Wereldvoedseldag 2012: Hoe kleine boeren grote verschillen maken


fao wereldvoedseldag
16 oktober 1945: de Wereldvoedselorganisatie wordt opgericht.

16 oktober 1979: de eerste Wereldvoedseldag is een feit. Elk jaar opnieuw zullen honderden landen op 16 oktober stilstaan bij de hongerproblematiek in de wereld.

16 oktober 2012: de 23e editie van de Wereldvoedseldag vindt plaats. Er is nog steeds honger in de wereld, en daar moet iets aan gedaan worden.

Wereldvoedseldag: de kleine boer maakt het verschil



Honger? Produceren maar!

Wie honger zegt, denkt al snel aan te weinig voedsel. Meer voedsel produceren lijkt dan een logische oplossing. De realiteit zit echter anders in elkaar. Er wordt al genoeg voedsel geproduceerd op de hele wereld, en toch zijn er nog ongeveer 900 miljoen mensen met honger. Hoe dat kan?

Wel, deze mensen hebben honger omdat ze arm zijn. Ze kunnen zelf niet voldoende produceren en hebben het geld niet om voedsel te kopen. Maar dat is eigenlijk geen nieuws. Het werd 40 jaar geleden ook al vastgesteld ... We kunnen uiteraard meer voedsel produceren, maar dat zal weinig veranderen. Tenzij de mensen die vandaag honger hebben ook betrokken worden.


Het platteland heeft honger

Drie vierde van de mensen met honger woont op het platteland. Een aantal onder hen produceert een beetje voedsel op een klein marginaal stukje land. Anderen zijn landloos en kunnen in het beste geval iets verdienen door af en toe als seizoensarbeider te werken op de grond van andere boeren.

Als we een beleid voeren rond voedselzekerheid is het belangrijk om deze groep mensen te betrekken. Door de juiste investeringen en het juiste beleid kan hun 'familiale landbouw', waarbij de boeren vooral gewassen telen voor eigen gebruik, er sterk op vooruit gaan.

Het gevolg? De boeren gaan meer produceren. Dat betekent niet alleen dat er meer voedsel is voor hun families, maar ook dat ze (meer) voedsel kunnen verkopen op de markt. Hierdoor hebben de boeren een klein extra inkomen waarmee ze bijvoorbeeld het schoolgeld van hun kinderen kunnen betalen of voedsel kunnen kopen als ze zelf geen voorraad meer hebben. Ze hebben dus meer eten én de lokale economie wordt aangezwengeld. Twee vliegen in één klap!


Meer ... en groter

Aan grootse plannen en goede bedoelingen rond landbouw in het Zuiden is er de laatste jaren geen gebrek. Maar niet al die plannen zijn even verstandig. Zo worden grootschalige landbouw en hogere productie nog altijd opgevoerd als de oplossing om honger aan te pakken. Meer land in gebruik nemen dus, maar ook meer monoculturen (wat betekent dat er slechts 1 gewas wordt geteeld), meer biobrandstoffen, meer veevoeder, meer export, meer brandstofgebruik, ...

Maar als we kijken naar de lijst van kwalen waar de grootschalige landbouw mee geconfronteerd wordt, en waarvoor ze trouwens zelf verantwoordelijk is, dan zien we dat die steeds langer wordt: watervervuiling en -schaarste, klimaatverandering, het afbrokkelen van biodiversiteit, de dalende vruchtbaarheid van de grond, ontbossing, ... Het is dus een model dat niet zomaar gekopieerd mag worden.


Wie het kleine niet eert ...

Er zijn gelukkig alternatieven. Agro-ecologie is er daar één van. Deze methode vertrekt vanuit een ecologische invalshoek: voldoende produceren, en tegelijk de natuurlijke hulpbronnen beschermen. Ze wil dus niet enkel de opbrengst van een plant optimaliseren, zoals bij grootschalige landbouw het geval is, maar het hele landbouwsysteem. Via agro-ecologie is het zelfs mogelijk om de productie in bepaalde gebieden in 10 jaar tijd te verdubbelen.

De negatieve gevolgen van grootschalige landbouw worden vermeden en miljoenen kleinschalige boeren kunnen hun productie verhogen. Dat lukt enkel onder 2 voorwaarden: enerzijds moeten lokale overheden, internationale organisaties en de internationale politiek investeren in zo'n landbouwmodel, en anderzijds moeten de lokale en regionale markten de tijd en ruimte krijgen om te groeien.


Wereldvoedseldag

Wereldvoedseldag staat dit jaar in het teken van 'landbouwcoöperatieven als sleutel om de wereld te voeden'. Organisaties die kleine boeren verenigen, dat is wat telt. Enkel door zich te verenigen, kunnen hun belangen verdedigd worden.
Ook Broederlijk Delen investeert in kleine boeren en geeft hen zo een kans in hun strijd tegen de honger. Uiteindelijk is het toch de landbouwer die telt, eerder dan de landbouw.

Jo Dalemans
Broederlijk Delen DOOR:

Deel dit artikel