Heropbouw Falluja blijft uit

De meeste huizen liggen nog altijd in puin, en iedereen die de stad binnen wil, moet vingerafdrukken laten nemen, een irisscan ondergaan en zijn bagage laten doorlichten. Anderhalf jaar na het Amerikaanse offensief tegen Falluja is het leven in de grondig verwoeste stad nog altijd niet genormaliseerd.


Phantom Fury, de aanval tegen de rebellen die zich in Falluja verschanst hadden, vernielde naar schatting 70 procent van de huizen in de stad. Bij de aanval kwamen 4000 tot 6000 mensen om, schat het Studiecentrum voor mensenrechten en Democratie uit Falluja.

Fallujah blijft een eiland. Zelfs de inwoners van de omliggende dorpen die administratief bij de stad horen, mogen er niet in. De stadsbewoners zelf hebben een veiligheidsbadge nodig, net als journalisten, handelaars en andere buitenstaanders.

Wie de stad binnenrijdt langs de belangrijkste controlepost, ziet eerst de verwoestingen in het Al-Askari-district. Bijna alle huizen in het gebied zijn vernield of zwaar beschadigd. “Ik kon mijn huis niet heropbouwen – dat is te duur”, zegt Walid, een officier uit het voormalige Iraakse leger. “Het Amerikaanse leger betaalde ons 70 procent van de schadevergoeding, maar door de werkloosheid in de stad moest we het meeste uitgeven aan eten en geneesmiddelen. Nu zit iedereen te wachten op de resterende 30 procent.” Honderden inwoners die hun huis verloren bij de bombardementen tussen april en november 2004 kunnen een gelijkaardig verhaal vertellen.

Aan de oeverkant van de Eufraat staat het algemeen ziekenhuis van Falluja. Tijdens de belegering van de stad konden er geen patiënten terecht – het Amerikaans leger hield het bezet. Artsen willen alleen anoniem met IPS praten. “Het is meer een schuur dan een ziekenhuis”, zegt een dokter. “Er heerst een verschrikkelijk gebrek aan materiaal en geneesmiddelen, en het ministerie van Volksgezondheid doet er niet veel aan.”

In Falluja zelf wordt een nieuw ziekenhuis gebouwd, maar de artsen in de oude instelling zeggen ironisch dat de helft van de stad dood zal zijn voor dat af is. Ze vinden dat er noodplan moet komen voor de medische verzorging van de inwoners van hun stad. De meeste mensen durven niet naar de ziekenhuizen in Bagdad reizen, uit schrik voor de doodseskaders die onderweg of in de hoofdstad zelf kunnen toeslaan.

Werkloosheid en de armoede die ermee gepaard gaat, zijn nog een groter probleem in Falluja. Haji Majeed Al Jumaily drentelt besluiteloos rond op een groentemarkt in de stad. Voortdurend vraagt hij de verkopers de prijzen van hun waren, maar hij koopt niets. “Ik heb maar 2.000 dinar (iets meer dan een euro) uit te geven, en alles is zo duur”, zegt de 64-jarige voormalige smid. Zijn twee zoons werden in 2004 doodgeschoten door soldaten van het nieuwe Iraakse leger die in het wilde weg vuurden, en nu moet hij voor hun vrouwen en kinderen zorgen. Veel marktbezoekers wikken en wegen lang vooraleer ze hun schaarse dinars uitgeven.

“Mensen komen financieel niet meer rond en weten niet wat ze moeten doen”, zegt ook de advocaat Jassim Al Muhammadi. “De belegering maakt dat probleem nog veel scherper”. Volgens Ahmed blijven de Amerikaanse soldaten in de stad ook willekeurig mensen aanhouden en zelfs doodschieten.

De infrastructuur in Falluja is even slecht als in de rest van Irak. De distributie van drinkwater en stroom laat te wensen over, gas en benzine zijn schaars en ook het telefoonnet is slecht. Inwoners klagen dat de regering zich niets aantrekt van hun nood.

Ook de VN kwamen eind mei tot de conclusie dat de humanitaire situatie in Falluja bedenkelijk blijft. De VN schatten dat 15 procent van de inwoners van de stad nog altijd in verlaten scholen en overheidsgebouwen in de buitenwijken van de stad leven. “Bagdad trok 100 miljoen dollar uit voor heropbouw en 180 miljoen voor schadevergoedingen, maar daarvan is heel weinig te zien in de straten van Falluja”, schrijven de VN-onderzoekers in hun rapport. Bassel Mahmoud, de directeur van de heropbouwprojecten van de stad, geeft toe dat er nog altijd 65.000 inwoners van Falluja elders leven.

De burgemeester van Falluja kondigde op 14 juni zijn ontslag aan. “De Amerikanen hebben hun beloften niet waargemaakt, en dus neem ik ontslag”, verklaarde hij. Hij ergerde zich allicht onder meer aan de beslissing om 30 procent van het geld dat was vrijgemaakt voor de heropbouw van de stad, te gebruiken voor extra veiligheidscontroles. Corruptie en overdreven facturen van de aannemers die meewerken aan de heropbouw, hebben nog meer geld doen verdwijnen. (PD)

IPS DOOR:

Deel dit artikel