De Filippijnen in 2008: recht op leven, land en gezondheid?

Voor de solidariteitsbeweging met de Filippijnen was 2007 geen slecht jaar. De campagne 'Stop the killings', tegen de politieke moorden in de Filippijnen, was niet zonder effect. In 2006 werden nog 209 vertegenwoordigers van sociale bewegingen vermoord. Toen leek de oproep om het moorden te stoppen eerder een wanhoopsdaad. Bijna dagelijks arriveerden berichten over nieuwe politieke moorden. Vorig jaar kwam er eindelijk een kentering. De internationale aandacht en de politieke druk (van onder andere de Europese Unie) op de Filippijnse regering resulteerde eindelijk in een daling van de moorden. Op het einde van het jaar telde de mensenrechtenorganisatie Karapatan 'slechts' 68 politieke moorden.


Het valt af te wachten of het tij definitief is gekeerd. Tijdens de eerste weken van 2008 vielen opnieuw enkele slachtoffers, en het lijkt het alsof de frequentie van de moorden opnieuw toeneemt. Op het eiland Bohol werd Ronaldo Sendrijas, milieu-activist en ex-guerrillero, op straat doodgeschoten. Even verderop, op het eiland Leyte, werd Felicisimo Catambis doodgeschoten. Catambis was een priester van de protestantse United Church of Christ in the Philippines. De man was de opvolger van Edison Lapuz, die twee jaar terug hetzelfde gruwelijke lot onderging. Beiden werden onder vuur genomen vanaf een voorbijrijdende motorfiets, net zoals honderden andere slachtoffers.

 

Er zijn redenen om aan te nemen dat het einde de politieke moorden en mensenrechtenschendingen nog lang niet in zicht is. Statistieken vertellen evenwel niet alles. Terwijl het aantal moorden daalde in 2007, werd ondertussen een andere, onrustwekkende trend ingezet: steeds meer politieke activisten "verdwijnen" plots, zonder een spoor achter te laten. Zonder zekerheid over de doodsoorzaak, konden de slachtoffers niet in de statistieken van de politieke moorden opgenomen worden. Verder lopen de schuldigen van de moorden nog altijd ongestraft rond. In 2007 werd het overduidelijk dat het Filippijnse leger achter de moordcampagne zat. Dat werd bijvoorbeeld ook bevestigd door Philip Alston, de speciale rapporteur van de Verenigde Naties.

Er waren in 2007 ook verbluffende getuigenissen van mensen die als vermist werden opgegeven, en later als gevangene opdoken in een militair kamp. De broers Manalo bijvoorbeeld, verdwenen in februari 2006 nadat gewapende mannen hen thuis kidnapten. In augustus 2007, anderhalf jaar na hun ontvoering, slaagde het duo erin te ontsnappen uit het militair kamp. De broers legden een gedetailleerde verklaring af over hun gevangenschap en de folteringen door het leger. Bovendien herkenden ze in het militaire kamp een aantal andere mensen die als "verdwenen" waren opgegeven. Geen twijfel mogelijk dus dat er bloed kleeft aan de handen van het overheidsleger.

Waarom pakte de Filippijnse regering het leger nooit aan over de moordcampagne? Dat heeft allicht veel - zoniet alles - te maken met de wankele positie van presidente Gloria Macapagal-Arroyo. Haar positie is en blijft namelijk sterk afhankelijk van militaire steun. Naarmate haar positie verder onder druk komt, zal Arroyo steeds vaker de neiging vertonen het leger vrij spel te geven om de oppositie met harde hand te bestrijden. Het ongenoegen over het sociale, politieke en financiële wanbeleid groeit zienderogen bij de bevolking, zeker nu de Arroyo opnieuw verwikkeld is een aantal omvangrijke corruptiezaken. In een dergelijke onstabiele omgeving staat of valt de positie van het staatshoofd met de steun van de militairen.

Landhervorming

Landloosheid blijft ook in 2008 een centraal element in het ongenoegen onder de bevolking. Niet dat de politieke wereld er wakker van ligt. Maar op het platteland, waar de meerderheid van de Filippijnse bevolking woont, lopen de ongelijke sociale verhoudingen parallel met het landbezit. Een kleine elite bezit het grootste deel van het land, en verdrukt een overgrote meerderheid van arme boeren - die niet genoeg land bezitten om te overleven.

Voor die kleine, landloze boeren wordt 2008 een sleuteljaar. Landhervorming komt eindelijk opnieuw op de politieke agenda. Dat heeft alles te maken met het Comprehensive Agrarian Reform Program (CARP), het landhervormingsprogramma van de Filippijnse overheid. Dat programma ging van start in 1988, en zou in tien jaar tijd het Filippijnse landbezit grondig hertekenen. Miljoenen hectaren landbouwgrond zouden verdeeld worden onder arme, landloze boeren. Althans, dat was het plan. De wet werd systematisch uitgehold via achterpoortjes allerhande. Tien jaar later bleek dat het herverdelen van de grote ranches grotendeels dode letter bleef. Er werd inderdaad grond verdeeld, maar het ging vooral om staatsbezit en niemandsland. De landerijen van de grootgrondbezitters bleven grotendeels intact, net als de politieke macht. Toen het programma in 1998 afliep, was er massaal protest van de arme boeren. Toenmalig president Estrada verlengde het grotendeel mislukte programma met nog eens tien jaar. Dit jaar loopt die verlenging ten einde.

De arme boeren zijn na twintig jaar nog steeds niet tevreden. Terecht, zo blijkt uit een recente studie van de Duitse overheidsdienst voor ontwikkelingshulp. Het onderzoek wijst uit dat het dure landhervormingsprogramma weinig of geen invloed had op de productiviteit en de wijdverspreide armoede op het Filippijnse platteland. De meeste privé-gronden die men opnam in het herverdelingsprogramma, werden vrijwillig aangeboden. Slechts in 16% van de gevallen ging het om verplichte herverdeling. Een kwart van de boeren die land verworven, heeft het ondertussen opnieuw verkocht. De overheid bood immers geen enkele ondersteuning om het nieuw verworven land vruchtbaar te maken.

Er gaan stemmen op om het programma met nog eens tien jaar te verlengen. Een logica die boerenorganisatie KMP niet wil begrijpen. De organisatie vindt dat de overheid lessen moet trekken uit twintig jaar halfslachtige maatregelen. Een mislukking moet volgens KMP niet verlengd worden, maar vervangen door iets beter: een programma dat land geeft aan boeren die het effectief bewerken. Anakpawis, een bevriende volkspartij van KMP, diende met de steun van Gabriela Party List en Bayan Muna prompt een wetsvoorstel in. Op die manier komt er dit jaar eindelijk opnieuw een politiek debat over de langverwachte landhervorming.

 

Ongezonde economie

Armoede blijft ondertussen de regel op het Filippijnse platteland. Bijna 37% van de werkende bevolking is voor haar inkomen afhankelijk van landbouw. De landbouwsector draagt voor minder dan 10% bij tot het nationale product. Vroeger exporteerde het land meer landbouwproducten dan het importeerde. Die situatie is omgeslaan: landbouwproducten worden nu vooral ingevoerd. Ook de werkloosheid zit in de lift, net als de inkomensongelijkheid. De rijkste 20% van de Filippino's bezit meer dan de helft van alle rijkdom, terwijl de armste 20% het moet stellen met een schamele 5%.

De gezondheid van de bevolking is er niet veel beter aan toe. Het helpt ook niet bepaald dat de Filippijnse overheid de gezondheidszorg voortaan nog minder wil afstemmen op de noden van de armste bevolkingslagen. De Filippijnse regering - die nood heeft aan buitenlandse deviezen om de negatieve handelsbalans te compenseren - heeft haar zinnen gezet op de dollars en euro's van rijke patiënten. De overheid mikt voortaan op medisch toerisme. Het ministerie van volksgezondheid wil via medisch toerisme 1 miljard dollar binnenrijven tegen 2012.

De gezondheid van de eigen bevolking is dus niet meteen een prioriteit. In de begroting voor 2008 werd amper 23 miljard pesos vrijgemaakt voor gezondheidszorg. Dat is een schamele 1,5% van het totale overheidsbudget. Daarmee bengelt het land achteraan de ranglijst van de Wereldgezondheidsorganisatie.

De precaire mensenrechtensituatie, de onrust omtrent landhervorming, de aanhoudende armoede en het gebrek aan aandacht voor volksgezondheid,...  Het lijkt alsof er er niet veel positief nieuws te rapen valt in de Filippijnen. Maar waar er problemen zijn, daar zijn ook mensen die zich verenigen om te werken aan oplossingen. De Filippijnse overheid laat het afweten, maar de basisorganisaties zorgen gelukkig voor het noodzakelijke tegengewicht. "De partners van Bevrijde Wereld sluiten zich daarbij aan."

Wim De Ceukelaire

Artikel overgenomen van www.intal.be

www.bevrijdewereld.be

NGO Bevrijde Wereld is in de Filippijnen actief in de regio's Samar, Panay, Cordillera en Masbate. In eerste instantie wordt gewerkt rond voedselzekerheid op het platteland, via het introduceren van betere methodes en materialen op het veld. In de tweede plaats ondersteunt Bevrijde Wereld meer samenwerking en versterking tussen boerenorganisaties. Op die manier ijveren de Filippijnse partners van Bevrijde Wereld ook voor landhervormingen. 

Solidagro DOOR:

Deel dit artikel