Amerikanen in Irak kopiëren Israëlische muur

'We leven in een concentratiekamp', zegt Abdul Qadr, een inwoner van de Iraakse stad Siniya. Bulldozers van het Amerikaanse leger hebben twee weken geleden een 10 kilometer lange zandwal rond het stadje opgeworpen. Wie de stad in of uit wil, wordt grondig gecontroleerd aan controleposten bij de doorgangen.


Siniya ligt 200 kilometer ten noorden van Bagdad, niet ver van de olieraffinaderij in de buurt van Beji. De grootse olie-installatie van het land en de pijpleidingen die van daar naar Turkije voeren, zijn een magneet voor aanslagen. Ook Amerikaanse en Iraakse legerpatrouilles die in de buurt komen, worden vrijwel dagelijks het slachtoffer van beschietingen of bommen die langs de kant van de weg worden geplant. De Summerall Base even verderop nemen de opstandelingen met mortieren onder vuur.

Het Amerikaanse leger gaat ervan uit dat de meeste aanvallers uit Siniya komen, en besloot daarom de bewoners te isoleren. De bulldozers van het Amerikaanse leger begonnen op 7 januari een twee en een half meter hoge zandwal op te werpen. Veel van de 3.000 inwoners van de stad zijn woedend over 'Operatie Verdun', zoals de Amerikanen de maatregel noemen.

Via uitkijktorens wordt de wal in de gaten gehouden. Aan alle uitvalswegen zijn checkpoints opgezet. Amerikaanse en Iraakse soldaten doorzoeken er elk voertuig op wapens en explosieven. 'We kunnen niet meer behoorlijk werken', klaagt vrachtwagenchauffeur Abdul Qadr.

'Ze denken dat ze het verzet kunnen breken', schampert Amer, een 43-jarige klerk die in de nabijgelegen raffinaderij van Beji werkt. 'Maar de Amerikanen vergroten de weerstand alleen maar. De aanvallen zullen maar ophouden als de Amerikanen het land verlaten.' Amer zegt dat hij zijn huis al dagen niet heeft kunnen verlaten. Hij kon niet naar zijn werk, en kon ook niet op bezoek bij verwanten die buiten Siniya leven.

Het blijft niet bij het controleren van wie de stad in en uit gaat. Volgens de 35-jarige ingenieur Fuad Al-Mohandis heeft het Amerikaanse leger een avondklok ingesteld die om vijf uur 's namiddags ingaat. De vrachtwagenchauffeur Abdul Qadr zegt dat soldaten dagelijks raids uitvoeren in de stad, op zoek naar rebellen. 'Onze stad is een slagveld geworden', vindt Fuad. 'Er zijn zo veel van onze huizen vernield, en in de omgeving leggen de Amerikanen landmijnen op de plaatsen waar ze rebellen vermoeden.'

'Een concentratiekamp', dat hebben de Amerikanen van Siniya gemaakt, vinden Abdul Qadr en zijn buren. De inwoners van twee grotere fel omstreden steden, Falluja en Samarra, gebruiken die term ook. Het Amerikaanse leger heeft in augustus vorig jaar een zandwal van 18 kilometer rond Samarra opgeworpen en controleert het verkeer in en rond Falluja nog altijd met controleposten zoals ze verder vooral in Israël te zien zijn.

Het Amerikaanse leger en hun bondgenoten hebben gelijkaardige maatregelen ingevoerd in steden als Al-Qa'im, Haditha, Ramadi, Balad en Abu Hishma.

Maar volgens critici haalt de aanpak voorlopig niets uit. De voorbije maanden werden meer dan 100 aanslagen per dag uitgevoerd op Amerikaanse militairen en Iraakse ordediensten.

'De Amerikanen denken dat de strijders van buiten Irak komen', zegt Qadr. 'Maar dat is niet het geval. Kunnen ze niet begrijpen dat de enige oplossing is de mensen in andere landen zichzelf te laten besturen?'

Volgens het Amerikaanse leger zeggen de lokale bestuurders dat de mensen die verantwoordelijk zijn voor de aanslagen, geen inwoners zijn van Siniya. Op een informatievergadering zou een 'overweldigende meerderheid' van plaatselijke politieagenten, politici, religieuze leiders en sjeiks zich uitgesproken hebben voor de zandwal.

De Amerikanen zeggend dat het geweld in en om Samarra sterk afnam nadat die stad door een zandwal was afgegrendeld. (PD)

IPS DOOR:

Deel dit artikel