Wie geen elektriciteit heeft hoeft het licht niet van de Wereldbank te verwachten

Wie geen elektriciteit heeft hoeft het licht niet van de Wereldbank te verwachten

1,3 miljard mensen of bijna één op vijf heeft vandaag geen toegang tot elektriciteit. Nog eens 1 miljard mensen moet rekening houden met dagelijkse onderbrekingen en een zeer onbetrouwbaar elektriciteitsnet.

Met het 'duurzame energie voor allen-initiatief' wil de VN tegen 2030 de energiearmoede de wereld uit helpen. De Wereldbank (WB) is een belangrijke promotor van het initiatief maar helaas blijkt dit niet in de praktijk: de bank investeert nauwelijks in de bestrijding van energiearmoede. Wie in Afrika en op het platteland woont kan maar beter een kaarsje branden.

2,3 miljard mensen zit in energiearmoede. Met geen of onbetrouwbare elektriciteitstoevoer. 1,4 miljard onder hen zullen in de volgende 15 jaar geleidelijk aan toegang krijgen tot elektriciteit. Dat is veel, maar in het licht van de te verwachten bevolkingstoename en bij ongewijzigd beleid zou tegen 2030 nog steeds 12% of 1 miljard van de wereldbevolking geen toegang hebben tot elektriciteit. Zo goed als een status quo en ver weg van een uitroeiing van energiearmoede.

Meer dan 95% van de mensen zonder elektriciteit leeft momenteel in Sub-Sahara Afrika of in Azië en 84% hiervan woont in rurale gebieden. 2 op 3 Afrikanen hebben geen toegang tot elektriciteit; in een land als DR Congo loopt dit zelfs op tot 89% van de bevolking.

Gemiddeld is amper 9% van de energie-investeringen van de Wereldbank in de afgelopen jaren (2011-2014) gericht op toegang tot energie. Voor een instelling die armoedebestrijding als hoofddoel heeft een teleurstellend resultaat.

De meeste mensen zonder toegang tot elektriciteit leven in Sub-Sahara Afrika en Zuid-Azië (cijfers 2010 in miljoenen)

Niet voor de armsten

Om iedereen van energie te voorzien zijn volgens berekeningen van het Internationaal Energieagentschap (IEA) zware investeringen nodig: 48 miljard dollar per jaar. Daarvan moet 60% naar Afrika gaan en 38% naar Azië.

Uit onderzoek van 11.11.11 blijft dat de Afrikaanse of Aziatische man en vrouw zonder elektriciteit allerminst een prioriteit zijn voor de Wereldbank. Gemiddeld is amper 9% van de energie-investeringen van de Wereldbank in de afgelopen jaren (2011-2014) gericht op toegang tot energie. Voor een instelling die armoedebestrijding als hoofddoel heeft een teleurstellend resultaat. Volgens eigen onderzoek zou in de laatste 15 jaar amper 1,5% van de energieportefeuille naar gedecentraliseerde energievoorziening gaan, oftewel naar elektriciteit die de arme plattelandsbevolking bereikt en er bij uitstek op gericht is de energiearmoede op te heffen.

De Wereldbank gaat eerder op zoek naar makkelijk te verwezenlijken projecten dan naar manieren om de armsten te bereiken.

Makkelijk te realiseren

De Wereldbank focust in zijn energiebeleid bovendien duidelijk op grote projecten gericht op een gecentraliseerde energievoorziening. De bank gaat eerder op zoek naar makkelijk te verwezenlijken projecten dan naar manieren om de armsten te bereiken. Zo gaat dwars tegen het advies van het IEA in het grootste deel van de investeringen naar grote 'on-grid' projecten (75%), terwijl dat volgens het IEA slechts 36% moet zijn indien men de energiearmoede effectief wil bestrijden.

Bovendien richt de bank haar energiewerk voor het grootste deel op landen die al een hoge of universele elektrificeringsgraad hebben. Slechts 22% van de investeringen van de publieke arm en 6% van deze van de privéarm komen terecht in landen die het het meest nodig hebben.

Wereldbank-investeringen in gedecentraliseerde energievoorziening

Paradigmashift nodig

Voor 11.11.11 is een paradigmashift binnen de Wereldbank dringend nodig. In plaats van te focussen op grote gecentraliseerde en makkelijk te realiseren projecten dient drastisch overgeschakeld op projecten die de plattelandsbevolking bereiken in landen die effectief met een lage elektrificeringsgraad kampen.

België kan bij deze overschakeling helpen door hierop te hameren bij de Wereldbank. Ons land neemt in de WB een belangrijke positie in en kan daadwerkelijk wegen op het WB-beleid. Dat kan door in eerste instantie onze visie op het WB energiebeleid te expliciteren, deze in de raad van bestuur te verdedigen en er nauwlettend op toe te zien dat het management de paradigmashift in de praktijk brengt. Daarvoor vraagt 11.11.11 wel een grotere transparantie: "Vandaag weten noch wij noch het parlement wat de Belgische standpunten zijn."

11.11.11 DOOR:

Dit 11.dossier is het tweede deel van een publicatie over het energiebeleid van de Wereldbank.

In het eerste deel onderzochten we of de WB vandaag een fossiel- dan wel een klimaatbank is en welke manieren van energieproductie de WB daadwerkelijk stimuleert. Hieruit bleek dat zijn energieportfolio nog steeds een te grote nadruk legt op investeringen in fossiele brandstoffen.

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels