Amerikaanse autoriteit maakte negen miljard kwijt in Irak


De Amerikaanse autoriteit in Bagdad heeft bijna negen miljard dollar kwijtgemaakt. Het geld was verdeeld over verschillende ministeries, maar het is niet duidelijk wat er mee is gebeurd. Dat blijkt uit een zondag verschenen rapport van de Amerikaanse Speciale Inspecteur-generaal voor de Wederopbouw in Irak.


Volgens het rapport heeft de door Amerika bestuurde tijdelijke autoriteit (CPA), die nu is opgeheven, slecht gecontroleerd hoe het geld is besteed. Dat gebrek aan controle heeft de deur opengezet voor wijdverbreide corruptie, inclusief het betalen van 'spookwerknemers'.
Tussen begin 2003 en de zomer van 2004, verdween 8,8 miljard dollar. De Amerikaanse autoriteit werd in juli in fasen opgeheven, om ruimte te maken voor de Iraakse interim-regering. Die zal later dit jaar worden vervangen door een gekozen regering.
De in januari 2004 benoemde inspecteur, Stuart Bowen Jr., erkent in het rapport dat besturen onder oorlogsomstandigheden moeilijk is, maar volgens hem is bij de besteding en controle van het nationale budget in Irak sprake geweest van 'ernstige ondoelmatigheid en slecht management.' De inspecteur-generaal rapporteert direct aan de Amerikaanse ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie.
Het ministerie van Defensie en de voormalige CPA-bestuurder Paul Bremer betwisten de conclusies. In een verklaring die in het rapport is opgenomen, zegt Bremer dat Bowen niet voldoende oog heeft gehad voor de moeilijke omstandigheden waaronder de CPA moest functioneren. Het rapport bevat volgens hem 'veel misvattingen en onnauwkeurigheden', en zou voorbijgaan aan verschillende pogingen van de CPA om het financiële management te verbeteren.
Een van de voorbeelden in het rapport die op slecht management wijzen, is de uitbetaling van 74.000 beveiligingsagenten terwijl het werkelijke aantal agenten niet gecontroleerd werd. Volgens het rapport stonden in één geval 8.206 agenten op de loonlijst, terwijl er maar 642 aan het werk waren.
Het is niet de eerste keer dat het financiële management in Irak onder vuur ligt. In juni vorig jaar meldde de Britse hulporganisatie Christian Aid de verdwijning van minimaal twintig miljard dollar. Het zou gaan om olieopbrengsten en andere middelen bedoeld voor de wederopbouw van Irak. Het geld verdween uit banken die beheerd werden door de CPA.
Iraq Revenu Watch, een groepering die gefinancierd wordt door investeerder George Soros, zei vorig jaar dat het Amerikaanse interim-bestuur vlak voor zijn opheffing miljarden dollars heeft toegezegd aan 'slecht doordachte projecten.' Een resolutie van de Veiligheidsraad die op 8 juni werd aangenomen, dwong de Iraakse interim-regering om alle lopende verplichtingen over te nemen.
De CPA heeft Irak volgens Iraq Revenue Watch opgezadeld met een erfenis van honderden Amerikaanse 'experts en adviseurs' die over alle 29 ministeries en andere overheidsinstellingen verspreid zijn. Die adviseurs zouden grote invloed hebben op de besluiten en bestedingen.
In eerste instantie had Washington de meest lucratieve contracten in Irak gereserveerd voor een select groepje Amerikaanse bedrijven. Dat voedde kritiek dat de regering van George W. Bush enkele bedrijven wilde bevoordelen, terwijl andere bedrijven misschien wel beter en goedkoper werk konden leveren. Na een regen van klachten konden ook bedrijven uit andere landen inschrijven op contracten, maar veel van die bedrijven klagen nog steeds over oneerlijke concurrentie door de Amerikanen.
Halliburton, het Amerikaanse bedrijf dat voor 8,2 miljard aan contracten binnensleepte, wordt ervan beschuldigd veel te veel te rekenen voor de geleverde diensten. Halliburton regelt onder meer onderdak, voedsel, wasfaciliteiten en internetverbindingen voor Amerikaanse militairen in Irak. Dick Cheney, de huidige Amerikaanse vice-president, leidde Halliburton tussen 1995 en 2000. (JS/MM)

IPS DOOR:

Deel dit artikel