Waarom de argumenten van De Gucht en De Crem geen steek houden

In De Standaard en Le Soir (2 juli) brengen Pieter De Crem en Karel De Gucht een hele batterij argumenten in stelling om het opschroeven van de Belgische deelname aan de NAVO-interventie in Afghanistan te verdedigen.

Diezelfde middag staat Afghanistan op de agenda van de Commissie Defensie van het Parlement. De Crem stuurt zijn kat. Hij onderstreept daarmee hoe weinig waarde hij hecht aan parlementair debat, terwijl aan de andere kant de publieke opinie met PR-technieken moet overtuigd worden van de zin van de missie in Afghanistan en het sturen van vier F16's met bijkomende troepen.

Als vredes- en derdewereldbeweging wensen we op de argumenten van beide ministers te reageren

1. In hun bijdrage brengen ze een sterk staaltje van selectieve geschiedschrijving. “De internationale gemeenschap laat niet toe dat een land wordt overgelaten aan fundamentalisten en drugsproducenten dat ‘vrouwen veracht’”, zo betogen ze. Dit getuigt van minstens een slecht geheugen. Enkele decennia terug, waren de Verenigde Staten er als de kippen bij om fundamentalistische Mujaheddin-groepen te financieren en te bewapenen net voor en tijdens de Sovjetinterventie in Afghanistan. Dat gebeurde direct of via Saoedi-Arabië en de Pakistaanse geheime dienst. Deze laatste onderhield uitstekende contacten met de Taliban. De wapenleveringen hebben Al Qaida mee helpen grootmaken.

2. Tweede argument: België en de internationale gemeenschap staan Afghanistan bij in de heropbouw. Wel, op dit ogenblik is er van heropbouw weinig sprake, laat staan dat dit voor de NAVO de prioriteit is. Het budget voor de militaire operaties (100 miljoen $ per dag) overstijgt veruit dat van de heropbouw (7 miljoen $ per dag). Bovendien is de militair-civiele samenwerking, die in Afghanistan verloopt via de zogenaamde Provincial Reconstruction Teams (PRT's), rampzalig voor de humanitaire hulp zelf. De cruciale vraag hier is: zien we heropbouw als middel (winning the hearts and minds,...) of als doel? Voor ISAF (International Security Stabilisation Force), dienen de PRT’s in de eerste plaats om de buitenlandse militaire aanwezigheid aanvaardbaar te maken voor de plaatselijke bevolking. Het gevolg is dat de opstandelingen zowel het militaire als het humanitaire als doelwit kiezen.

3. Derde argument: het is onze plicht burgers in nood bij te staan, waar ook ter wereld. Een blik op de conflict- of armoedekaart leert al gauw dat we het in de praktijk met die plicht niet al te nauw nemen. De oorlog is er in de eerste plaats gekomen als wraakoefening na de aanslagen van 11 september. Of de Taliban rechtstreeks verantwoordelijk waren of niet, deed niet echt ter zake. Denken we maar aan de nooit helemaal opgehelderde rol in de aanslagen van Saoedi-Arabië. De invasie was voor de binnenlandse agenda een politieke noodzaak geworden. Maar er speelt ook iets anders mee: de geostrategische belangen. Twee maanden voor het uitbreken van de oorlog tegen Afghanistan (7 oktober 2001), onderhandelde de Amerikaanse ondersecretaris voor Zuid-Azië, Christina Rocca nog met de Taliban over een pijplijn doorheen Afghanistan om gas vanuit Centraal-Azië te ontsluiten via Pakistaanse Havens. Diezelfde Christina Rocca werkte voordien bij de CIA en was verantwoordelijk voor leveren van de beruchte Stinger raketten aan de Afghaanse Mujaheddin. Wat Afghanistan mede zo belangrijk maakt is dat het in de buurt ligt van het olie- en gasrijke Centraal-Azië met bovendien belangrijke buren waaronder China en Iran. Een derde zaak speelt zeker ook een rol. De ambities van de NAVO om zich om te vormen tot een mondiale interventiemacht staan of vallen met het lukken of mislukken van de NAVO-missie in Afghanistan. Lees de speeches van de NAVO-Secretaris-Generaal er maar eens op na.

4. Vierde argument: de stabiliteit van deze regio is cruciaal voor de stabiliteit van de wereld. Dat is best mogelijk. Wij menen echter dat de militaire aanpak in Afghanistan alles behalve de stabiliteit dient. We kunnen met evenveel gemak beweren dat het militair bezetten van een land het risico verhoogt op aanslagen in de landen van de bezettingsmacht.

5. Vijfde argument: de uitdagingen zijn enorm, maar we boeken maatschappelijke vooruitgang, zoals de daling van de kindersterfte. VN-instanties tonen zich minder enthousiast. Het VN-bureau voor humanitaire zaken (OCHA) sprak vorige week van een ‘ernstige’ en ‘verslechterde’ humanitaire situatie in Afghanistan. De VN-missie in Afghanistan, UNAMA, maakte enkele dagen eerder bekend dat het aantal burgerslachtoffers met meer dan een derde gestegen was ten opzichte van het jaar daarvoor, een deel daarvan is op conto te schrijven van de Afghaanse en bezettingstroepen. De opiumproductie in Afghanistan is verdubbeld in vergelijking met de Taliban-periode. In 2007 vertegenwoordigde ze 93 procent van de wereldproductie. En zo kunnen we nog wel doorgaan. Er is dus heel wat in te brengen tegen het hoerageroep.

6. Zesde argument. België zal de Amerikaanse operatie Enduring Freedom (OEF) niet steunen, de F16s zijn er enkel in NAVO-verband (ISAF). In realiteit zijn OEF en ISAF op het terrein moeilijk van elkaar te onderscheiden. De ministers nuanceren die belofte trouwens al meteen zelf, want in ‘absolute noodgevallen’ zullen we onze bondgenoten bijspringen. De praktijk zal uitwijzen hoe rekbaar dat begrip is. De kans is zeer reëel dat er zich zo’n noodgeval zal voordoen. Onlangs raakte bekend dat het aantal slachtoffers onder de militairen voor het eerst dat van Irak oversteeg. Op dit ogenblik zitten in heel wat gebieden gevechtseenheden in hun strijd tegen de Taliban in een hachelijke situatie. Bovendien heeft De Crem tijdens zijn bezoek aan Washington zich getoond als een opportunist die bij de minste vingerknip maar al te graag de VS ter wille zal zijn. Er wordt een totaal nieuwe visie in de praktijk gezet, en dit zonder enige vorm van een breed publiek debat, die volledig breekt met de traditie van de paarse regering die zich wijselijk buiten dit kluwen heeft gehouden

7. Zevende argument. “De NAVO bepaalde heel duidelijk haar ‘successtrategie’. Het doel is de opbouw en de vorming van een zelfstandige en duurzame Afghaanse rechtsstaat aan wie de internationale gemeenschap haar taken kan overdragen”, zo besluiten onze ministers. Waar hebben we dat nog gehoord? We zien wat daarvan de resultaten zijn in Irak bvb. Als we de balans maken van die strategie sinds 2002 in Afghanistan, het begin van het Belgische engagement in ISAF, dan zien we vooral een mislukking ervan. Nu klinkt het dat de realisatie ervan veel tijd zal vergen. En dus vele jaren extra oorlogsleed voor de bevolking?

Onze regering stapt mee in een uitzichtloos militair avontuur. Als we de Afghanen niet in de steek willen laten, en bijdragen aan wederopbouw en stabiliteit, dan doen we dat beter via niet-militaire weg.

Ludo De Brabander – Vrede vzw
Roel Stynen - Vredesactie
Bert De Belder – Intal
Stefaan Declercq – Oxfam-Solidariteit
Michel Vanhoorne – Links Ecologisch Forum (LEF)
Anthony Vanoverschelde - Universitair Centrum voor Ontwikkelingssamenwerking (UCOS)

 

Deel dit artikel