Wat heeft Tsjaad met Soedan te maken?

door Jan Weuts

Tot september 2005 was Jan Weuts urgentiecoördinator van Artsen Zonder Grenzen België. In die hoedanigheid startte hij hulpprogramma’s voor de vluchtelingen van Darfur in Tsjaad en begeleidde hij de activiteiten van AzG in Darfur zelf. Sinds mei 2006 werkt hij als
urgentiecoördinator voor Caritas Internationaal België, waar hij eveneens hij eveneens de Caricas-werking rond Darfur begeleidt.


Darfur?

In juli 2003 kreeg ik een telefoontje van DFID (het Britse Department for International Development), een van de organisaties waarmee Artsen zonder Grenzen samenwerkt), of we niet eens zouden kunnen gaan kijken aan de grens van Tsjaad met Soedan. Ze hadden iets opgevangen van vijandelijkheden in Darfur, en er zou een vluchtelingenstroom op gang gekomen zijn. Het bleek te kloppen, met 150.000 waren ze op komst naar Tsjaad, met verschrikkelijke verhalen, op zoek naar een beetje water, wat beschutting, en vooral veiligheid. Ze hadden hun uitgeput vee voor hen uitgejaagd, honderden kadavers van ezels, schapen hebben we gezien, maar politieke belangstelling, of journalisten in de buurt waren er niet. In Darfur zelf, waren er een paar NGO’s die het drama van dichtbij meemaakten, maar de getuigen waren in die eerste maanden enkel Soedanezen. De regering in Khartoum probeerde op alle manieren buitenlandse hulpverleners uit de regio te weren. Tegen het einde van 2003, waren er een handvol buitenlandse hulpverleners die met hun nationale collega’s, duizenden en duizenden ontheemden probeerden te stabiliseren: water, onderdak, medische zorgen, voedsel en vooral die zucht naar veiligheid.

In augustus 2003 kreeg ik een telefoontje van de VRT of we geen commentaar hadden op het Noord-Zuid vredesakkoord in Soedan. Ik vertelde de journalist dat het vredesakkoord in kwestie nog helemaal niet rond was (we zouden er moeten op wachten tot 9 januari 2005!), en dat er een nieuw conflict woedde in Darfur. Maar dat nieuw conflict paste niet in het plaatje van het vredesakkoord. Het zou nog tot begin 2004 duren vooraleer de "brede"journalistiek zich ging interesseren voor het drama Darfur.

De politieke krachten die de Noord-Zuid vrede bespraken, wilden niet dat een nieuw conflict in Soedan hun vrede kwam verstoren. De bewindhebbers in Khartoum uiteraard niet, ze zagen hun kans schoon om de olie rijkelijk te laten vloeien. De Sudan People's Liberation Army/Movement (SPLA/M), de rebellenbeweging van Zuid Soedan, repte ook met geen woord over Darfur. Zij waren het nochtans die in het verleden het Darfur Liberation Army af en toe wat wapens toestaken. Het conflict in Darfur was niet nieuw, reeds lang vochten de Darfuri’s tegen het centrale bewind om het achterstellen van hun regio aan te kaarten. De sedentaire bevolkingsgroepen (Fur en Massalit) werden reeds langer lastig gevallen door nomadische groepen, vooral in tijden van droogte en gebrek aan graasland. En om de druk op het Zuiden te verlichten, stak de SPLA/M de Darfuri’s geregeld een gewapend handje toe. Voor de VSA stond er toen vooral politiek prestige op het spel, zij waren de stuwende kracht achter deze vredesbesprekingen, niettegenstaande ze weinig directe oliebelangen hadden. De Amerikaanse en westerse oliefirma’s die aan de grond lagen van de oliewinning in Zuid Soedan, hadden onder publieke druk hun belangen verkocht aan Maleisische en Chinese firma’s.

Inmenging

Hoe kwam het dan, dat de Darfuri’s ontdaan van hun SPLA-steun, in februari 2003 zo fel uit de hoek kwamen, dat ze de West-Soedanese stad El Fashir aanvielen, het Soedanese Leger onder de voet liepen, het garnizoen plunderden, en verschillende legervliegtuigen en dito helikopters vernielden op de luchthaven in El Fashir, een gedurfde uithaal die de bewindhebbers in Khartoem in blinde woede heeft doen ontsteken?

Het ‘Darfur Bevrijdings Leger’ had zich begin 2003 een nieuwe naam toegemeten, en een alliantie aangegaan met de Zaghawa’s. Op aanvraag van hun nieuwe vrienden, die toegang hadden tot wapens, zouden ze voortaan het ‘Sudanese Liberation Army/Movement (SLA/M), heetten. De Zaghawa’s, een oorspronkelijk nomadische bevolkingsgroep die zich uitspreidt over Noord-Darfur tot in het Noordoosten van Tsjaad, vormen de machtsbasis van Idris Déby, president van Tsjaad. Niettegenstaande ze maar 1% uitmaken van de Tsjaadse bevolking, controleren ze 100% van Tsjaad. Het was dus niet moeilijk te raden waar de nieuwe wapens vandaan kwamen.

Nu is Idris Déby aan de macht gekomen in Tsjaad, met de steun van Omar El Bashir, president van Soedan. Tot einde 2004 zou niemand aan de wederzijdse loyaliteit van beide heren twijfelen. Toen ik in het voorjaar van 2004 op missie was in Tine (Tsjaad), een stadje op de grens, hingen hun beide portretten nog broederlijk naast elkaar boven het hoofd van de plaatselijke commandant. Bashir heeft zelfs op een zeker ogenblik aan Déby de toelating gegeven om met zijn leger de grens over te steken om zijn Zaghawa broeders in Darfur tot kalmte aan te manen. Maar dit bleek een averechts effect te hebben, zijn troepen kozen de zijde van de rebellen.

Toen in de loop van 2004 een nieuwe rebellenbeweging in Darfur de kop op stak, werd het plaatje wat duidelijker. Deze beweging, de Justice and Equality Movement (JEM) van Khalil Ibrahim, had directe links met Hassan El Turabi, de in ongenade gevallen religieuze leider met wiens hulp Omar El Bashir de Soedanese president geworden was door zijn voorganger Numeiri van de macht te verstoten. Het was ook dankzij Turabi dat Déby in Tjaad aan de macht gekomen was, en Turabi had nog steeds veel invloed op de onmiddellijke omgeving van Déby.

De JEM zocht als enige Darfuriaanse rebellengroep ook toenadering tot de rebellie in Oost Soedan, met de bedoeling een breed front op te starten, om het bewind in Khartoum omver te werpen. Maar die toenadering heeft nooit tot iets geleid. Khartoum heeft midden 2006 trouwens een vredesakkoord gesloten met die oppositie in het Oosten, een feit dat weinig weerklank heeft gevonden in de internationale pers. De laatste berichten omtrent JEM zijn dat ze nu volledig ten dienste staan van president Déby, om hem in het zadel te houden, en sommige kwatongen beweren dat dit logisch is. Volgens hen zijn 98% van de strijders van JEM, soldaten van het Tsjaads leger. Khalil Ibrahim probeerde nog iets op poten te zetten met het National Redemption Front, maar zoals we zullen zien is het nu versnippering alom.

Escalatie

Ondertussen vond het regime in Khartoum dat zijn centraal gezag werd bedreigd, en ontbond zijn duivels. Bombardementen op dorpen, gevolgd door raids van het leger en van de ‘janjaweed’ zorgde voor een volksverhuizing van 2 miljoen mensen. Terecht werd de crisis in Darfur uitgeroepen tot de grootste humanitaire crisis, en onder druk van de internationale gemeenschap liet het Soedanese bewind voldoende humanitaire hulp binnen om de toestand te stabiliseren. Voor een deel ook uit eigenbelang, want steden als El Fashir, El Geneina en Nyala kreunden onder de last van de gevluchte plattelandsbevolking.

Tot in mei 2006 was ook de bijdrage van de soldaten van de Afrikaanse Unie een zegen voor hulpverleners en de getroffen bevolking. Met de nodige financiële steun van de Verenigde Staten en de Europese Gemeenschap, hadden ze hun antennes uitgezet, en verzorgden ze de contacten tussen het Soedanese Leger en de drie actieve rebellenbewegingen. Een hulpverlener vertelde me dat het toen mogelijk was het binnenland in te trekken: je ging naar het bureel van de Afrikaanse Unie en daar vond je vertegenwoordigers van de drie rebellenbewegingen en van het leger en de janjaweed. Je legde je reisplannen voor, de rebellenvertegenwoordigers verwittigden hun wapenbroeders dat je hun gebied doorkruiste en je kon je werk doen.

Tijd voor een vredesverdrag dacht iedereen toen en de drie rebellenbeweging (de SLA/M was ondertussen opgesplitst) werden uitgenodigd: Justice and Equality Movement, en de twee SLA/M fracties. De vertegenwoordiger van de Fur in de vroegere SLA/M, Abdelwahid el Nur had zich inderdaad ontdaan van Minni Minawi, een Zaghawa. Naast JEM, waren er dus SLM/Nur en SLM/Minnawi.

Onder tijdsdruk werd er slechts één rebellenbeweging bereid gevonden de vredesovereenkomst van Abuja op 5 mei 2006 te ondertekenen: SLM/Minnawi. Minni Minawi zag zich gepromoveerd tot 4de vice-president en zijn troepen werden ingelijfd bij het Soedanese leger. Dat was het dan! De gevolgen zouden onoverzichtelijk blijken te zijn. In een onmiddellijke reactie sprak Alex De Waal, die deel uitmaakte van de delegatie van de Afrikaanse Unie, van een regelrechte sabotage. Er kan geen vrede zijn in Darfur zonder de handtekening van Abdel Wahid El Nur, leider van de grootste rebellenbeweging, en pur sang vertegenwoordiger van de Darfuri’s.

Versnippering

De rebellenvertegenwoordigers in de burelen van de Afrikaanse Unie verdwenen, en interne strijd zorgde voor een opsplitsing van de overgebleven bewegingen: in plaats van 3 bewegingen, staken er nu 10 gewapende groepen de kop op. Gedaan met vrijgeleides voor humanitaire werkers in rebellengebied, en een spectaculaire toename van bruut banditisme van alle kanten: janjaweed, leger maar ook vanwege de rebellen. Voor de vredestroepen van de Afrikaanse Unie zag het er ook slecht uit: de financiële steun van de Verenigde Staten en Europese Gemeenschap werd stopgezet, dan uiteindelijk weer toegezegd tot het einde van 2006. Maar ondertussen had de megafoon-diplomatie van Bush en Blair de overhand genomen: VN-resolutie 1706 riep op voor een VN-vredesmacht, maar Bashir zou ze nooit binnenlaten. Ook weer zes maanden verloren tot het akkoord over de hybride VN-AU vredesmacht tot stand kwam. Niettegenstaande de harde taal van Bush en Blair aan het adres van Bashir, liepen hun geheime diensten toch geregeld langs bij Abdullah Gosh, de man van de veiligheid in het bewind van Bashir. Maar dat kadert dan weer in de oorlog tegen het terrorisme (nog een ander verhaal).

Ook de vijandelijkheden tussen het Soedanese Leger en de rebellen namen toe, en tot tweemaal toe brachten vooral Zaghawa-troepen zware verliezen toe aan het Soedanese leger. Het was overduidelijk dat de aanval georchestreerd was vanuit Tsjaad, want de gevangen genomen Soedanese soldaten belandden in de Tsjaadse militaire kampen in Bahai en Tine. Deze zoveelste inmenging van Tsjaad in het conflict van Darfur, heeft uiteindelijk geleid tot de toestand die we nu kennen: Bashir is in het tegenoffensief gegaan en ondersteunt actief oppositiegroepen van Déby in Tsjaad maar ook in de Centraal Afrikaanse Republiek. Hadden we geluisterd naar de mompelende bevolking in Ndjamena in 2004, we hadden misschien een drama kunnen voorkomen. Toen al verklaarden ze hun president voor gek: Patassé in de Centraal Afrikaanse Republiek aanvallen en vervangen door Bozizé, dat is één ding, maar Soedan aanvallen! Tot tweemaal toe heeft het Franse Leger président Déby gered.

Vrede in Soedan kan enkel als je de tegenstellingen in gans het land wil oplossen, tenzij je het land in zijn huidige vorm wil opdelen natuurlijk.

Soedan heeft ongelooflijk veel potentieel: intellectueel, agrarisch, grondstoffen, water en petroleum. China heeft dit potentieel gezien, en dat strijkt tegen de haren van die andere Westerse grootmacht.

(Uit: Uitpers, nr 87, 8ste jg., juni 2007)

Dit artikel verscheen eerder in "Vrede. Tijdschrift voor internationale politiek", 50ste jg., nr. 385, mei-juni 2007. Voor Vrede, zie ook www.vrede.be

 

Vrede DOOR:

Deel dit artikel