Waarom werkt 11.11.11 rond natuurlijke rijkdommen

Waarom werkt 11.11.11 rond natuurlijke rijkdommen

De wereldwijde economische groei zorgt voor een permanente toename van de vraag naar grondstoffen. Het merendeel daarvan - olie, gas, metalen, enz. - zijn te vinden in ontwikkelingslanden.

Maar ondanks deze bodemrijkdommen slagen deze landen er niet in duurzaam te ontwikkelen en de armoede terug te dringen. Integendeel, de bevolking draagt de negatieve gevolgen van de mijnbouwactiviteiten.

Deze 'vloek van de natuurlijke rijkdommen' ('resource curse') of de 'paradox van de overvloed' is één van de grootste dilemma's bij de ontwikkelingsvraagstukken.

De vraag op de wereldmarkt naar ertsen, aardolie/gas en hout is de laatste tien jaren sterk toegenomen. Dit zorgde voor een spectaculaire stijging van de grondstofprijzen. Tesamen met een daling van de kosten voor de ontginning, gunstige voorwaarden en het investeringsbeleid van de Wereldbank zorgt dit voor een snelle uitbreiding van concessierechten [1] voor de multinationale bedrijven en voor gigantische winsten.

Ondanks die sterk aangegroeide winstmarges voor bedrijven en toenemende inkomsten voor de overheid van het producerende land, haalt de lokale bevolking – en in vele gevallen ook de bevolking in het algemeen - geen of nauwelijks enig profijt bij de ontginning van deze rijkdommen.

Milieu

De ontginning van grondstoffen heeft ook een enorme impact op het milieu. Miljoenen ha tropisch bos gaan jaarlijks verloren door ontbossing. Overmatig waterverbruik, gebruik van chemische producten en olielekken zorgen voor verzilting van de bodem en vervuiling van zoetwaterbronnen. Dit is niet alleen enorm schadelijk voor de lokale fauna en flora, maar ook voor de landbouw en de gezondheid van de lokale bevolking [2].

Inspraak

Lokale gemeenschappen en inheemse bevolkingsgroepen hebben bovendien geen of nauwelijks inspraak  bij de beleidsbepaling rond ontginning van natuurlijke rijkdommen en de procedure voor toekenning van exploitatierechten. Al deze onrechtvaardigheden zorgen voor een toenemend misnoegen en protest vanwege de bevolking. Hierdoor krijgt men een sterke groei van sociale conflicten [3] in gebieden waar natuurlijke rijkdommen op grote schaal ontgonnen worden.

Corruptie

In een aantal landen neemt ook de illegale exploitatie van ertsen en tropische bossen een aanzienlijke omvang aan. Corruptie bij lokale en nationale overheden is schering en inslag. Vooral in Afrika speelt de illegale ontginning van ertsen een grote rol bij het in stand houden of het aanwakkeren van oorlogen en het uitblijven van concrete resultaten op het vlak van ontwikkeling en armoedebestrijding.

Sterker nog, meestal leidt een sterke afhankelijkheid van de economie van de ontginning van grondstoffen tot grote en toenemende ongelijkheid, corruptie en ondermijning van het degelijk functioneren van staatsinstellingen, en vaak ook tot groeiende armoede en politieke instabiliteit.

Bij een rechtmatigere verdeling van de winsten ten gunste van de lokale bevolking en de globale ontwikkeling van het land, zouden de inkomsten uit de ontginning van natuurlijke rijkdommen in heel veel landen een veelvoud van de officiële ontwikkelingshulp betekenen.

Noten:

[1] Uitbreiding van concessierechten
Sinds het midden van de jaren '90 groeide het aantal concessierechten voor de exploratie en exploitatie van natuurlijke rijkdommen in het Zuiden. Dit heeft verschillende oorzaken.

Door een toenemende vraag verhoogde tussen 2000 en 2012 de gemiddelde grondstoffenprijs van metalen met factor 3, de koperprijs verviervoudigde en de goudprijs verzevenvoudigde sinds 2002.  De mijnbouwindustrie zag hierdoor haar nettowinsten groeien van 5 miljard dollar in 2002 tot 45 miljard dollar in 2006.

Om de export te bevorderen en buitenlands kapitaal aan te trekken creëerden de nationale overheden in het Zuiden extra 'gunstige' voorwaarden voor bedrijven zoals vrijstelling of vermindering van belasting en verlaging van de milieunormen, niet zelden onder druk van financiële instellingen zoals IMF of de Wereldbank. Die laatste verlaagde haar safeguards ter aanmoediging van nieuwe investeringen in de sector van de extractieve industrieën.

De multinationale ondernemingen concentreren veel macht en zetten de regeringen in het Zuiden onder druk door bijv. verschillende landen tegen elkaar uit te spelen; hiermee beogen ze de royalties, andere fiscale lasten en de kosten voor bescherming van het milieu zo veel mogelijk te drukken.

 

[2] Milieu en gezondheid
Er wordt nauwelijks rekening gehouden met de draagkracht van het milieu. Milieu-impactstudies, indien ze uitgevoerd worden, blijven veelal in gebreke.

Jaarlijks gaan er 10,5 miljoen hectaren aan tropisch regenwoud verloren door ontbossing, waarvan ongeveer de helft primair woud.  Ontbossing is zelfs gedurende de periode 2000-2005 nog met 8,5% gestegen in vergelijking met de jaren 90. Voor de periode van 1990-2005 is het verlies van tropisch regenwoud voor enkele landen het volgende:

  • Indonesië: 28 miljoen hectaren of 24% van totale oppervlakte regenwoud
  • Filippijnen: 3,4 miljoen hectaren, 32,2%
  • DR Congo: 6,9 miljoen hectaren, 4,9%
  • Brazilië: 42 miljoen hectaren, 8,1%

De mijnbouwindustrie verbruikt grote hoeveelheden water, soms honderdduizenden liters per dag. Hierdoor drogen rivieren en de grond op, met verzilting tot gevolg. Door het gebruik van chemische producten zoals cyanide bij de ontginning van ertsen raakt het water in de rivieren enorm vervuild. Uiteraard vormt zowel het tekort aan water als de vervuiling ervan een ernstige bedreiging voor de lokale landbouw en de gezondheid van de bevolking.


[3] Inspraak en sociale conflicten
Volgens conventie 169 van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) zijn landen verplicht om inheemse volken te beschermen en te raadplegen over projecten die hun ontwikkeling en habitat aanbelangen. Peru bijvoorbeeld ratificeerde de conventie al in 1994, maar het parlement zette dat pas in 2011 in een wet om.

Vaak krijgt de lokale, inheemse bevolking helemaal geen inspraak bij nieuwe mijnbouwconcessies in hun leefgebied. Dit leidt tot steeds meer sociale conflicten. In Peru waren er in 2009 in totaal 196 sociale conflicten. Daarvan hadden er maar liefst 99 te maken met mijnbouw.

Deel dit artikel