Wie profiteert van de natuurlijke rijkdommen in Latijns-Amerika?

Lima, 19 mei 2008 - De staats- en regeringsleiders van de Europese Unie, Latijns-Amerika en de Caraïben moeten een duurzaam gebruik van de natuurlijke rijkdommen waarborgen in het belang van hun burgers. De lidorganisaties van het CIDSE-netwerk (internationaal netwerk van organisaties met een vastenactie, waar ook Broederlijk Delen lid van is) en hun partnerorganisaties in Latijns-Amerika vragen de staats- en regeringsleiders van de Europese Unie (EU), en de Latijns-Amerikaanse en Caraïbische Staten (LAC) om opheldering: wie profiteert er van de natuurlijke rijkdommen?

Op 6 en 17 mei 2008 kwamen de staats- en regeringsleiders van de EU en de LAC samen naar aanleiding van de vijfde EU-LAC Top in Lima, Peru. Hoofddoel van de top was het intensifiëren van de handel. De lidorganisaties van CIDSE en hun Latijns-Amerikaanse partnerorganisaties, waarschuwen echter. Als er geen serieuze voorzorgsmaatregelen worden genomen zullen deze handelsrelaties de ongelijkheid alleen maar vergroten, in plaats van bij te dragen tot het economische en sociale welzijn van de bevolking.

De bodem van de Latijns-Amerikaanse landen zit vol met natuurlijke rijkdommen. Hierdoor behoren ze tot de groep van potentieel rijke landen. Nochtans staan deze rijkdommen in schril contrast met de steeds groter wordende armoede bij de lokale bevolking.

De natuurlijke rijkdommen van een land moeten worden gebruikt in het belang van de inwoners. Daarvoor is het onder andere nodig om een duidelijk beleid te voeren en een bindend wettelijk kader te scheppen. Alleen zo wordt een effectieve controle op de ontginning van natuurlijke rijkdommen mogelijk. De bedrijven moeten verantwoordelijk worden gesteld voor hun daden en voor het ontginningsgebied waarin ze actief zijn.

De sociale bewegingen van Latijns-Amerika eisen met recht en rede dat men bij de besluitvorming rond de ontginning van natuurlijke rijkdommen in hun gebieden rekening houdt met de mening van de lokale bevolkingsgroepen. Deze sociale bewegingen worden bij hun protest in sterke mate gecriminaliseerd omwille van hun positie. Toch herhalen ze enkel een recht dat expliciet staat vermeld in Conventie 169 van de IAO (Internationale Arbeidsorganisatie). Deze conventie bepaalt dat: “de regeringen de bevolkingsgroepen in kwestie moeten consulteren, middels daartoe geëigende procedures en in het bijzonder via hun vertegenwoordigende lichamen, telkens wanneer er wettelijke of bestuurlijke maatregelen worden genomen die hun leven direct beïnvloeden”.

Pedro Landa van Caritas Honduras onderstreept “de nood aan toestemming van de betrokken bevolkingsgroepen voor het gebruik van hun natuurlijke rijkdommen, die moet gebaseerd zijn op duidelijke, volledige en transparante informatie. Dit is de verantwoordelijkheid van de overheden … zowel in het Zuiden als in Europa en de rest van de wereld.”

Meer info:
Lees het verslag van de studiedriedaagse over mijnbouw in Latijns-Amerika

Deel dit artikel