'Doomsday Seed Vault' moet voedselzekerheid garanderen na wereldwijde ramp

Eind februari wordt 's werelds grootste opslagplaats voor plantenzaden geopend... en meteen weer hermetisch afgesloten, want de 'Doomsday Seed Vault' moet er voor zorgen dat de toekomstige overlevenden van een wereldwijde (natuur)ramp opnieuw gewassen kunnen zaaien, opdat ze niet omkomen van de honger. De Noorse overheid bouwde de zaadbank op de Svalbard-archipel, een eilandengroep in de Noordelijke IJszee, zo’n 565 km ten noorden van Noorwegen. De ambitie is om het overgrote deel van alle belangrijke, bestaande voedselgewassen bijeen te brengen op Svalbard


De afgelegen locatie is de ideale plaats voor een dergelijk initiatief. De opslagplaats ligt verborgen in een bergdal, ter hoogte van de permafrost op de Svalbard-eilanden. De 'Doomsday Seed Vault' zal zaden van ongeveer 200.000 verschillende gewassen uit Azië, Afrika, Latijns-Amerika en het Midden-Oosten herbergen. Bedoeling is dat het genetisch materiaal van de huidige landbouwgewassen bewaard blijft wanneer een grootschalige ramp de aarde zou treffen - zoals een immense natuurramp, of een atoomoorlog. De zaden worden gestockeerd bij een temperatuur van -18 °C. De lage temperatuur en het dito zuurstofgehalte vertragen het verouderingsproces van de zaadcollectie

Een belangrijke bijdrage is afkomstig via de zaadbanken van de Consultative Group on International Agricultural Research (CGIAR), die  sinds 1971 ongeveer 600.000 plantenvariëteiten in kaart bracht en stockeerde in verschillende centra over de hele wereld. De organisatie wil op die manier bijdragen aan het vrijwaren van de voedselzekerheid in de armste landen. Het in Nigeria gevestigde Internationaal Instituut voor Tropische Landbouw (IITA) bracht meer dan 7000 plantensoorten uit 36 Afrikaanse landen aan. De Afrikaanse collectie herbergt unieke variëteiten van gedomesticeerde en wilde kousenbandbonen, maïs, sojabonen en aardnoten.  

 

Genenbanken verkleinen risico's

Naast de realisatie van de kluis op Svalbard, wordt ook geld vrijgemaakt voor het ondersteunen van regionale zaadbanken over de hele wereld. Het belang van dit soort genenbanken is onmiskenbaarDe voorraden kunnen namelijk ingezet worden om landbouwsystemen te herstellen na lokale conflicten en natuurrampen. Om de gewassendiversiteit te herstellen door oorlog getroffen landen als Afghanistan en Irak, werd bijvoorbeeld de zaadbank van het Internationaal Centrum voor Landbouwonderzoek in de Droge Gebieden in Aleppo (Syrië) ingezet. Na de Aziatische tsunamiramp in 2004, ondersteunde het Internationale Rijstonderzoeksinstituut boeren in de zoektocht naar rijstvariëteiten die ook gedijen in velden die overspoeld werden door zout zeewater

De zaadbank in Svalbard heeft een tweede belangrijke functie: het moet fungeren als een soort backup, wanneer regionale zadenbanken getroffen worden door pech. De Iraakse genenbank in Abu Ghraib werd in 2003 bijvoorbeeld leeggeroofd door plunderaars. Gelukkig beschikte ook de Syrische genenbank over de meeste soorten die verloren gingen in IrakEen ander voorbeeld: in 2006 werd de nationale rijstbank op de Filippijnen ernstig beschadigd door tyfoon Xangsane. “Jammer genoeg gebeuren dergelijke ongelukken met nationale genenbanken regelmatig. De Svalbard-genenbank moet de collecties veiliger maken dan ooit,” aldus Cary Fowles, directeur de ngo die mee het Svalbard-project op de sporen zet.

Biodiversiteit en voedselzekerheid

Tenslotte kunnen de zadenbanken ook een rol spelen bij het in stand houden van de biodiversiteit. Dat is van cruciaal belang bij het opbouwen van weerstand  tegen plagen en ziektes. Het ziet er namelijk naar uit dat de globale klimaatsverandering resulteert in meer en omvangrijkere natuurrampen. Sterke gewassen maken landbouw mogelijk in moeilijke omstandigheden - zoals droogte of regelmatige overstromingen. Op die manier kunnen boeren en kwekers hun gewassen aanpassen aan de veranderende klimatologische omstandigheden. Onderzoek toont namelijk aan dat vooral de armste landen hardst worden getroffen door de klimaatsopwarming.

De wereldwijde biodiversiteit is de jongste decennia sterk afgenomen. De nadruk ligt tegenwoordig op een beperkt aantal gewassen - zoals maïs of rijst. Nochtans zijn sommige ‘vergeten’ gewassen van groot belang voor de regionale voedselzekerheid. Kousenbandbonen, cassave, bataten, gierst, taro en tef worden snel vergeten in statistieken. Ten onrechte, zo blijkt. Onderzoekers becijferden dat ontwikkelingslanden massaal ‘vergeten’ gewassen kweken, op een totale oppervlakte van 250 miljoen hectare, met een geschatte verkoopwaarde van 100 miljard dollarVeel van deze 'vergeten' gewassen worden ingezet in moeilijke omstandigheden. Dit soort gewassen krijgt heel weinig aandacht, ondanks de onmisbare bijdrage tot het dagelijkse dieet van miljoenen armen. Zaadbanken kunnen bijdragen tot het in stand houden van deze gewassen, of kunnen de teelt productiever maken.  

Ook Bevrijde Wereld ondersteunt gelijkaardige – kleinschalige - initiatieven in Bolivia, West-Afrika en de Filippijnen. Deze projecten doen in eerste instantie onderzoek doen naar inheemse zaden. Succesvolle varianten worden opnieuw geproduceerd, gestockeerd en beschikbaar gesteld voor lokale boeren. Bovendien zijn deze inheemse zaden vaak goedkoper en beter bestand tegen ziektes of ongedierte. 

Katrien De Graeve (redacteur Bevrijde Wereld)
(bron: GCDT, Irin) 

www.bevrijdewereld.be

 

Deel dit artikel