Vlaanderen tegen voedselverspilling: een stand van zaken

In april 2014 beloofden de Vlaamse overheid en de belangrijkste bedrijfsorganisaties uit de Vlaamse agro/voedingsindustrie om binnen het jaar een stappenplan klaar te hebben om voedselverlies en -verspilling in Vlaanderen terug te dringen. De 11.11.11-campagne “Sorry is niet genoeg” zette mee druk op de ketel. Op 3 april 2015 werd de “Ketenroadmap Voedselverlies” gelanceerd.

Woensdag (8 juni) organiseren de ketenpartners een forum om ervaringen uit te wisselen en verdere stappen voor te bereiden.

Een goed voortgangsrapport

Het eerste voortgangsrapport, over de verwezenlijkingen van de roadmap in 2015 biedt een interessant overzicht van de vele acties die de ketenpartners hebben ondernomen. Uit het rapport blijkt ook dat de roadmap behoorlijk op schema zit. 

De vele interessante verwezenlijkingen en instrumenten in het rapport zouden op de themawebsite van de Vlaamse overheid, www.voedselverlies.be, gerust wat meer in de verf mogen gezet worden. Bijvoorbeeld: de modelclausules over voedselverspilling voor overheidsaanbestedingen, de groeneventscan, de lijst van horecazaken, die het “chef’s charter” ondertekend hebben, de schenkingsbeurs, de aanpassing van de BTW-vrijstelling voor schenkingen van overschotten, …

11.11.11 is tevreden dat er een studie over cosmetische normen is opgestart en kijkt uit naar de resultaten ervan. Tijdens de “Sorry is niet genoeg” campagne wezen we er al op dat veel voedsel wordt verspild omdat het er 'niet mooi genoeg' uitzag. 

De bal moet blijven rollen

De Vlaamse administratie verdient een pluim voor haar inzet voor het tot stand komen van dit voortgangsrapport. Maar het zal zaak zijn om de bal aan het rollen te houden.

We bedenken ook dat de meeste acties van de roadmap zich situeren in 2015 en 2016. Eén bijzondere actie, die niet zo expliciet in de roadmap staat, mag dit jaar dus zeker niet ontbreken, namelijk deze roadmap aanvullen met nieuwe acties voor 2017 en de daarop volgende jaren.

Meer actie graag

Een aantal punten behoeven meer actie:

  • de voedselverliesaudit en de materialenscan zijn nuttige instrumenten om bedrijven op weg te zetten en te helpen om verlies te vermijden. Helaas worden deze mogelijkheden weinig toegepast (maar 8 scans). Is het instrument te weinig bekend, de interesse te gering of de capaciteit om het uit te voeren te klein?

  • het valt opnieuw op dat er in de landbouwsector eigenlijk niet veel acties werden ondernomen (zeker in vergelijking met het grote aandeel van de sector in het voedselverlies)

  • op vlak van samenwerking binnen de keten is nog niet veel gerealiseerd, maar de roadmap voorziet hier twee erg belangrijke acties voor 2016 die tegelijk ook belangrijk zijn voor de landbouw: uitwisseling van goede voorbeelden van onderlinge samenwerking met oog op het verminderen van wederzijdse verliezen en het tegemoet komen aan elkaars noden; het uitwerken van een draaiboek voor voedselverliescrisissen zoals de perencrisis in 2014.

  • de selectieve ophaling, toch een redelijk uitgebreid punt in de roadmap, lijkt achter te lopen op schema.

De cijferkwestie blijft

Een heikel punt in heel het verhaal blijft het ontbreken van een goed meetinstrument.

Het voortgangsrapport brengt verslag uit over de gedane inspanningen, maar zegt niet in welke mate de voedselverliezen en-verspilling in Vlaanderen daardoor zijn verminderd. Aan een meetinstrument wordt nog gewerkt, onder andere in het kader van het Europese onderzoeksproject “Fusions”, dat tegen 2017 zou klaar zijn.

Fusions bracht enkele weken geleden nieuwe cijfers uit over voedselverlies en verspilling in de EU. Die cijfers wijken nogal af van vorige schattingen en berekeningen. Dat heeft te maken met het feit dat de cijfers gebaseerd zijn op de voedselafvalstatistieken (de gemakkelijkst voorhanden cijfergegevens). Deze statistieken maken geen onderscheid tussen eetbare en oneetbare delen van het voedsel. Tegelijk wordt voedsel dat aan dieren gevoederd wordt niet als verlies beschouwd, net als de hoeveelheid bouwstoffen die via chemische processen uit verloren voedsel gehaald worden.

Dat alles leidt tot een vermindering van de totale hoeveelheid geregistreerd voedselverlies en een vermindering van het aandeel van de landbouw in het geheel. Op zijn beurt krijgt aandeel van de consumptiefase daardoor relatief meer gewicht.

Daar waar in voorgaande studies het aandeel van de landbouw en de consumptie beide ongeveer een derde bedroeg komt het aandeel van de landbouw in de pas gepubliceerde cijfers van Fusions op 11% en dat van de huishoudens (consumptie) op maar liefst 53%. Deze voorstelling van zaken heeft uiteraard zijn invloed bij de bepaling van de beleidsprioriteiten.

Een wereldwijde standaard?

Gisteren (6 juni) werd bovendien een (poging tot) wereldwijde standaard voor het meten van voedselverlies – en verspilling voorgesteld. De “FLW Standard” werd opgesteld door een samenwerkingsverband van onderzoeksinstituten zoals Fusions, het World Resources Institute (WRI), de FAO, UNEP en enkele bedrijven.

De standaard is zeer technische en laat veel opties open die dan wel telkens moeten aangeduid en verantwoord worden. Net zoals de methode van Fusions is het nog niet zeker dat de FLW Standard algemeen zal gebruikt worden. In ieder geval moet het systematische verzamelen en rapporteren van de data dan nog beginnen.

Marc Maes
Beleidsmedewerker handel

Vind jij de strijd tegen voedselverspilling het volhouden waard?

Steun 11.11.11. Doe vandaag nog een gift

Omwille van verwerkingskosten, is het toegestane minimumbedrag € 10

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels