengels doen dienst als dakbedekking.

Gierst vormt echter een onmisbare basis voor een voedzame Dogon-maaltijd. Dat impliceert dat er gierst moet aangekocht worden. Hier situeert zich het ‘toegangsprobleem’ tot het voedsel: een gebrek aan financiële middelen. De Dogon contreren zich al enkele decennia op het verbouwen van ajuin, om zo de aankoop van gierst te financieren. GAAS en Bevrijde Wereld stimuleren de ajuinteelt bij de Dogon. De oogst worden verkocht of geruild bij lokale handelaars. Zij brengen zakken gierst naar het plateau, en transporteren ajuin naar de steden in het binnenland.

Mini-perceeltjes

Hoe slagen de Dogon erin ajuin te verbouwen in dergelijke, extreme omstandigheden?  In de omgeving van de waterreservoirs – langs steile hellingen – leggen de boeren mini-perceeltjes aan. De stukjes grond zijn amper enkele vierkante meter groot, omgeven door stenen. Vruchtbare grond wordt dan overgebracht naar de terrasjes. Het gewas wordt geïrrigeerd met water dat zich tijdens het regenseizoen in de diepe kloven van het plateau verzamelt. Om de waterreservoirs nog beter te benutten, worden dammen in de valleien gebouwd. Het bouwmateriaal – rotsblokken – is overal voorhanden. Bijna alles gebeurt manueel, inclusief het verplaatsen van rotsblokken en teelaarde. Ook het irrigeren van de groenten gebeurt meestal met de hand. ‘Zelfs als er die dag een begrafenisplechtigheid is, gaat de familie ’s morgens eerst de groentepercelen begieten,’ zo schetst een GAAS-medwerker het belang van de teelt.

Samen met Lamine Diallo, de coördinator van het programma in Mali, bezocht Bevrijde Wereld de werkzaamheden aan enkele nieuwe dijken. Lamine stelde dat het PAISA-programma – een programma van Bevrijde Wereld en het Belgisch Overlevingsfonds – nergens méér gerechtvaardigd is dan hier in Bandiagara. Wat betreft voedselzekerheid, kun je je moeilijk een meer precaire situatie voorstellen. Maar de motivatie en het initiatief van de Dogon zijn onnavolgbaar. Rotsblokken uithakken en dynamiteren is geen sinecure, vooral niet in de verschroeiende hitte van Bandiagara. “Wanneer ik in Tambacounda in Senegal een gelijkaardige werkmethode zou voorstellen,  verklaart men me voor gek,” aldus Lamine. “De wil om te overleven is onbeschrijflijk bij de Dogon.”

Naast dammenbouw en andere infrastructuurwerken, steunt het programma ook de oprichting en vorming van producentenorganisaties. Die focussen vooral op de verwerking en de commercialisering van ajuin. Als men erin slaagt de oogst goed te drogen, kunnen de producenten hun voorraad ook buiten het oogstseizoen verkopen, wanneer de marktprijs hoger ligt. Op die manier kunnen de Dogon hun toegang tot voedsel veilig stellen, bijna het hele jaar door.

www.bevrijdewereld.be

Deel dit artikel