• Jij bent #1van11 ❤
    Jij bent #1van11 ❤

    Eén van de kenmerken van de 11.11.11-campagne blijft de grote diversiteit van de acties. Ook dit jaar was er opnieuw veel creativiteit bij de organisatie van evenementen.

Niet te missen

  • 06 november
    Expo Lectrr
  • 23 november
    Kajaktrail 11.11.11

Drie maanden voor de verkiezingen in Congo:Wat zijn de perspectieven voor legitimiteit?

Deze analyse van de politieke situatie in de Democratische Republiek Congo is het resultaat van contacten met belangrijke  actoren in het Congolese proces:  sleutelpersonen binnen de Commission Electorale Indé pendante, de regering, belangrijke politieke partijen, het parlement (waaronder de huidige en vorige kamervoorzitter en de Commissie Lutundula), de Mai Mai, de civiele maatschappij, de Belgische diplomatie en coöperatie, en de Belgische en internationale NGO's. Met al deze mensen heb ik, samen met collega Bernard Leloup, onze nieuwe landencoördinator  in Kinshasa, gesproken tussen 22 en 30 april 2006.
 


  • Inleiding

Een goed jaar geleden bleek de constellatie 1 + 4 waarmee de verschillende betrokken partijen in het Congolese conflict de transitie waren ingegaan niet langer een realiteit op het terrein. Joseph Kabila had duidelijk het voortouw genomen, en in tegenstelling tot de andere actoren binnen de "espace pré sidentielle" was zijn composante erin geslaagd de interne spanningen binnenskamers op te lossen.

Sindsdien is er natuurlijk veel gebeurd: de transitieperiode werd in eerste instantie verlengd tot 30 juni 2006, maar ondanks een grote ongerustheid heeft het uitstel van de verkiezingen niet geleid tot het omverwerpen van het proces: de onregelmatigheden zijn zeer beperkt gebleven. Nadien is de Commission Electorale Indé pendante er in geslaagd meer dan 25 miljoen kiezers te registreren, en heeft ze met succes het referendum over de grondwet georganiseerd. In dezelfde periode is in toenemende mate gebleken dat het Congolese leger niet tijdig zal é é ngemaakt zijn, wat niet alleen te maken heeft met organisatorische en financiële factoren maar ook en vooral met een gebrek aan loyauteit aan het proces. De laatste weken maken rapporten van zowel nationale als internationale organisaties duidelijk dat er een groot vertrouwensprobleem is tussen de Congolese bevolking en het leger. Een recent sleutelmoment was ook het overbrengen van Thomas Lubanga naar Den Haag: ineens komt voor alle daders van misdaden tegen de menselijkheid de mogelijkheid tot veroordeling een stuk dichterbij.

De laatste maanden zien we een merkwaardig spanningsveld: enerzijds is er de lineaire ontwikkeling naar de verkiezingen toe: de CEI doet haar werk, heeft met het referendum bewezen dat het technisch mogelijk is om ze te organiseren, en staat in het centrum van veel internationale begeleiding en steun. De druk vanuit de bevolking en de internationale gemeenschap lijkt zelfs zo groot dat elke dwarsbomer van het electoraal proces politiek zelfmoord pleegt. Anderzijds lijkt het politiek en militair landschap erg versplinterd: de verschillende composantes en politieke groepen gaan door een intens proces van ontbinding en hergroepering, waarbij nieuwe allianties zich kristalliseren rond sterke persoonlijkheden. Wat ondertussen zeer duidelijk is geworden is dat het etnisch en regionaal aspect een belangrijke rol zal spelen in de verkiezingen.

Want hoewel de finishlijn af en toe nog een beetje wordt achteruitgeschoven, zijn we nu toch duidelijk in de laatste rechte lijn.

  • 1: De politieke tenoren in de rush naar de macht

Een jaar geleden leek Joseph Kabila dus af te stevenen op een zekere overwinning. Hij kan de verkiezingen als zittend president organiseren, wat hem overigens de kans geeft om staatsmiddelen en de media in zijn voordeel te gebruiken tijdens de campagne. Veel mensen in het oosten zien hem als de man die een einde heeft gemaakt aan de oorlog, een aantal landen beschouwen hem als 'le moindre mal' en de politieke actor die de grootste garantie kan bieden voor stabiliteit na de transitie. Ook de grote en gedisciplineerde opkomst in het oosten bij het referendum werd door velen geïnterpreteerd als een massale steun voor de president. Kabila's zelfvertrouwen manifesteerde zich onder andere in een é é npartij-achtige manier van handelen en communiceren van het PPRD.

Ondertussen lijkt hij minder zeker van zijn stuk: hij is zijn aureool van 'de man die vrede bracht' een beetje kwijtgeraakt en wordt nu meer gezien als een politicus naast zovele anderen. En wel é é n die wel eens onhandig en ondoortastend te werk gaat. De manier waarop de mijnsector werd beheerd heeft aan zijn geloofwaardigheid geknaagd, en als opperbevel-hebber van het leger zullen de mensenrechtenschendingen van de gewapende troepen ook in zijn nadeel spelen. Nu het duidelijk is dat het politiek landschap zeer complex is (zie verder), beseft hij dat in een eventuele tweede ronde alles mogelijk is. Hij zal er dus alles aan doen om in de eerste ronde de absolute meerderheid te behalen. Vandaar dus dat bij de campagne, tijdens de stembusgang zelf, en bij het verwerken van de resultaten een grote waakzaamheid zal nodig zijn.

Zijn belangrijkste tegenstanders uit de oorlog zijn sterk verzwakt: het RCD/ Goma is kort na de inname bijna geïmplodeerd. Op dit moment schiet bij deze mensen weinig over van een gemeenschappelijk politiek project of een gemeenschappelijke agenda. Azarias Ruberwa (die actief is blijven investeren in de traditie en in de wandelgangen wel eens RCD/ Gombe worden genoemd) tegenover de mensen in het oosten die weinig te winnen hebben bij de voltooiing van een herenigd Congo. Onder deze laatsten de veroordeelden voor de moord op Vader Kabila (o.m. Ciribanja) en de verantwoordelijken voor misdaden zoals in Kisangani (mei 2002) of Bukavu (mei-juni 2004).

In het geval van Bemba zijn de centrifugale krachten een stuk later in een stroomversnelling gekomen en het vertrek van mensen als José Endundo (parlementariër), Alex Thambwe (voormalig minister van plan) en vooral Olivier Kamitatu (ex-parlementsvoorzitter en tweede man binnen het MLC) hebben hem verzwakt.

De leegloop van het MLC maakt trouwens deel uit van bredere veranderingen binnen de politieke scène waarin de provincie Equateur, het MLC en het ex-Mobutisme werden gebruikt als labels met een grotendeels overlappende inhoud. De terugkeer van mensen als N'Zanga Mobutu en Kengo wa Dondo hebben eind vorig jaar de kaarten een eerste keer herschud.

Een belangrijke hergroepering lijkt plaats te vinden rond de figuur van Pierre Pay-Pay, die in de jaren tachtig en negentig verschillende malen minister (handel, industrie, economische zaken, financiën), PDG van de Gé camines en directeur van de Banque de Zaire is geweest. In verkiezingen waarin de etnische loyauteiten een belangrijke rol zullen spelen heeft hij een aantal troeven in zijn hand. Hijzelf is MuNande maar zowel zijn moeder als zijn echtgenote zijn MuShi, wat betekent dat hij een inplanting heeft in twee grote gemeenschappen, verdeeld over Noord- en Zuid-Kivu. Daarbovenop komt dus niet alleen de ex-Mobutistische mobilisatie, maar hij is er ook in geslaagd twee platformen van christelijke partijen rond zich te organiseren. Kortom: Pay-Pay's kandidatuur kan het Kabila in een eventuele tweede ronde behoorlijk lastig maken.

Hij gaat natuurlijk de eerste ronde moeten overleven. De kans is groot dat er geen enkele kandidaat het in de eerste ronde haalt, en het lijkt zeer onwaarschijnlijk dat Joseph Kabila in de eerste ronde wordt geëlimineerd. In zijn "thuisbasis" Butembo zal Pay-Pay het moeten opnemen tegen Mbusa Nyamwisi, de leider van het RCD/ ML. Mbusa rekent op de steun van een grote meerderheid van de BaNande, maar ziet daarbij over het hoofd dat niet iedereen in Butembo het heeft geapprecieerd dat hij gedurende lange jaren mee aan de basis lag van de de facto verdeling van het land en geïnstrumentaliseerd werd door de buurlanden. Wat overigens geldt voor alle ex-rebellenleiders.

Een opmerkelijke kandidatuur is die van de onafhankelijke Pierre-Anatole Matusila, die in de verschillende onderhandelingsrondes van Gaberone over Addis Abeba tot Sun City als woordvoerder van de civiele maatschappij figureerde. Hij hoopt op de massieve steun van de civiele maatschappij in de elf provincies of op een duidelijk signaal vanuit de kerk om zijn kandidatuur te steunen (hij is voorzitter van de CALCC, de lekenorganisatie binnen de kerk), maar beiden lijken onwaarschijnlijk.

Het is niet de bedoeling om hier alle 33 kandidaten de revue te laten passeren; een aanzienlijk aantal onder hen hebben overigens hoogstens een lokale aanhang. Belangrijk is om te noteren dat het in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen hard zal gespeeld worden om de positie van Kabila's finale uitdager in de wacht te slepen. Verschillende scenario's zijn nog mogelijk, en veel zal afhangen van de uitspraken van de kandidaten tijdens de campagne zelf, en van de richtlijnen die binnen bepaalde maatschappelijke groepen of structuren kunnen geformuleerd worden. Zo hebben de Mai Mai bijvoorbeeld geen eigen presidentskandidaat; een eventueel oproep van hun leiding om voor Kabila te stemmen kan een belangrijke impact hebben. De reacties op de verklaring van de bisschoppenconferentie op 1 mei toont overigens aan dat velen naar de kerk kijken voor druk en richtlijnen. Maar vermoedelijk is deze te verdeeld om é é nduidige signalen te geven.

  • 2. Tussen de eerste en tweede stembeurt: een gevoelige periode

Naast de 33 presidentskandidaten zijn er natuurlijk de meer dan 9500 kandidaten voor zo'n goeie 500 zetels in het parlement. Er zijn 273 geregistreerde partijen, waarvan slechts dertien kandidaten voordragen in elk van de elf provincies. Daarbovenop is er ook een opvallend hoog aantal onafhankelijke kandidaten (768) waarvan een groot deel komt uit de civiele maatschappij. Een deel van hen zou op basis van hun verdiensten aan de basis een zeer reële kans hebben om verkozen te worden. De electorale strijd zal vermoedelijk per kiesomschrijving op een zeer gepersonaliseerde manier op het scherp van de snee worden gevoerd. Met overigens een niet te onderschatten potentieel aan lokaal geweld.

Zeker is in elk geval dat er voor het parlement een zeer heterogene configuratie uit de bus zal komen. In eerste instantie zal het vermoedelijk veertien dagen duren voor alle parlementsuit-slagen binnen zijn en geofficialiseerd kunnen worden (voor de presidentsverkiezingen wordt dat geschat op é é n week). Op basis daarvan zullen de verschillende actoren hun strategieën moeten uittekenen in functie van de tweede ronde, als die zou nodig zijn. Spelers uit zeer verschillende en vaag gedefinieerde politieke families, dikwijls met een nauwelijks omschreven maatschappelijk project, zullen proberen te komen tot allianties die minder zullen gedragen worden door een gemeenschappelijke visie of programma dan op machiavellisme en ad hoc (al dan niet materiële) belangen. Gevreesd wordt dat de allianties die hier uit de bus zullen komen niet erg stabiel zullen zijn, en zullen kunnen rekenen op weinig loyauteit van hun leden.

De periode tussen de twee stembeurten wordt dus om verschillende redenen zeer gevoelig: de uitslag moet erkend worden, ook door de verliezers, en er zal intens gezocht worden naar een zinvolle hergroepering rond elk van de twee ultieme kandidaten. Niet alleen de verliezende presidentskandidaten zullen zich moeten herpositioneren, maar ook outsiders voor het presidentschap kunnen een belangrijke rol spelen. Iemand als Olivier Kamitatu bijvoorbeeld, die recent het MLC verlaten heeft en daardoor is moeten aftreden als parlementsvoorzitter. Hij kan gezien zijn afkomst op een belangrijke achterban rekenen in een aantal westelijke provincies, maar heeft ook als parlementsvoorzitter blijk gegeven van een politieke inhoud die een stuk hoger ligt dan de gemiddelde Congolese politicus. Door onder meer zijn inspanningen in de strijd tegen seksueel geweld en zijn steun aan de Lutundula-commissie kan hij ook binnen de civiele maatschappij op enige steun rekenen. In de hypothese van een eindronde tussen bijvoorbeeld Kabila en Pay-Pay (beiden uit het oosten) kan Kamitatu als running mate met zijn eind april gelanceerde Alliance pour le Renouveau au Congo een belangrijk verschil uitmaken.

  • 3. Kans op geweld en ontsporingen?

We hebben vorig jaar gezien hoe de ongerustheid over wat er zou gebeuren op en rond 30 juni 2005 in de loop van het voorjaar in sommige kringen uitgroeide tot een hysterie. Ook nu is de vraag niet alleen wat het UDPS plant op 30 juni of tijdens de campagne en de stembeurt(en) zelf, maar ook wat haar mobilisatiekracht in deze zal zijn. Het is, mede uit gebrek aan overtuigende boodschap, niet erg waarschijnlijk dat deze groter is dan een jaar geleden. Iedereen weet uiteraard dat Kinshasa ook door de socio-economische context explosief en onvoorspelbaar blijft. Het is nooit uit te sluiten dat een relatief beperkt incident uitgroeit tot iets veel destructiever, en aangezien Tshisekedi zijn aanhang vooral vindt bij de grote groep ontevredenen heeft hij misschien toch de mogelijkheid om een dynamiek op gang te brengen die groter is dan zijn huidige politieke inhoud.

Ook de problematiek van de electorale planning zal nog een rol spelen. De eerste ronde van de verkiezingen is nu op 30 juli gelegd: daardoor kan men voor eind juni met de campagne beginnen. Op die manier hoopt men de 30ste juni zelf een beetje te ontzenuwen.  Maar hoewel het electoraal proces nu wel echt onomkeerbaar lijkt, kunnen we niet uitsluiten dat de verkiezingen in de loop van juli nog enkele weken naar achter worden geschoven. Zeker als we kijken naar het strikte tijdsschema dat er nu ligt rond het drukken en verspreiden van de meer dan 25 miljoen stembiljetten.

Een andere bron van mogelijke onveiligheid in Kinshasa draait rond de aanwezigheid van militairen van elke composante. Iemand als Bemba bijvoorbeeld heeft op korte termijn een groot deel van zijn politiek personeel zien vertrekken, maar heeft onder meer door de vertraging in de eenmaking van het leger  een aanzienlijk deel van zijn militaire slagkracht intact kunnen houden. Misschien niet genoeg om opnieuw een jarenlange rebellie in te gaan, maar zeker voldoende om het proces blijvende schade toe te brengen. De kans dat hij de tweede ronde van de presidentsverkiezingen niet haalt is zeer reëel. Het feit dat Bemba zeer zenuwachtig is over wat hem voor het Internationaal Strafhof boven het hoofd hangt rond zijn rol in de Centraal-Afrikaanse Republiek maakt hem onvoorspelbaar. In een worst case scenario valt niet uit te sluiten dat het aanwezig militair effectief van de verschillende composantes de stad meesleurt in een stadsoorlog zoals we die enkele jaren geleden hebben gekend in Brazzaville. De schietpartij van 25 april tussen de presidentiële garde en Bemba-getrouwen in de periferie van Kinshasa (gelukkig zonder slachtoffers) onderstreepte dit nog eens.

De vraag naar het erkennen van de uitslagen en het wel of niet teruggrijpen naar geweld geldt overigens ook voor een eventuele nederlaag van Kabila in de eerste of tweede ronde. Talrijk zijn zij die ervan uitgaan dat Kabila over genoeg politieke maturiteit beschikt om het land niet verder in een spiraal van geweld te storten, maar dan nog blijft de vraag hoe de politieke en militaire machtsblokken rond hem zullen reageren.

Ondertussen blijft de veiligheidssituatie in Oost-Congo natuurlijk uiterst precair. De gebeurtenissen rond Rutshuru van januari 2006 hebben ons geleerd hoe zwak het leger blijft, zowel operationeel als in termen van cohesie. Hoe dan ook is het grootste deel van het militair effectief buiten de brassage gebleven. Gewapende actoren die helemaal buiten het proces staan, zoals de militie van Nkunda en het FDLR, blijven hun slagkracht behouden. Twee tendensen van de laatste weken zijn enerzijds de snel verslechterende relaties tussen de bevolking en het leger, dat haar zou moeten beschermen, maar haar door allerlei vormen van intimidatie, plunderingen en verkrachtingen terroriseert, en anderzijds een hernieuwde mobilisatie op het terrein van onder meer kindsoldaten. Maar hier lijkt het niet erg waarschijnlijk dat het tot een uitbarsting komt voor of tijdens de verkiezingen. De periode erna zal vermoedelijk een stuk gevoeliger zijn.

Wat de mogelijkheid van buitenlandse inmenging betreft, loopt vooral de polarisatie met Oeganda hoog op. Zo heeft de Monuc verklaard over goede aanwijzingen te beschikken dat Oegandese troepen eind april effectief op Congolees grondgebied aanwezig zijn geweest. De kans op rechtstreekse inmenging van het Rwandese leger lijkt ondertussen een stuk kleiner geworden, enerzijds door aangehouden internationale druk en anderzijds door een verbetering in de bilaterale relaties tussen Rwanda en Congo en in de persoonlijke relaties tussen Kagame en Kabila.

In Kinshasa wordt ondertussen gematigd positief gereageerd op het zenden van Europese troepen. Weliswaar is het aantal beneden de verwachting gebleven en zullen ze niet worden ingezet op de plaatsen waar de onveiligheid het grootst is. En hoe dan ook  hebben ze hetzelfde mandaat als de Monuc, dus is de kans groot dat ze op het terrein weinig effectief gaan werken. Er wordt vooral gerekend op een psychologisch proces van afschrikking. Het feit dat ze deels in Congo en deels vanuit een buurland inzetbaar zijn zou genoeg zijn om zij die overwegen om geweld te gebruiken daarvan te doen afzien.

Het laatste wat we willen is onheilsprofetieën de wereld insturen. Het hoé ft niet tot gewelddadige uitbarstingen te komen, maar het zou onverantwoord zijn om het potentieel aan geweld niet te onderkennen. De internationale gemeenschap zal de druk op de verschillende partijen, composantes, milities en buurlanden moeten hoog houden.

  • 4. Eerste legitieme leiders sinds Lumumba?

Een eerste parenthese bij de legitimiteit van de post-transitieconstellatie draait rond het 'ownership' van de verkiezingen. Bij het ingaan van de transitie werden deze in de eerste plaats gedragen door de Congolese bevolking. De internationale gemeenschap heeft er dan volop haar schouders onder gestoken. Dat was ook cruciaal: zonder de internationale druk en begeleiding zouden we nooit in de laatste rechte lijn geraakt zijn. Maar het gevolg is, nu bijna drie jaar later, is wel dat het eigenaarschap verschoven is. Vele Congolezen zeggen nu dat de verkiezingen in de eerste plaats een aangelegenheid is van de internationale gemeenschap, die haar belangen het best gediend ziet door een relatieve stabiliteit.

Zoals gezegd zal er meer dan waarschijnlijk een zeer heterogene politieke configuratie uit de bus komen na de verkiezingen. Die zal niet langer in de 1 + 4 logica zitten, maar in elk geval gebaseerd blijven op een zekere machtsdeling. Het uit de startblokken  krijgen van een werkbare coalitie zou wel eens moeilijk kunnen verlopen, zeker omdat de dialoog moet gevoerd worden tussen formeel en inhoudelijk weinig geprofileerde politieke partijen. Zowel de meerderheid als de oppositie zullen moeten zoeken naar hun rol: het voorbeeld van Burundi leert ons dat het niet evident is de juiste toon en inhoud te vinden om een parlementaire oppositie te voeren.

De hele focus op de verkiezingen heeft als enige bedoeling het herstellen van een legitiem staatskader. Als het proces in de komende maanden afgerond wordt met goed georganiseerde en geloofwaardige verkiezingen, met een duidelijke uitslag die door de overgrote meerderheid van de partijen en de bevolking erkend wordt, en die leidt tot de effectieve installatie van een nieuwe regering, zal er een cruciale stap voorwaarts gezet zijn. Maar dan nog zal het streven naar legitimiteit verre van afgerond zijn. Het 'nieuwe' van de bewindsploeg blijft relatief, want de kans is groot dat het vooral een herschudden is van de kaarten tussen huidige en vorige leiders, met al hun betrokkenheid bij allerlei vormen van geweld en kleptocratie. De coalitie zal wankel blijven, en de veiligheidssituatie in eerste instantie precair.

Ondertussen zal de internationale gemeenschap Congo verder moeten begeleiden op het slappe koord tussen steun en druk (met inbegrip van druk op de buurlanden). Er zal een kader nodig zijn om dat te doen, en men zal in een moeilijker positie zitten dan de CIAT op dit moment. De CIAT maakte expliciet deel uit van de vredesakkoorden en had dus een zeer formele rol te spelen. De nieuwe regering zal zich beroepen op haar legitimiteit, ondanks de kanttekeningen die we daarbij kunnen maken. De discussie zal dus nog een stuk moeilijker zijn dan vandaag, onder andere rond heikele thema's als transparantie en goed beheer.

Bij de belangrijkste uitdagingen van de nieuwe regering horen:
- een effectief beleid van strijd tegen de armoede, want hier liggen de eerste verzuchtingen van de bevolking
- de veiligheid van het land moet gerealiseerd worden: de eenmaking van het leger moet nog bijna van nul herbeginnen, en het vertrouwen van de bevolking in de ordediensten zakken naar een dramatisch dieptepunt
- de strijd tegen de straffeloosheid en de heropbouw van het juridisch systeem
- het doen respecteren van de bestaande wetten en richtlijnen rond de rol van bedrijven en investeerders

De internationale gemeenschap zal hier zwaar op moeten inzetten. Daarnaast  moet ze bijdragen aan het ontstaan en beschermen van de nodige ruimte voor maatschappelijk debat en een nieuw, meer gedragen en inhoudelijk sterker leiderschap. Dit kan gebeuren langs verschillende kanalen, zoals politieke partijen, pers en civiele maatschappij. Maar het is zeer belangrijk, want het is vandaag al duidelijk dat een echte vorm van legitimiteit in het beste geval zal bereikt worden na de verkiezingen die zullen volgen op de eerste legislatuur.

 

Kris BERWOUTS
Afrika Coördinator
11.11.11
0485/070852

Deel dit artikel