Waar blijft onze reactie op de Israëlische agressie?

Waar blijven we met onze verontwaardiging, onze waarden, ons respect voor de mensenrechten en het internationaal recht? In Palestina wordt alles waar ons land en Europa beweren voor te staan, platgewalst onder het gewicht van de Israëlische Merkavatanks. Hoe zwaar moet het internationaal humanitair recht geschonden worden vooraleer er nog maar een simpel veroordelend persbericht vertrekt van op Buitenlandse Zaken? Het lijkt wel of alle Europese ministeries voor Buitenlandse Zaken voortijdig met vakantie zijn vertrokken.

Het laatste persbericht dat minister van Buitenlandse Zaken De Gucht over dit conflict verstuurde dateert van 18 april toen hij een aanslag in Tel Aviv met ‘klem’ veroordeelde. Het eerste zinnetje luidde: “Hij (De Gucht) geeft uitdrukking aan zijn gevoelens van medeleven voor de families van de slachtoffers en voor de Israëlische regering.” Laat ons niet misverstaan, burgers viseren en doden verdient zo’n duidelijke afkeuring. Maar hoe zit dat dan met ons ‘medeleven’ met de families van Palestijnse slachtoffers, met de ellende van de bewoners van de Gazastrook van wie quasi de hele infrastructuur vernietigd is? Een week voor de bewuste bomaanslag vielen er 15 Palestijnse slachtoffers, van wie drie kinderen, door grootschalige Israëlische bombardementen in Gaza, a rato van 300 bommen per dag. Windstilte bij Buitenlandse Zaken. Op 9 juni krijgen we de hartverscheurende beelden te zien van een wanhopig schreeuwend meisje op een strand. Haar ouders, broertjes en zusjes sneuvelden als gevolg van een Israëlisch bombardement. Buitenlandse Zaken zwijgt. Een paar dagen later vallen bij een raketaanval tegen twee leden van de Jihad opnieuw zeven doden, onder de slachtoffers twee kinderen. Nog altijd geen woord van buitenlandse zaken.

Ook op de collectieve strafexpeditie die Israël houdt onder het mom van het bevrijden van een soldaat, is de reactie lauw tot nihil. Het Israëlische leger vernietigde elektriciteitscentrales, de watervoorziening, bruggen, de residentie van de Palestijnse eerste minister en gebruikt geluidsbommen louter en alleen om terreur te zaaien en toch is er geen politieke kat die er van wakker wil liggen. Het gaat stuk voor stuk om schendingen van het internationaal humanitair recht dat collectieve straffen tegen burgers verbiedt. Israël verhult die politiek trouwens niet. Over de geluidsbommen zei de Israëlisch premier Ehud Olmert het volgende: “Duizenden inwoners in zuidelijk Israël leven in vrees en ongemak, dus gaf ik instructies dat niemand ’s nachts zal slapen in de Gaza.”

De Israëlische mensenrechtenorganisatie Betselem houdt rigoureus de gruwelijke statistieken bij. Sinds het uitbreken van de tweede Intifada telt de organisatie 3.453 dodelijke slachtoffers aan Palestijnse zijde, onder wie 699 kinderen, tegenover 1.008 aan Israëlische zijde, van wie 119 kinderen. Het aantal gedode Palestijnse kinderen zegt voldoende over de brutale manier waarop het Israëlische leger optreedt. Toch wordt alleen Hamas opgeroepen om de wapens te laten zwijgen terwijl de organisatie, in tegenstelling tot het Israëlische leger, al 18 maanden een wapenstilstand (Hudna) in acht houdt. In Palestina staat de wereld op zijn kop. Het bezette volk, de Palestijnen, wordt door de ‘internationale gemeenschap’ gestraft met een financiële boycot omdat de Hamas-regering Israël niet wil erkennen. Israël dat een openlijk annexatiebeleid voert met een snelle wildgroei van joodse nederzettingen, bijhorende bypasswegen, honderden militaire controleposten en een 720 kilometer lange muur, krijgt als ‘beloning’ wapens uit Europa geleverd en geniet als gevolg van een Associatie-akkoord met de EU van een voordelige toegang op de Europese markt.

België beweert een politiek van ‘equidistance’ te voeren, maar De Gucht volgt sinds zijn aantreden een eenzijdig risicoloos parcours met als grootste zorg: Washington te vriend houden. Voor elke operatie vraagt Israël eerst groen licht aan de Amerikanen. België en Europa weten dat en dus moeten ze zwijgen of beter, willen ze zwijgen. Op 9 juli is het twee jaar geleden dat het Internationaal Hof in Den Haag stelde dat de muur die Israël bouwt op Palestijns grondgebied in strijd is met het internationaal recht en dient te worden afgebroken. Maar onze ministers hebben nog geen seconde een inspanning geleverd om enig gevolg te geven aan deze uitspraak.

Als minister De Gucht en zijn collega’s in de regering zich nog eenmaal beroepen op recht, wet, of morele verontwaardiging dan stellen we voor dat wij als bevolking collectief onze regering de rug toekeren. We hoeven geen hypocrisie. We willen een bekwame minister van Buitenlandse Zaken die het internationaal recht respecteert, geen lakei. We stellen voor dat alvast De Gucht uitkijkt naar een andere job.

Ludo De Brabander
Stafmedewerker Vrede vzw
(dit opiniestuk verscheen in De Morgen van 5 juli 2006)

Noot: Vandaag 5 juli, heeft De Gucht dan eindelijk zijn eerste, zij het voorzichtige veroordeling uitgesproken

Vrede DOOR:

Deel dit artikel