Koerden vragen om erkenning volkenmoord

De Iraakse Koerden willen de slachtpartijen die de vroegere Iraakse dictator Saddam Hoessein liet aanrichten als volkenmoord erkend zien. Volgens de Koerden kostte de zogeheten "Anfal"-campagne van Saddam tussen februari en september 1988 aan 182.000 mensen het leven. Internationale mensenrechtenverenigingen houden het op 50.000 tot 100.000 dodelijke slachtoffers. Saddam wilde de Koerden een lesje leren omdat ze tijdens de acht jaar durende oorlog tussen Irak en Iran de kant van de Iraanse vijand hadden gekozen.


De vroegere dictator en zes van zijn vertrouwelingen moeten zich nu verantwoorden voor de rechter. Ze worden beticht van volkenmoord en misdrijven tegen de menselijkheid. De Koerden willen dat de rechters de genocide officieel erkennen. Ze vragen om gerechtigheid en willen een vonnis waaruit ze politieke munt kunnen slaan.

De 74-jarige Bahiya herinnert zich "de moeilijkste periode uit haar leven", terwijl ze haar kleindochtertje in een wieg koelte toewuift. Jarenlang woonde Bahiya met 15 familieleden in Binaka, een dorp ten zuidoosten van de stad Kirkoek. In april 1988 kwam er een eind aan het rustige leven in het dorp. Het Iraakse leger kwam toen in de streek vechten tegen de Peshmarga-strijders van de Koerden.

"De soldaten arriveerden enkele weken na de gasaanval in Halabja", vertelt Bahiya. "Wij waren bang dat ze ook op ons chemische bommen zouden gooien." Bahiya woont nu in Rizgari, een district op 175 kilometer van Suleimaniya.

De Iraakse autoriteiten staken meer dan 100 families uit Binaka in een gevangenis nabij de grens met Saudi-Arabië. Bahiya bracht vijf maanden in de cel door. Ze moest daar overleven op oud brood en vies water.

Na haar vrijlating keerde Bahiya naar haar dorp terug. Het dorp bleek met de grond gelijkgemaakt te zijn. Twaalf van haar familieleden werden vermist. "Nadien ontdekte ik dat ze allemaal werden gedood tijdens de Anfal, de campagne tegen de Koerden." Bahiya verheugt zich over het feit dat Saddam en de zijnen nu eindelijk ter verantwoording worden geroepen.

"Het regime van Saddam Hoessein probeerde een deel van het Koerdische volk zijn bestaansrecht te ontnemen", stelt Abdurrahman Haji Zebari, een juridische adviseur bij de vereniging van Anfal-slachtoffers in Koerdistan, die gevestigd is in Arbil. "Als de Anfal-campagne als volkenmoordoperatie wordt erkend, zal dit leiden tot internationale sympathie voor de Koerden", denkt Zebari, die de slachtoffers vertegenwoordigt op het Anfal-proces in Bagdad. "We hebben genoeg bewijzen die aantonen dat het om een genocide ging."

Als Saddam en zijn beulen schuldig worden bevonden, zullen de overlevenden een schadevergoeding kunnen eisen van de Iraakse regering. Het belangrijke proces wordt voorgezeten door rechter Abdullah al-Amiri, een sjiitische Arabier. Niet minder dan 32 advocaten behartigen de belangen van de slachtoffers.

Tal van Koerdische getuigen kwamen in de afgelopen week bewijzen tegen Saddam en de andere beklaagden aandragen. Eén van de hoofdbeklaagden is een neef van Saddam, Ali Hassan al-Majid, beter bekend onder zijn bijnaam "Chemische Ali". De man speelde vermoedelijk een grote rol bij de gasaanval tegen Halabja in maart 1988. Halabja is een stadje op 250 kilometer ten noordoosten van Bagdad. De chemische aanval tegen de stad zou bijna 5.000 dodelijke slachtoffers hebben gemaakt.

Op de eerste dag van het proces hielden de Koerden een vijf minuten durende stilte. Boven de Koerdische overheidsgebouwen wapperden zwarte vlaggen. Heel wat Koerden vinden dat de rechtszaak in Koerdistan zou moeten plaatsvinden.

Uit sommige documenten zou blijken dat Iraakse regeringsfunctionarissen 18 Koerdische meisjes en vrouwen lieten verkopen aan Egyptische nachtclubs. De slachtoffers van deze mensenhandel waren opgepakt tijdens de Anfal-operatie. Velen verwachten nu dat de Koerdische overheid precies laat uitzoeken wat er met de bewuste meisjes en vrouwen gebeurde.

"Als de rechtbank de gruweldaden van de Anfal-campagne erkent, kunnen ook juridische procedures worden aangespannen tegen landen die op een of andere manier bij de operatie waren betrokken", zegt Nadir Rösti. Hij werkt op het nieuwe Anfal-ministerie in Koerdistan.

Saddam en zijn advocaten houden vol dat de operaties in het noorden van Irak mikten op Koerdische guerrillastrijders die samenspanden met Iran. Heel wat overlevenden willen graag dat Saddam wordt terechtgesteld, maar beseffen dat ze daarom nog geen echte gerechtigheid zullen krijgen.

"Hij moet dood", vindt de 30-jarige Nazanin Haidar uit Rizgari. "Maar de dood van Saddam zal onze kinderen, die door zijn toedoen stierven, niet opnieuw levend maken." (DB/MM)

IPS DOOR:

Deel dit artikel