Waarom is pleiten voor echte vrede in Israël en Palestina controversieel?

Het Israëlisch-Palestijns conflict geeft vaak aanleiding tot verhitte discussies en controverse. Voor- en tegenstanders van deze of gene partij beschuldigen de anderen van partijdigheid, propagandavoering of onwetendheid. Meer dan bij andere conflicten, wordt er geschermd met geladen begrippen.

Het opiniestuk van Miel Swillens dat Tertio vorige week opnam, is hier een pijnlijke illustratie van. Swillens heeft het gemunt op de ngo’s, die in hun acties en campagnes omtrent Israël en Palestina vaak eenzijdig zouden zijn en soms zelfs een  anti-Israël agenda zouden hanteren. Nochtans kon hij in Kerk+Leven van 14 januari ons standpunt terugvinden. Dit inspireerde ook de hoofdredacteur van Tertio voor zijn bijdrage van 14 januari. Bij gebrek aan stevige argumenten, is Swillens genoodzaakt het zware geschut boven te halen: de beschuldiging van antisemitisme. Pax Christi en Broederlijk Delen vinden dit schokkend omdat zijn ook voortdurend tegen antisemitisme strijden.

Verdedigers van Israël doen kritiek op Israël vaak af als een nieuwe vorm van antisemitisme. Ook Swillens doet dit, zonder in de val te trappen, dat kritiek op Israël meteen gelijk kan gesteld worden aan antisemitisme. Gedekt door een citaat van Thomas Friedman, poneert hij dat er nu een ideologisch gemotiveerd antisemitisme speelt, eerder dan Jodenhaat. Dit is een bijzonder kromme en gevaarlijke redenering. Kritiek op Israël, zo schrijft hij zelf, is niet antisemitisch. De Amerikaanse wetenschapster van Joodse origine Sara Roy stelt dat kritiek op Israël net zo min antisemitisch als kritiek op Frankrijk anti-Frans is. Natuurlijk kan vanuit een kwaadwillige opstelling kritiek wél degelijk dom zijn, gevaarlijk, haatdragend of zelfs ingegeven door antisemitisme.

Het argument van antisemitisme wordt vaak misbruikt om verwarring te scheppen en kritiek af te blokken. Verdedigers van Israël negeren in dit geval dat de kritiek niet gericht is tegen Israël als staat of tegen het Joodse volk, maar tegen de schendingen van het internationaal recht. Bepaalde verdedigers van Israël menen zelfs dat het internationaal recht wordt misbruikt als instrument tegen Israël. Zo stelt bijvoorbeeld de Amerikaanse jurist Alan Dershowitz dat mensenrechten selectief tegen Israël worden ingezet en dat Israël niet gebonden is door het internationaal recht.  Deze redeneringen houden geen steek. Ze tonen wel aan dat bepaalde verdedigers van Israël de grove middelen niet schuwen en dat bepleiters van duurzame en rechtvaardige vrede in Israël en Palestina hier rekening mee moeten houden.

Wij willen Israël niet nodeloos met de vinger wijzen of een hetze tegen Israël creëren. Ook menen we niet dat de Palestijnen meer aandacht verdienen dan andere verdrukte volkeren, of meer rechten hebben. Als ontwikkelingsorganisatie en vredesbeweging streven we naar duurzame en rechtvaardige vrede in Israël en Palestina. Hierbij hanteren we een rechtenbenadering, waarbij we het respect voor het internationaal recht, dat een neutraal instrument is, vooropstellen. Onze positie is niet vóór de Palestijnen en tegen de Israëli’s, maar vóór rechtvaardigheid en vrede en tegen geweld. Daarom veroordelen we zowel het geweld van de Palestijnse gewapende groeperingen als dat van het Israëlische leger. In al onze verklaringen van de jongste maand werden ook de raketaanvallen van Hamas tegen Israël als ernstige schendingen van het internationaal recht benoemd en veroordeeld.

Ons engagement ontspruit uit onze overtuiging dat het ons recht is, en zelfs onze plicht, om elk onrecht aan de kaak te stellen. Het Israëlische beleid wordt gekenmerkt door systematische schendingen van het internationaal recht. Bovendien geniet Israël, in tegenstelling tot veel andere landen waar het internationaal recht op grote schaal wordt geschonden, straffeloosheid. Hoe verklaart men anders de recente opwaardering van Europa’s relaties met Israël? De Europese Unie haalt de banden met Israël steeds strakker aan zonder hier, zoals bij andere landen, strikte voorwaarden zoals het respect voor mensenrechten en democratie aan te koppelen. Het argument is dat Israël een hoge graad van ontwikkeling van de politieke instellingen, economie, technologie en onderwijs heeft, die schril afsteekt tegen de andere landen. Daarnaast wil de EU haar invloed op Israël en het vredesproces niet verliezen. Welke invloed? De positieve invloed die ertoe bijdraagt dat Israël het internationaal recht naast zich neerlegt en tevens de bilaterale akkoorden onrechtmatig toepast op zijn nederzettingen, waardoor die financiële voordelen krijgen? Volgens ons mag Europa Israël, dat zich verheven boven de wet voelt, niet langer een speciale status geven.

Dit is een typisch voorbeeld van hoe wij de rechtenbenadering invullen en het huidige beleid ten aanzien van de regio laken. Is het eenzijdig om te pleiten voor één maat, één gewicht in het Belgische en Europese beleid? Is het haatdragend om te ijveren voor een actieve betrokkenheid bij de bevolking? Volgens ons is het cruciaal dat het publieke debat over de kwestie wordt gestimuleerd, op voorwaarde dat de aangeboden informatie correct is.

Het Israëlische volk heeft al meer dan 50 jaar een eigen staat op 78% van historisch Palestina. Het Palestijnse volk wacht al even lang op zijn eigen staat op de overige 22%: de Westelijke Jordaanoever, de Gazastrook en Oost-Jeruzalem. Bovendien bezet Israël de Palestijnse gebieden sinds 1967. Een bezettende macht en een bezet volk kunnen dan ook niet op dezelfde hoogte geplaatst worden. Maar uiteraard is het conflict niet zwart-wit en lijden beide volkeren eronder. Ook al maken beide partijen ernstige fouten en schenden ze het internationaal recht, toch dragen ze niet evenveel verantwoordelijkheid voor het uitblijven van vrede. Als bezettende macht zijn Israëls verplichtingen aanzienlijk groter.

Brigitte Herremans, medewerker Midden-Oosten Broederlijk Delen-Pax Christi;
Jo Hanssens, voorzitter Pax Christi Vlaanderen.

Deel dit artikel