Bolivia meet schade op na rampzalige overstromingen

Gedurende meer dan een maand werd Bolivia gegeseld door uitzonderlijk hevige regens. Sinds vorige week blijft het min of meer droog, en dus likt het land haar wonden. Behalve 43 doden en 9 vermisten, verloren tienduizenden mensen hun bezittingen. Meer dan 77.000 gezinnen werden de dupe van de grootste overstroming in Bolivia sinds vijfentwintig jaar. Heel wat mensen hadden geen andere keus dan hun huis te ontvluchten. Het noordoostelijke departement Beni werd het zwaarst getroffen. De noordoostelijke regio bestaat hoofdzakelijk uit laaggelegen land. De getroffen families worden zoveel mogelijk opgevangen in tentenkampen in hogergelegen gebieden. Tienduizenden slachtoffers van de ramp krijgen nu te kampen met diarree en aandoeningen aan de luchtwegen. Artsen hebben al driehonderd gevallen van dengue (knokkelkoorts) opgetekend, en ook gele koorts en schurft maken opgang. De autoriteiten vrezen voor de verdere verspreiding van besmettelijke ziektes in het getroffen gebied.


Nationale ramp


Op 1 maart riep president Evo Morales zijn land uit tot nationaal rampgebied. De catastrofe beperkte zich namelijk niet langer tot het noordoostelijke laagland, ook het centrum en de zuidelijke delen van Bolivia leden onder de uitzonderlijke weersomstandigheden. Vorst en hagel richtten een ware ravage aan in de hooglanden. Ongeveer 200.000 hectare landbouwgewassen werden vernield, met een totale schade van zo'n 90 miljoen USD. Enkel en alleen in Beni kwamen ongeveer 22.000 stuks vee om het leven, goed voor een schade van plusminus 100 miljoen USD. Aangezien Bolivia tot rampgebied werd uitgeroepen, kunnen respectievelijk 1% van de nationale begroting en nog eens 1% belastinginkomsten uit de grondstoffenindustrie worden aangewend voor noodhulp. In het totaal gaat het om zo'n 3 miljoen USD. Voor de overige hulp is Bolivia afhankelijk van het buitenland.


President Evo Morales wees in de media met een beschuldigende vinger naar het westen. Volgens de Boliviaanse president zijn de westerse industrielanden namelijk grotendeels verantwoordelijk voor de vervuiling die aan de basis ligt van de huidige, ingrijpende klimaatsverandering. Het weerfenomeen El Niño – waarbij het zeewater en de atmosfeer ter hoogte van de Stille Oceaan gevoelig opwarmen – zou de oorzaak zijn van de abnormale weersomstandigheden in Bolivia. Dit fenomeen wordt namelijk versterkt door de huidige klimaatsopwarming.


Getroffen partners van Bevrijde Wereld


Ook het werk van de partnerorganisaties van Bevrijde Wereld in Bolivia heeft sterk te lijden onder de natuurramp. De partners zijn namelijk ook actief in de hooglanden van Cochabamba en Potosí. Boeren in deze regio’s zagen hun aardappeloogst massaal verloren gaan tengevolge van extreme vorst en neerslag. In de valleien van het oostelijke departement Santa Cruz traden heel wat rivieren buiten hun oevers, waardoor grote stukken landbouwgrond werd weggespoeld. Sommige projectgebieden zijn geïsoleerd door modderlawines en rivieren die buiten hun oevers traden.


CEPAC, de partner die de meeste schade optekende, is werkzaam in het departement Santa Cruz. De organisatie is er actief in vier gemeenten van de Ichilo-regio. Bevrijde Wereld organiseert er met CEPAC een programma ter verbetering van de koffie -en fruitteelt. In de gemeente Yapacani werden bijvoorbeeld 1278 gezinnen door de ramp getroffen, in San Carlos nog eens 491 families.

Widen Albastoflor, de directeur van CEPAC, vertelt dat de getroffen gezinnen in veel gevallen niet enkel hun woning verloren, maar ook hun landbouwgrond. De meest dringende behoeften zijn drinkwater, voedsel, medicijnen en bescherming tegen insecten. Er bestaat een aanzienlijk risico dat infectieziekten als malaria, dengue en gele koorts zich verspreiden. Slechte voeding en verontreinigd drinkwater maken vooral de kinderen extra kwetsbaar.


Om de eerste noden te lenigen, komt de Spaanse ngo Ayuda en Acción nu over de brug met een speciaal fonds. Op die manier kan CEPAC een pakket noodoplossingen aanbieden, met onder meer de installatie van een twintigtal opvangkampen. Daar krijgen de slachtoffers voedsel en medische hulp. CEPAC levert ook EHBO-materiaal, dekens en bestrijdingsmiddelen voor insecten. Widen Albastoflor van CEPAC geeft tekst en uitleg bij de aanpak: “De eerste fase bestaat uit noodhulp. De tweede fase is die van wederopbouw. Daarin worden drinkwatervoorzieningen en infrastructuur opnieuw aangelegd. De derde fase bestaat uit risicomanagement: het opzetten van een waarschuwingssysteem, plus het voorbereiden en anticiperen van de dorpsgemeenschappen op toekomstige natuurrampen. Voor het uitvoeren van de tweede en derde fase beschikt CEPAC echter nog niet over de nodige financiële middelen.“


Positieve noot


De nationale ramp in Bolivia heeft ook impact op de oplopende politieke tegenstellingen die het land de afgelopen maanden in haar greep hielden. De overstromingen en het humanitaire leed stonden plots in het middelpunt van de belangstelling, zodat de politiek gespannen situatie min of meer naar het achterplan verdween. Naar verluidt werken Evo Morales en zijn politieke tegenstanders – de gouverneurs van de oppositiepartijen – samen om de noodhulp te organiseren.
De kersverse toenadering tussen beide partijen is misschien een eerste aanzet om een uitweg te vinden uit de politieke patstelling die Bolivia sinds januari in haar greep houdt. De crisis ontstond toen cocaboeren het aftreden van de rechtse gouverneur van Cochabamba eisten. Het is een optimistische kijk op de zaak, maar dankzij de ramp komt Bolivia misschien in een  rustiger politiek vaarwater terecht.

Bronnen: krant La Prensa, www.enlared.org.bo (website van FAM, Federatie van gemeentelijke associaties Bolivia) en CEPAC.

www.bevrijdewereld.be

Solidagro DOOR:

Deel dit artikel