Zwak akkoord in Lima, maar goed klimaatakkoord in Parijs blijft haalbaar

hayan filipijnen jongen boomstronk water
[Foto: In 2013 werden de Filipijnen hard getroffen door typhoon Hayan, een gevolg van klimaatverandering]

De 195 landen die in december vorig jaar deelnamen aan de VN-klimaattop in Lima geraakten het uiteindelijk eens over de contouren van een wereldwijd klimaatverdrag dat eind dit jaar op de klimaattop in Parijs moet worden beklonken. Maar de naam van het akkoord,  ' Lima call for action', zegt genoeg. Het werd een minimaal akkoord met te veel vrijblijvende formuleringen.

Toch ligt een ambitieus, bindend en evenwichtig klimaatakkoord binnen handbereik, maar dan zal  deze 'oproep'  moeten worden vertaald naar sterke nationale engagementen, zoniet komt een mislukking gevaarlijk dichtbij.

Werk aan de winkel dus, ook voor België.

Zwakke slottekst

Het zag er nochtans niet slecht uit. De frisse wind van de VN-klimaattop in New York, de wereldwijde klimaatmarsen, het vijfde alarmerende IPCC-rapport, en de recente bemoedigende berichten uit China en de VS, konden de onderhandelaars echter niet verzilveren in sterke resultaten.

De slottekst bevat slechts vage criteria voor nationale doelstellingen voor CO2-reductie. En belangrijke besluiten voor een rechtvaardig klimaatakkoord werden op de lange baan geschoven.

De uitkomst van Lima weerspiegelt evenmin de groeiende publieke steun voor de transitie van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energiebronnen. Die transitie moet nochtans dringend versnellen.

De naam van het akkoord ' Lima Call for Climate Action' zegt genoeg. Wij hadden in plaats van een ‘oproep tot klimaatactie’ liever ‘engagementen voor klimaatactie’ gelezen.

Lima zet geen bakens uit voor een wereldwijde gecoördineerde aanpak van de klimaatproblematiek,  ondanks de vraag van de wetenschap en de behoeften van de mensen, niet in het minst de meest kwetsbare landen in het Zuiden.

Ook de hevige discussies tussen de geïndustrialiseerde landen en de ontwikkelingslanden in al hun diversiteit zijn nog niet beslecht.

De ‘Lima Call for Climate Action’ onder de loep

Op de agenda voor de onderhandelingen in Lima stonden vier belangrijke discussiepunten:

  1. Wat komt er in het nieuwe mondiale klimaatakkoord te staan?

  2. Hoe zal elk land zijn nationale bijdragen op tafel moeten leggen?

  3. Welke concrete vooruitgang wil men nog boeken in de periode tot 2020?

  4. Daarnaast vormde klimaatfinanciering, die de ontwikkelingslanden het hoofd moet helpen bieden aan klimaatverandering, een belangrijk discussiepunt.

De resultaten van de drie eerste discussiepunten zijn opgenomen in de Lima Call for Climate Action, het belangrijkste besluit van de conferentie.


Welke resultaten zijn er op deze punten geboekt?

  1. Er is enige vooruitgang geboekt in de uitwerking van ‘elementen’ voor een nieuw mondiaal akkoord eind volgend jaar in Parijs. Die zijn opgenomen in een 'elemententekst’ die toegevoegd bij de zwakke slottekst. Daardoor liggen  nog heel wat ‘opties’ open. De strijd voor de beste ‘opties’ zal een ambitieus klimaatakkoord in Parijs maken of kraken.

  2. In het besluit van Lima staat dat alle landen basisinformatie moeten indienen over de klimaatacties die zij van plan zijn op te nemen in het ‘Akkoord van Parijs’.

    De landen  bepalen m.a.w. zelf hun huiswerk voor Parijs. En dat zonder een gemeenschappelijk tijdschema en zonder concrete, verplichte richtlijnen over wat landen op tafel moeten leggen in de aanloop naar het klimaatakkoord.

    Er is alleen in vage bewoordingen afgesproken aan welke informatie-eisen de bijdragen best voldoen om ‘duidelijk, transparant en begrijpelijk’ te zijn. Op basis van die informatie zal de wereld moeten beslissen of de bijdragen voldoende en fair zijn.

    Waar aanvankelijk nog sprake was van een ‘beoordelingsproces’ om de billijkheid en de adequaatheid van de nationale bijdragen na te gaan, zal nu enkel het globale effect van alle nationale doelstellingen samen worden beoordeeld.  Dat is o.a. het gevolg van de druk van China en India.

    Ook worden die nationale engagementen niet getoetst aan wat volgens de klimaatwetenschap nodig is om onder de kritische grens van de 2 °C en liever nog  onder de 1,5 °C te blijven.

    Deze getuigt van onvoldoende milieuambitie. Landen mogen wel/alleen niet méér vervuilen dan hun voorgaande engagementen toelaten.

  3. De ambitie om méér inspanningen te leveren om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen nog vóór het nieuwe akkoord in 2020 van kracht wordt, is niet vertaald naar een tastbaar actieplan.

    In expertenvergaderingen wordt wel verder gewerkt aan een plan om toch nog onder de 2 °C opwarming te blijven.

  4. Ten slotte staat in  het akkoord van Lima geen duidelijke eis aan de rijke landen om klimaatverandering te financieren.

    Evenmin is er een duidelijke routekaart voor een groeipad naar de 100 miljard dollar per jaar beloofde middelen tegen 2020.

    België deed op de valreep een duit in het zakje en beloofde 51, 6 miljoen euro voor 2015 aan het Groene Klimaatfonds van de VN, maar zonder enig engagement voor de  volgende jaren. De Vlaamse regering droeg helemaal niets bij.

    Hoewel het Groene Klimaatfonds nu de eerste kaap van 10 miljard dollar rondde, is dat ontoereikend om de lage koolstofontwikkeling te stimuleren en te voldoen aan de dringende adaptatiebehoeften van de meest kwetsbare landen. Deze behoeften worden op honderden miljarden dollars geraamd.

Blijvend strijdpunt: wie moet wat doen

Alle landen rond de tafel zullen een stevige inspanning moeten leveren. Dat staat buiten kijf. Maar wat ieder land kan en wil bijdragen verschilt nog altijd sterk.

De ontwikkelde landen kunnen resoluut actie ondernemen tegen het klimaatprobleem dat door hen is veroorzaakt en waar ze nog steeds het meest toe bijdragen. Toch laat de keuze voor die ommekeer op zich wachten.

De vraag van de ontwikkelingslanden om differentiatie werd ingewilligd. Dit betekent dat sommige rijkere landen - die meestal een grotere historische verantwoordelijkheid dragen – meer kunnen bijdragen dan andere armere landen.

Rijkere landen hebben meer mogelijkheden om in duurzame transitie te stappen, door investeringen in hernieuwbare energie en energiebesparing. Armere landen hebben hiervoor niet voldoende middelen en moeten geholpen worden om duurzamer te ontwikkeling. Weg van de vervuilende fossiele brandstoffen.

Maar wat juist de invulling van ‘equity’ en van een ‘billijke’  bijdrage moet zijn, ligt nog op de onderhandelingstafel. 

Interessante voorstellen, onder andere van opkomende economieën als Brazilië en Zuid-Afrika, vielen niet in dovemansoren. Die voorstellen maken komaf met de duale visie tussen ‘rijke en arme landen’.

In het huidige systeem bepaalt elk land zelf welke bijdrage het fair acht. Niemand weet wat hij van de ander kan verwachten en vooral de ontwikkelingslanden tasten daardoor in het duister. Daardoor verkleint het belang om voor het oog van de wereld een sterk engagement te tonen.

Meest kwetsbare landen en ngo’s een beetje gehoord

Op de top werd overeengekomen om adaptatie, de aanpassing ten gevolge van klimaatverandering, meer op gelijke voet te zetten met mitigatie, de emissiereducties.

En het mechanisme voor ‘verlies en schade’ (loss and damage) dat vereist is ‘in de gevallen waar noch mitigatie, noch adaptatie afdoende zijn’, kreeg een plaatsje in de preambule van de slottekst én werd opgenomen in de ‘elemententekst’.  Net genoeg om te ontkennen dat de meest kwetsbare en zwaarst getroffen landen in de kou blijven staan. Terwijl actie om deze landen te beschermen tegen de zwaarste gevolgen van klimaatverandering altijd opnieuw wordt uitgesteld, waardoor ze alsmaar hogere risico’s lopen.

Ook bleef men op de conferentie niet helemaal doof voor de groeiende stem van het maatschappelijk middenveld, het bedrijfsleven, religieuze leiders en jeugdgroeperingen. Allen hebben ze onlangs de uitfasering van de uitstoot van fossiele brandstoffen geëist. De ‘elemententekst ‘bevat nu een voorstel voor wereldwijde nul-koolstofuitstoot tegen 2050.

Nood aan sterke nationale bijdragen

In Lima kwamen 196 landen tot een minimaal akkoord met te veel vrijblijvende formuleringen. Te veel hete hangijzers zijn vooruitgeschoven naar Parijs en het is duidelijk dat de meningen nog ver uit elkaar liggen.

De fundamenten voor Parijs zijn gevaarlijk zwak en daar kan - en moet - nog een mouw aan worden gepast.

In de loop van 2015 zal ‘de oproep tot klimaatactie’ vertaald moeten worden naar sterke nationale bijdragen. Die zullen zorgen voor een constructieve sfeer voor ambitieuze en bindende engagementen in Parijs.

Er ligt veel werk op de plank en alle landen moeten in actie schieten. Anders komt een mislukking als in Kopenhagen gevaarlijk dichtbij…

Huiswerk voor België

Ook ons land moet aan zijn huiswerk beginnen. 11.11.11 heeft een aantal concrete verwachtingen.

 

A. Op Belgisch niveau:

  1. Sluit dringend een politiek akkoord én een samenwerkingsakkoord tussen de federale en gewestelijke overheden voor een effectief en gecoördineerd klimaatbeleid (cf. Effort sharing van de EU 2020-doelstellingen).
  2. Stel een adequaat en dus ambitieus klimaatbeleidsplan op in lijn met de emissiereducties die aanbevolen worden door het IPCC voor een ecologische en sociaal rechtvaardige transitie. 
  3. Voorzie een adequate budgettaire financiering voor de coördinatie en expertise van het Belgisch klimaatbeleid.

B. Op internationaal niveau

  1. Huiswerk maken voor de totstandbrenging van een mondiaal, billijk en bindend klimaatakkoord
    1. Maak tegen het eerste trimester van 2015 het Europees klimaathuiswerk mee af. Spoor de EU ertoe aan haar bijdragen tijdig en zo gedetailleerd mogelijk voor te stellen (met inbegrip van de klimaatfinanciering en adaptatie). 
    2. Zorg ervoor dat een voorevaluatie de Europese bijdragen (INDCs) tijdens 2015 mogelijk is, zodat gepeild kan worden naar het ambitieniveau:
      1. Spoor de EU ertoe aan de gedetailleerde informatie van haar bijdragen openbaar en beschikbaar te maken. 
      2. Spoor ook de andere partijen (buiten de EU) aan hetzelfde te doen.
      3. Houd rekening met de criteria van billijkheid wat de verplichte informatie betreft en moedig de EU en de andere landen aan om duidelijk uit te leggen waarom hun doelstellingen een billijke bijdrage leveren. 
    3. Zet het werk van België binnen het internationale rechtvaardigheidsdebat ('equity') verder door constructieve pistes voorop te stellen. 
    4. IJver voor een nieuw internationaal klimaatakkoord dat een uitvoeringsperiode van 5 jaar bestrijkt (2021-2025) en maak dit voor regelmatige herziening vatbaar. 
  2. Ambitieuze emissiereductiedoelstellingen en een rechtvaardige transitie ('just transition')
    1. Zorg ervoor het toekomstig "Protocol van Parijs" de internationale doelstelling van 2 °C in rekening neemt. Dat betekent dat tussentijdse doelstellingen meer in lijn moeten zijn met de aanbevelingen van het IPCC.
    2. Zet in op interne emissiereductie en ga voor een Belgische toezegging om de Europese emissies tegen 2020 te verminderen met 30%. 
    3. Ga voor veel ambitieuzere engagementen dan het Europees “2030 Klimaat-en Energiepakket”: 55% CO2-reductie in 2030 (tegenover 1990), 45% hernieuwbare energie en 40% energiebesparing. Die doelstellingen zullen bijdragen tot groene en waardige banen. 
    4. Neem het concept van 'rechtvaardige transitie' (just transition) op in het toekomstig ‘Protocol van Parijs’ (2015).
  3. Nieuwe, additionele, voorzienbare en adequate klimaatfinanciering
    1. Kondig een becijferd engagement aan voor 2015 van minstens 50 miljoen euro, idealiter bestemd voor het Green Climate Fund en het Adaptation Fund. 
    2. Kondig een bijdrage aan voor de periode 2015-2020, met een jaarlijks groeipad, startend met minstens 50 miljoen euro in 2015. 
    3. Definieer de globale doelstellingen van publieke financiering. Sluit daarvoor een overeenkomst die toelaat nieuwe bronnen van additionele financiering aan te boren.
    4. Pleit ervoor dat de toekomstige opbrengsten uit de financiële transactietaks (FTT) gebruikt worden voor internationale klimaatfinanciering.
    5. De federale overheid dient de Belgische engagementen uit 2013 na te komen en de beloofde bedragen naar het Adaptation Fund door te storten. 
    6. Draag opnieuw bij aan het Adaptation Fund zodat haar werk in de meest kwetsbare gebieden verder gezet kan worden. 
    7. Respecteer hiervoor de internationale akkoorden door ‘nieuwe en additionele’ middelen te voorzien voor klimaatfinanciering (o.a. Kopenhagen Akkoord, COP 15). Dit betekent voornamelijk dat er een duidelijke opdeling van klimaatfinanciering en ontwikkelingssamenwerking moet zijn bij de bron.
  4. Weiger valse oplossingen zoals afvang en opslag (CCS), carbon offset mechanismen, niet duurzame biobrandstoffen en import van niet duurzame biomassa uit zuidelijke landen.
  5. IJver binnen de EU voor de erkenning van 'verlies en schade' (Loss and Damage) voor de meest kwetsbare landen voor klimaatverandering in het "Protocol van Parijs". Deze derde pijler is nodig voor het garanderen van een menswaardig bestaan wanneer noch mitigatie (eerste pijler), noch adaptatie (tweede pijler) schade kunnen beperken.
  6. Ga voor een geleidelijke uitfasering van emissies van fossiele brandstoffen en opteer voor een 100% duurzame energie voor iedereen. Dit gebeurt zo spoedig mogelijk en uiterlijk tegen 2050 (samen met het overhevelen van publieke subsidies voor fossiele brandstoffen naar duurzame energie).

 

Samuel Lietaer, beleidsmedewerker Klimaat

 

Steun

Vind je dit werk van 11.11.11 belangrijk. Steun dan hier

Deel dit artikel