Vrouwenrechten in Afghanistan


“De moeders en dochters van Afghanistan waren gevangenen in hun eigen huizen. Het was hen verboden te werken en naar school te gaan. Vandaag zijn de vrouwen vrij!”. Deze triomfantelijke uitspraak van G. W. Bush konden we optekenen vlak na de val van de Taliban. Een propagandistische bewering die vandaag nog altijd niets te maken heeft met de werkelijkheid.

Wettelijke gelijkheid?
Het verwijderen van de Taliban heeft in Afghanistan op een klein aantal plaatsen voor een verbetering van de situatie van de vrouwen gezorgd, maar in het overgrote deel van het land is er concreet niet veel veranderd.
Meisjes en vrouwen kunnen in de meeste provincies nog altijd niet naar school of gaan werken en de burqa is nog lang niet uit het straatbeeld verdwenen.

Nochtans staat het gelijkheidsprincipe duidelijk ingeschreven in de nieuwe Afghaanse grondwet. Artikel 22 stelt: “Elke vorm van discriminatie en privilege onder de burgers van Afghanistan is verboden. De burgers van Afghanistan -zowel mannen als vrouwen- hebben voor de wet gelijke rechten en plichten”.  De nieuwe grondwet is tot stand gekomen onder druk van- en met de uitdrukkelijke medewerking van Amerikaanse adviseurs. Vermits de bevrijding van de Afghaanse vrouwen een speerpunt van de oorlogspropaganda was kon een verwijzing naar de gelijke rechten van mannen en vrouwen onmogelijk achterwege blijven. Artikel 3 van dezelfde Afghaanse grondwet voorziet ook dat “geen enkele wet tegengesteld kan zijn aan het geloof en de bepalingen van de heilige religie de Islam”. Uiteindelijk hangt de houding ten opzichte van vrouwen dus volledig af van de interpretatie die gegeven wordt aan de Islamitische wet, de Sharia). Het Hooggerechtshof kan een belangrijke rol spelen bij het in de praktijk harmoniseren van de verschillende artikels van de grondwet. Eenzijdige interpretaties van de Koran, die nadelig zijn voor vrouwen en ingaan tegen de grondwettelijk vastgelegde gelijkheid, zouden door de hoogste gerechtelijke instelling van Afghanistan zoveel mogelijk vermeden moeten worden. Tot nu toe ziet het er echter niet naar uit dat het Hooggerechtshof onder leiding van voorzitter Fazul Hadi Shinwari de intentie heeft om de gelijkheid bij wet af te dwingen. Integendeel. Ondanks zijn positie als de behoeder van de rechten ingebed in de grondwet, heeft Shinwari bijvoorbeeld al een aantal pogingen ondernomen om vrouwen te verbieden in het openbaar te zingen en te dansen. In november 2004 vaardigde het Hooggerechtshof een ban uit over een aantal televisiekanalen die regelmatig Indiase films uitzenden. De schaars geklede zingende schoonheden in de films vallen niet in de smaak bij de heer Shinwari en zijn collega’s. Verder vindt de voorzitter van het Hooggerechtshof dat vrouwen zich maar beter van kop tot teen blijven hullen in vormeloze gewaden en stelt hij dat vrouwen niet langer dan drie dagen mogen rondreizen zonder het gezelschap van een echtgenoot of een dicht mannelijk familielid. Tijdens de campagne voor de presidentsverkiezingen in oktober 2004 poogde Shinwari zelfs een kandidaat van de lijst te verwijderen omdat die suggereerde dat mannen en vrouwen dezelfde rechten zouden moeten krijgen wat huwelijken en scheidingen betreft. Alle rechters die door Shinwari op de verschillende gerechtelijke niveaus zijn aangesteld, zijn van het mannelijke geslacht en velen onder hen bezitten geen hoger diploma in de rechten zoals de wet uitdrukkelijk voorschrijft. Eén van de rechters van het Hooggerechtshof zei niet zo lang geleden in de Afghaanse pers dat vrouwen onmogelijk dezelfde rechten kunnen hebben als mannen. Het ziet er niet goed uit voor de evolutie van de rechten van de vrouwen in Afghanistan als de leden van het Hooggerechtshof niet eens achter de grondwettelijke principes staan die ze verondersteld worden af te dwingen. Hetzelfde kan gezegd worden over de regering en de instellingen specifiek gecreëerd voor de verbetering van de positie van de vrouw. Er werd een Ministerie voor Vrouwenzaken opgericht onder leiding van dr. Habiba Sarabi (een vrouw). In de nieuwe regering werden in totaal 3 vrouwelijke ministers aangesteld. Volgens de Revolutionary Association of Women of Afghanistan (RAWA) kunnen deze vrouwen als zwakke, a-politieke figuren omschreven worden met een duidelijke sympathie voor fundamentalistische ideeën. Minister Sarabi stelt dat men op het gebied van vrouwenrechten “een terugslag riskeert als men te hard pusht”.

De nieuwe regering
Zonder interne politieke wil zal er alleszins niet veel bewegen. Het ontbreken van die wil heeft alles te maken met de aard van diegenen die momenteel aan de macht zijn in Afghanistan. Het ultrafundamentalistische Taliban-regime is weliswaar verdreven, maar strikt genomen is het ene fundamentalistische regime vervangen door het andere. De milities die met de massale geldelijke en logistieke steun van de Verenigde Staten de grondgevechten hebben geleverd tegen de Taliban, waren namelijk dezelfde mudjahedeen-groepen die enkele jaren ervoor de eerste fundamentalistische regering van Afghanistan vormden, tot ze door de opmars van de Taliban uit Kaboel verdreven werden. Door zich voor de kar van de Amerikanen te laten spannen konden de krijgsheren de macht opnieuw naar zich toetrekken. Jarenlang vochten de mudjahedeen (de islamitische vrijheidsstrijders) tegen de Sovjet-Russische aanwezigheid in Afghanistan en tegen de goddeloze regeringen die met de steun van de Sovjetunie tot stand waren gekomen[1]. Na de terugtrekking van de Sovjettroepen (1989) en na de terugval van de Russische economische steun aan de Afghaanse regering door de ineenstorting van het Oostblok (1991), hield de toenmalige regering onder leiding van Najibullah niet lang meer stand. In 1992 viel Kaboel in handen van de fundamentalistische mudjahedeen. Via een Islamitische Jihad Raad, beslisten de verschillende militieleiders alle structuren en wetten van het vorige regime af te schaffen. De Sharia werd ingevoerd en de interim-regering Rabbani werd geïnstalleerd. Het einde van de Jihad betekende echter het begin van een burgeroorlog want blijvende onenigheden en wisselende bondgenootschappen tussen de rivaliserende mudjahedeen-milities zorgden voor een bloedige periode in en rond Kaboel. De Taliban maakte met de verovering van de hoofdstad in 1996 een einde aan het woelige Rabbani-tijdperk (1992-1996). Het is algemeen geweten dat dit op het vlak van de vrouwenrechten allerminst een verbetering was.

Fundamentalisten van gelijk welk slag zien vrouwen als minderwaardige wezens die louter dienen voor huishoudelijke slavernij en de voortplanting. De Taliban legde vrouwen de meest absurde regels op, zoals een verbod op luid praten en lachen, een verbod op klikkend schoeisel, enzovoort. Vrouwen werd officieel zowat alles verboden onder de Taliban, maar het ontzeggen van de participatie aan het sociale, politieke, economische en culturele leven in het land, was een proces dat al volop ingezet werd onder de fundamentalistische Rabbani-regering. Toch zijn sleutelposities in de huidige Afghaanse regering toegewezen aan dezelfde fundamentalisten die toen de plak zwaaiden. De voorzitter van het Hooggerechtshof Shinwari bijvoorbeeld, werd oorspronkelijk aangesteld door de conservatieve leider Rabbani. Ondanks de lippendienst die bewezen wordt aan broodheer Amerika, door onder meer in te stemmen met vrije verkiezingen en bepaalde liberale waarden in te schrijven in de nieuwe grondwet, wordt het alsmaar duidelijker dat er ideologisch gezien nog heel wat ultraconservatieve krachten huizen in de huidige Afghaanse regering. Fundamentalistische leiders konden echter niet uitgesloten worden van de macht vermits de Verenigde Staten hun milities gebruikt hebben in de militaire strijd tegen de Taliban. En voor wat hoort wat.

Onveiligheid
Zelfs al zouden de rechterlijke macht en de regering de oprechte intentie hebben gelijke rechten voor de vrouw te garanderen, dan zit men nog altijd met het probleem dat het de nationale instanties aan slagkracht ontbreekt. Er is nooit echt een sterk centraal gezag geweest in Afghanistan. Decennialang zorgde de oorlog voor een staat van chaos en gerechtenloosheid, gekenmerkt door een hoge graad van geweld en aanrandingen. Ook vandaag reikt de werkelijke macht van de regering niet veel verder dan de hoofdstad en haar onmiddellijke omgeving[2]. In de rest van het land heersen nog altijd de vele krijgsheren en hun privé-legers. Op sommige krijgsheren wordt officieel een beroep gedaan om de veiligheid in een bepaalde regio te garanderen, maar anderen staan totaal los van de regering en zwaaien ongemoeid de plak in hun gebied. Zo domineert de Taliban nog heel wat streken in het zuiden van het land. De zwaar bewapende militieleden (al dan niet ondersteund door de regering) bezondigen zich nog altijd straffeloos aan allerlei criminele activiteiten. Human Rights Watch maakt melding van massale verkrachtingen, ontvoering van- en geweldpleging op vrouwen en kinderen, gedwongen huwelijken, enzovoort. Het spreekt vanzelf dat quasi alle vrouwen nog met een burqa rondlopen uit vrees voor represailles. Velen wagen zich in zo’n onveilige omgeving gewoonweg niet uit huis al is het hen bij wet toegestaan. 

Mannenwereld
Naast een onveilige leefomgeving en de ideologisch sterke positie van de fundamentalisten in de regering van Afghanistan, heerst er ook een vrij algemeen aanvaard gevoelen dat vrouwen minderwaardig zijn aan mannen. Sociale attitudes tegenover vrouwen zijn diepgeworteld. De geboorte van een jongen is een feest in Afghanistan, de geboorte van een meisje slechts een fait-divers. In de dorpen wordt het als normaal ervaren dat een vrouw gestenigd wordt als ze te vriendschappelijk omgaat met een man. Zelfs in Kaboel, waar de Westerse camera’s zich bevinden en waar het verwijderen van de Taliban de grootste invloed heeft gehad, verlaat een derde van de vrouwen nooit het huis, alleen maar omdat mannelijke familieleden hen dit verbieden. De taak van de vrouw bestaat erin de familiale eer hoog te houden door zich te onderwerpen aan bepaalde gedragsnormen. Deze normen kunnen wel verschillen in de tijd en van groep tot groep, maar de mannen beslissen altijd wat die normen zijn[3]. De meeste kandidaten die meededen aan de Afghaanse verkiezingen hadden helemaal geen of hoogstens zeer voorzichtige standpunten over vrouwenrechten omdat de mannelijke dominantie over vrouwen nu eenmaal een vrij algemeen aanvaard principe is. Sinds de val van de Taliban zijn slechts twee tot drie procent van de vrouwen terug aan het werk. Vele mannen verbieden hun vrouw te werken omdat ze zich dan moeten mengen met mannelijke collega’s. Een ander obstakel is het feit dat vrouwen doorgaans niet gekwalificeerd zijn. Jarenlang werd hen elke vorm van onderwijs ontzegd en het resultaat is dat 90 % van de Afghaanse vrouwen ongeletterd is. Bovendien wordt 60% van de Afghaanse meisjes uitgehuwelijkt voor hun zestiende verjaardag en er zijn maar weinig mannen die hun vrouwen de toestemming geven om naar school te gaan. 

Vrouwenstrijd
We mogen ons niet bezondigen aan cultuurrelativisme. Zeggen dat de onderdrukte positie van de vrouw nu eenmaal een onderdeel vormt van de Afghaanse (of bij uitbreiding de islamitische) cultuur en dus onveranderlijk is, zou dwaas zijn. Ten eerste is cultuur een evoluerend gegeven onderhevig aan allerlei invloeden. Vaak worden bepaalde gewoontes en tradities, bestempeld als cultuur, in stand gehouden uit politieke en/of economische opportuniteit. In de loop van de Afghaanse geschiedenis zijn er krachten geweest die een emancipatie van de vrouw voorstonden, zeker in de steden. Er zijn perioden geweest waarin vrouwen gemakkelijker naar school konden en werkten. Het is eveneens een algemene misvatting dat de Afghaanse vrouwen voor het eerst sinds eeuwen hun sluier mogen afleggen. De tweede koning van Afghanistan, Amanullah, verbood tijdens zijn bewind de traditionele klederdracht waaronder de sluier. Toen de man in 1929 vermoord werd, verscheen de sluier weer op het toneel, maar dertig jaar later besliste de Afghaanse regering dat de sluier niet langer verplicht was. Deze regel bleef zonder veel tegenkanting gelden tot aan de overwinning van de mudjahedeen-milities in 1992. Eén van hun eerste politieke wapenfeiten was de verplichting voor vrouwen zich van kop tot teen te bedekken. 

De turbulente politieke geschiedenis van het land (decennialang woedde er oorlog) maakte een krachtige vrouwenbeweging echter moeilijk. Als men een strijd moet leveren om te overleven heeft men geen tijd om aan mensenrechten of vrouwenrechten te denken.

Bovendien zijn de meeste hooggeschoolde vrouwen weggevlucht uit Afghanistan toen Kaboel begin jaren negentig dreigde te vallen voor de fundamentalistische mudjahedeen milities. Het land werd zo beroofd van zijn meest progressieve krachten. Vandaag werken de meeste emanciperende actoren vanuit de diaspora en clandestien. RAWA kan zich nog altijd niet permitteren een kantoor te openen in Kaboel. Al hun activiteiten, (waarvan de voornaamste het voorzien van onderwijs aan meisjes) gebeuren ondergronds uit vrees voor de fundamentalisten. 

 

Soetkin Van Muylem
www.vrede.be


--------------------------------------------------------------------------------

[1] Sovjet-Russische tanks rolden Afghanistan binnen op 24 december 1979. Pas in februari 1989 verlieten de laatste Russische militairen het land.

[2] Ook de Internationale Veiligheidsassistentie Troepen (ISAF) van de NATO bevinden zich voornamelijk in en rond de hoofdstad.

[3] De mannelijke superioriteit staat ook gelijk aan mannelijke verantwoordelijkheid voor de vrouw. Die verantwoordelijkheid kwam onder de Taliban bijvoorbeeld duidelijk tot uiting bij ‘misdrijven’. Als een vrouw iets mispeuterde werd de echtgenoot van de vrouw nog zwaarder gestraft dan de vrouw zelf.


 

Vrede DOOR:

Deel dit artikel