Waarom we de NAVO best opdoeken

De hoogmis van de NAVO in Boekarest vormt een tweede deel van een drieluik dat volgend jaar moet uitmonden in een getransformeerd militair bondgenootschap om nog beter de veiligheid in deze gevaarlijke wereld te garanderen. Zo klinkt het althans officieel.


In de woorden van Secretaris-Generaal Jaap de Hoop Scheffer wordt de NAVO-top in Boekarest alvast de belangrijkste, zowel qua agenda als qua omvang van internationale vertegenwoordiging. Het gaat immers niet alleen over een bijeenkomst van de 26 NAVO-lidstaten, want ook de landen die lid zijn van de Euro-Atlantische Partnerschapsraad (49 landen in totaal) als vertegenwoordigers van diverse internationale organisaties en externe landen die betrokken zijn bij diverse militaire NAVO-operaties zijn mee van de partij. Boekarest vormt na Riga (2006) het tweede deel van een drieluik dat volgend jaar op de 60ste verjaardag van de NAVO moet uitmonden in een grondige hervorming van de organisatie zowel op vlak van operationele capaciteit als op vlak van de grote veiligheidsuitdagingen in wat de Hoop Scheffer een groeiende geglobaliseerde en gevaarlijkere wereld noemt.

We zouden bijna vergeten dat de NAVO iets meer dan een decennium terug nog met een identiteitscrisis worstelde. Tekenend was de zoektocht naar een nieuwe vijand die de omvang en legitimiteit van de NAVO moest garanderen en door toenmalig NAVO-baas, Willy Claes voortijdig ontdekt werd in het islamitisch fundamentalisme, dat hij de grootste dreiging van de NAVO noemde.

Het transatlantische bondgenootschap was een typisch product van de Koude Oorlog met als basis een ‘defensief’ bondgenootschap gericht tegen de vermeende dreiging die vanuit het communistische Oosten van Europa uitging. Het Warschaupact, de door Moskou gedomineerde tegenhanger, is inmiddels een relict van het verleden geworden. En dus leek het er even op dat de NAVO ook gauw de boeken zou sluiten of toch voortaan een weinig betekenisvolle rol zou gaan spelen. Maar het militair-industrieel complex ontpopte zich tot een drijvende kracht achter een succesvolle transformatie van het bondgenootschap. Het Nieuw Strategisch Concept (NSC, Washington, 1999) bepaalde dat de NAVO voortaan ook buiten het grondgebied (‘out-of-area’) van de lidstaten kon optreden. De oorlog tegen Servië om Kosovo, zonder mandaat van de VN-Veiligheidsraad, was een duidelijke illustratie van het feit dat die nieuwe koerswijzing er aan stond te komen.

De NAVO van vandaag is inmiddels een belangrijk militair maar ook politiek orgaan geworden. Het gaat om een coalitie van westerse staten die in toenemende mate mondiale ambities koestert, in deze, om de Hoop Scheffer te citeren, gevaarlijke wereld. Als vredesorganisatie hebben we het nooit erg op gehad met de NAVO. Meer dan ooit lijkt het ons nodig om aan de vooravond van het 60-jarige jubileum, kritische kanttekeningen te plaatsen die volgens ons het bestaansrecht van de NAVO zelf in vraag stellen.

1. Eerst en vooral is er de omvorming (in 1999) van de NAVO van defensie- naar interventieorganisatie, via de zogenaamde niet-artikel 5-opdrachten van het Nieuw Strategisch Concept (NSC). Toen het debat daarover werd gevoerd tussen de lidstaten, ging het onder meer over de verhouding met de VN-veiligheidsraad. Kort na de Kosovo-oorlog, wilden de VS absoluut vermijden dat er een expliciete verplichting in het NSC zou worden opgenomen om voor elke NAVO-operatie een uitdrukkelijk mandaat te vragen. De Russen beschikken daar immers over een vetorecht. Uiteindelijk vond die VS-bekommernis zijn neerslag in de bijgaande verklaring met de bewoording ‘volgens doelen en principes van het VN-Handvest’ wat de deur opent om desnoods zonder VN-mandaat die ‘principes’ volgens eigen interpretatie te verdedigen.

2. De NAVO is een militair bondgenootschap met de neiging om verschillende belangrijke mondiale uitdagingen a priori vanuit militaire invalshoek te benaderen. De Hoop Scheffers benadering van een gevaarlijkere wereld spreekt boekdelen. Veel veiligheidsproblemen houden nochtans verband met problemen als sociale achteruitstelling, ongelijke handelsverhoudingen, schuldenlast, de toegang tot grondstoffen, milieudegradatie, e.d. Het gaat dus om uitdagingen die in eerste instantie een niet-militair antwoord behoeven, met verantwoordelijkheden en oplossingen die in handen zijn van diezelfde rijkelandenclub. Binnen de groeiende dominantie van de NAVO en de vele westerse militaire denktanks worden ze echter steevast in een sterk militaire context geplaatst. De prominente rol van militaire bondgenootschappen dreigt m.a.w. die politiek te militariseren. Een analoge tendens zien we net zo goed binnen het Europees Veiligheids- en Defensiebeleid.

3. De NAVO werpt zich meer en meer op als een mondiale veiligheidsinstantie, al dan niet ten dienste van de Verenigde Naties, hoewel het om een exclusief westerse club gaat met beperkt lidmaatschap. Die mondiale ambitie is trouwens de inzet van Afghanistan, waar hardnekkig wordt vastgehouden in wat langzamerhand op een mislukte oorlogsoperatie begint te lijken. Het welzijn van de Afghanen is dus maar een prioriteit van tweede orde. Als de NAVO in Afghanistan mislukt mag men de aanspraak op het label mondiaal veiligheidsagentschap wel laten vallen.

4. Het feit dat de NAVO een club is die – zoals de real-politieke logica dat voorschrijft – in eerste instantie de belangen van zijn leden verdedigt, komt tegenwoordig sterk tot uiting in het steeds prominentere wordende transatlantische debat over de ‘energieveiligheid’. Het is een begrip dat een vaste plaats heeft verworven in de speeches van de Hoop Scheffer. Midden februari werd er een belangrijk seminarie over gehouden met als belangrijkste uitgangspunt dat de NAVO-leden met 13 procent van de wereldbevolking, goed zijn voor meer dan 50 procent van de mondiale energieconsumptie. Veel wijst er op dat het veilig stellen van de energiebevoorrading tot een van de belangrijkste prioriteiten zal uitgroeien. Trouwens ook daarvan is Afghanistan een voorbeeld.

5. De NAVO blijft zweren bij de nucleaire strategie, hoewel de ondertekenaars van het non-proliferatieverdrag – met inbegrip van de NAVO-leden – lang geleden al het engagement zijn aangegaan om op termijn kernwapens uit hun wapenarsenaal te bannen. We zien integendeel dat de nucleaire doctrine een belangrijk onderdeel vormt van de militaire strategie en dat de kernwapenstaten van de NAVO hun arsenalen moderniseren. De inspanningen ten aanzien van landen als Iran of Noord-Korea met hun al dan niet vermeende nucleaire ambities zijn dus niet alleen ongeloofwaardig, maar zelfs hypocriet.

6. De NAVO vormt samen met andere militaire instellingen de motor van de ontwikkeling van de defensie-industrie. De druk op de lidstaten om de defensiebudgetten voor wapenmateriaal substantieel te verhogen is groot. Nieuwe leden dienen als voorwaarde tot lidmaatschap het militaire apparaat aan te passen. Op termijn heeft dit ongetwijfeld een impact op de defensiebudgetten. Het politieke discours over ontwapening dat aan het eind van de Koude Oorlog werd gevoerd, maakt nu plaats voor een bewapeningsverplichting. Dat is trouwens ook de teneur in het nieuwe Europese Verdrag van Lissabon.

7. De NAVO-uitbreiding en het rakettenschild dat in Polen en Tsjechië wordt gepland zorgt alsmaar voor meer spanningen met Moskou, dat een verborgen agenda ontwaart die tegen Rusland is gericht. De militaire logica wint langzaam veld in de relaties tussen beide mondiale spelers.

Deze probleempunten lijken ons alvast een debat over richting en voortbestaan van de NAVO waard. Jammer genoeg is het met de NAVO net zo gesteld als met de EU. Te ver van ons bed, te complex, te gewaagd en dus geen debat.

Ludo De Brabander, Vrede

Klik hier voor meer informatie over de inzet van de NAVO-top

Deel dit artikel