Zuidoost-Azië beknibbelt niet meer op sociale uitgaven

Landen als Indonesië en de Filipijnen zijn ondanks de crisis niet gaan bezuinigen op sociale programma's. Bij de Aziatische crisis van 1997 was dat wel het geval, met dramatische gevolgen voor arme gezinnen. De Wereldbank, het Internationaal Monetair Fonds en de landen van Zuidoost-Azië lijken hun les te hebben geleerd.

De korte maar hevige crisis van 1997 deed miljoenen mensen in Zuidoost-Azië hun baan verliezen. Prompt schoot de kinderarbeid omhoog ? arme gezinnen moesten alle zeilen bijzetten om genoeg eten op tafel te krijgen. Maar nu is de nood blijkbaar minder groot.

"De regeringen herhalen de fouten van 1997 niet", stelt Gyorgy Sziraczki, een leidende econoom van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO). "Toen sneden ze in de sociale uitgaven, en dat leidde er mee toe dat er meer kinderarbeid kwam." Nu zijn er regeringen die net meer beginnen uit te geven aan sociale programma's.

Beloning voor schoolbezoek

Dit jaar breidde Indonesië een programma uit dat arme gezinnen sinds 2007 een uitkering geeft en hen onderwijs en artsbezoeken helpt te betalen. Alleen gezinnen die hun kinderen geregeld naar school sturen en vaak genoeg bij de dokter langsgaan, komen in aanmerking voor de steun. Meer mensen doen een beroep op het programma omdat veel arbeiders in exportbedrijven door de crisis hun werk hebben verloren.

De Filipijnse regering deed net hetzelfde: een programma uit 2007 dat zwangere vrouwen en jonge moeders moet aanmoedigen meer voor hun gezondheid te doen en hun kinderen naar school te sturen, werd dit jaar uitgebreid.

De Filipijnen en Indonesië trokken elk vier procent van hun relancebudget uit om de sociale bescherming van zwakke bevolkingsgroepen te verbeteren.

Dat was in 1997 heel anders: toen bespaarden de twee landen op hun sociale uitgaven. Volgens Szirackzi is de ommezwaai ook te danken aan de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds. In 1997 dwongen die de landen die ze hielpen in ruil daarvoor hun overheidsuitgaven zwaar terug te schroeven, onder meer in de sociale sector. Nu reppen ze met geen woord over het verlagen van de sociale uitgaven.

Volgens de Wereldbank pompten dit jaar naast Indonesië en de Filippijnen ook Maleisië, Thailand, Laos en Cambodja meer geld in onderwijs en gezondheidszorg.
De sociale uitgaven in Thailand bedragen volgens de Bank 1,5 procent van het Thaise bruto binnenlands product. Maleisië haalt zelfs 9 procent.

Toch meer kinderarbeid

Toch komt de crisis hard aan voor veel mensen in Zuidoost-Azië. De export van industriegoederen liep de eerste zeven maanden van dit jaar met 30 procent terug in Vietnam en met bijna 40 procent in Indonesië. Filipijnse bedrijven zagen in het eerste kwartaal van dit jaar de vraag naar halfgeleiders en elektronica met 60 procent dalen.

Volgens onderzoek van de ILO leidt dat toch ook weer tot een stijging van de kinderarbeid in landen als de Filipijnen, Thailand en Indonesië. Volgens de ILO werken er in Azië en de regio van de Stille Oceaan ongeveer 120 miljoen kinderen die jonger zijn dan vijftien. Dat is bijna een vijfde van de 650 miljoen kinderen die in de regio leven.

BRON:
IPS

Deel dit artikel