Wil de minister het Zuiden betalen voor onze CO2-overlast?

Vandaag buigen specialisten zich over de klimaatcrisis tijdens een groots opgezette academische conferentie in Brussel. Niets nieuws? Toch wel: het is een initiatief van minister van Ontwikkelingssamenwerking Charles Michel (MR), en dus wordt in ons land voor het eerst met een “ontwikkelingsbril” gekeken naar de klimaatproblematiek.

Terecht, want de armste mensen uit de armste landen zullen het zwaarst worden getroffen door de gevolgen van de klimaatcrisis, bleek uit het jongste rapport van het VN-klimaatpanel en Nobelprijswinnaar voor de Vrede IPCC.

De meest kwetsbare mensen in het Zuiden, het merendeel landbouwers, zijn immers afhankelijk van hun natuurlijke omgeving om te overleven. In Afrika zullen vruchtbare landbouwgronden verdwijnen. De opbrengst van de landbouw zal tegen 2020 in sommige landen met de helft dalen. En bij een globale temperatuurstijging van 2°C zullen zo’n 3,5 miljard mensen geen of weinig toegang hebben tot water. Cynisch voor wie beseft dat rijke industrielanden verantwoordelijk zijn voor 80 procent van de totale CO2-uitstoot. Europa is goed voor 38 procent, terwijl India instaat voor slechts 2 procent en China voor 8 procent.


De druk op deze nieuwe groeistaten om een klimaatbeleid te voeren, groeit. Een verdere stijging van de globale CO2-uitstoot tussen 2000 en 2030 zal inderdaad vooral van landen als China en India komen. Maar wie de uitstoot per inwoner bekijkt, stelt vast dat de CO2-uitstoot van een VS-onderdaan nog steeds 20 keer hoger is dan die van een Indiër. Duidelijk een ecologische schuld van het Noorden ten opzichte van het Zuiden. Bovendien dreigt een kwart van de investeringen in infrastructuur, landbouw en gezondheidszorg een maat voor niets te worden als ze niet anticiperen op de klimaatcrisis, stelt dan weer de Wereldbank.

Een drastische vermindering van de uitstoot van de industrielanden blijft dan ook de absolute prioriteit. Hiervoor is een ambitieus beleid van energie-efficiëntie en energiebesparing nodig. Dat wil zeggen dat we niet de gemakkelijke weg mogen opgaan, zoals nu gebeurt. Zo wil Europa dat de transportsector 10 procent biobrandstoffen gebruikt, maar het vergeet de impact van dit streefdoel op het Zuiden, waar de meeste energiegewassen zullen worden geteeld. Een grote auto voltanken met ethanol kost evenveel graan als nodig is om iemand een jaar lang te voeden. De voedselonzekerheid en de honger zullen dan ook door stijgende voedselprijzen verdubbelen tegen 2015, zeggen de Verenigde Naties, terwijl die, in het kader van de millenniumdoelstellingen, net ijveren voor een halvering van het aantal mensen met honger.

Industrielanden geven ook een te gemakkelijke invulling aan de zogenaamde flexibele mechanismen om hun Kyotodoelstelling te realiseren, zoals het Clean Development Mechanism (CDM). Op zich biedt CDM kansen: voor de industrielanden is het vaak goedkoper om elders te investeren in CO2-reductie; in  ontwikkelingslanden zorgt dit voor investeringen en technologieoverdracht. Maar in werkelijkheid wordt nauwelijks geïnvesteerd in projecten met toegevoegde waarde voor de lokale bevolking. Slechts 1,4 procent van de projecten heeft het verbeteren van de energie-efficiëntie als doel. Nog minder projecten hebben oog voor de bredere ontwikkelingsdoelstellingen van de lokale bevolking. De CDM-projecten zijn ook slecht gespreid. De armste Afrikaanse landen vallen bijna helemaal uit de boot. Investeerders gaan liever waar er goede infrastructuur en weinig risico’s zijn.

Het VN-energieprogramma stelt dat nog steeds 1,6 miljard mensen geen toegang hebben tot elektriciteit. Tegelijk wordt van hen een “koolstofarme ontwikkeling” verwacht. Terecht, maar gezien deze energiearmoede is dit een extra moeilijke opgave. De Britse econoom Nicholas Stern schat dat hiervoor minstens 20 tot 30 miljard dollar per jaar nodig is, geld dat ontwikkelingslanden niet hebben. Op de VN-Klimaatconferentie in Bali, eind 2007, toonden deze landen grote betrokkenheid voor een globaal klimaatbeleid. Ze stelden ook dat hun inspanningen afhangen van financiële en technologische steun vanuit industrielanden. Ontwikkelingssamenwerking kan een belangrijke rol spelen in advisering en samenwerking rond kennisoverdracht, onderzoek en ontwikkeling. Ook kan ze bijdragen om de enorme opslagcapaciteit van broeikasgassen in ontwikkelingslanden te behouden of te verhogen. Dit kan door ontbossing en bodemaftakeling te voorkomen en te zorgen voor herbebossing. En door te kiezen voor duurzame landbouw.

Vandaag al probeert het Zuiden zich aan te passen aan klimaatverandering. Zuid-Afrikaanse boeren schakelen over op gewassen bestand tegen variabele regenval. Bengalezen bouwen drijvende groentetuinen om hun voedsel te beschermen tegen overstromingen. In Vietnam plant men dichte mangroves aan om dorpen te beschermen tegen tropische stormen.
Maar de klimaatcrisis vergt bijkomende middelen. Oxfam International schat de kosten van aanpassing in het Zuiden op 50 miljard dollar per jaar. Echter, het Global Environmental Facility, het belangrijke globale fonds ter ondersteuning van klimaatmaatregelen in het Zuiden, ontving slechts 177 miljoen dollar. Bijkomende steun uit het Noorden voor aanpassingsmaatregelen die ontwikkelingslanden moeten beschermen tegen de nadelige gevolgen van de klimaatcrisis is dus nodig.

We hopen dat het initiatief van minister Michel uitmondt in een ambitieus beleid. In het algemeen echter komt het Noorden zijn beloftes niet na om financiële middelen vrij te maken voor duurzame ontwikkeling in het Zuiden. Slecht vijf landen hebben tot nu toe de in 1970 beloofde 0,7 procent van hun BNP aan ontwikkelingssamenwerking besteed. België is daar niet bij. Voor de minister stelt zich verder de opdracht om elk programma van ontwikkelingssamenwerking als het ware klimaatbestendig te maken. Zo niet dreigt elke investering in het Zuiden gewoonweg een maat voor niets te worden. Het budget van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking moet dus niet worden verminderd, zoals de minister recent heeft beslist, maar verhoogd.

Koen Van Bockstal & Els Keytsman
Oxfam-Wereldwinkels

Deel dit artikel