Armoedevermindering: een nieuwe investering in groei?

In een recente studie gaan 5 economisten van de Wereldbank in op de relatie tussen armoede en economische groei in Latijns-Amerika. 5 economisten van de Boliviaanse NGO CIPCA geven hun commentaar vanuit de realiteit in Bolivia.

“Groei dient meer ten goede te komen aan de armen in Latijns-Amerika” is het advies van 5 economisten van de Wereldbank in een recente studie genaamd “Poverty Reduction and Growth: From Vicious to Virtuous Circles”. De economisten merken op dat tijdens het afgelopen decennium het armoedeniveau in Latijns-Amerika maar weinig verminderd is. Bovendien hebben de armste lagen van de bevolking in de meeste Latijnsamerikaanse landen niet weten te profiteren van de economische groei. Het vernieuwende van de studie is de erkenning dat armoede op zich een factor is die tot een beperkte groei leidt, waardoor een vicieuze cirkel ontstaat tussen hoge armoede en beperkte groei. Bovendien legt men het verband tussen de aanhoudende armoede en de extreme ongelijkheid.

Voor velen in Latijns-Amerika zijn deze bevindingen evident, maar wat niettemin de aandacht trekt, is de bocht die de Wereldbank aan het nemen is van een haast absoluut geloof in een economisch groeibeleid naar een erkenning dat armoedevermindering een meer directe interventie verantwoordt. Meer en meer blijkt armoedevermindering een hoofddoelstelling van de Wereldbank waardig te zijn en niet enkel te dienen als camouflage om groei na te streven. De studie bevestigt dat investeren in de armen niet alleen een goede zaak is voor henzelf, maar voor de gehele samenleving. Dit lijkt aan te geven dat de Wereldbank armoede als een publiek passief beschouwt, wat meer overheidsinterventie zou rechtvaardigen.

Wanneer we de situatie in Bolivia onder de loep nemen, treft eerst en vooral de hoge armoedegraad op het platteland het oog. 79,2% van de bevolking leeft er in armoede, in vergelijking tot 52% in de stedelijke gebieden (CEPAL, 2002). Daarnaast groeit de armoedekloof onder de inheemse bevolking. Dit toont aan dat in Bolivia de sociaal-economische versterking van de inheemse en rurale bevolking prioriteit dient te krijgen in de strijd tegen de armoede.

De Wereldbank, ondanks haar droom van een wereld zonder armoede, gaat nog steeds uit van beleidsstrategieën gericht op inkomen, met klemtoon op kapitaalaccumulatie en productiespecialisatie; concepten en gebruiken die niet volledig gedeeld worden door de inheemse boerenbevolking in Bolivia. Voor velen onder hen is bijvoorbeeld kapitaalaccumulatie geen deel van hun dagdagelijkse levensstrategie omdat ze andere concepten hebben over welzijn, zich baseren op andere wereldbeschouwingen en uitgaan van andere relaties met hun land en natuurlijke rijkdommen.

We kunnen ons aansluiten bij verscheidene voorstellen van de Wereldbank ten voordele van armoedevermindering, zoals de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs, het stimuleren van investeringen in infrastructuur of het inbouwen van een armoedefocus in overheidsinitiatieven. Niettemin, als we de Boliviaanse realiteit beschouwen, is rurale ontwikkeling een hoofdprioriteit. Hierbij dient men de situatie van armen op zich als vertrekbasis te nemen, met respect en kennis van hun economische strategieën.

In een recente publicatie “Composición de los Ingresos Familiares de Campesinos Indígenas” onderzoekt de Boliviaanse NGO CIPCA de levensstrategie van inheemse boerenfamilies in zes Boliviaanse regios. De studie besluit dat een verbetering van de levenscondities een betere toegang tot natuurlijke rijkdommen vereist. Inkomensgeneratie door de inheemse boerenfamilies is direct gerelateerd met de factor land en territorium. Vandaar dat beleidsstrategieën gericht op armoedebestrijding en inkomensverbetering -  indien ze echt de huidige situatie willen overstijgen – onvermijdelijk de herverdeling van land en ander natuurlijke rijkdommen in Bolivia aan de orde moeten stellen. 

De inkomensstrategieën van de inheemse boerenfamilies zijn divers, hoewel de activiteiten op het eigen erf hen het grootste deel van de middelen oplevert. Dit eigen productiesysteem staat niet in contrast met migratie en werken in loondienst. Beide vormen een geïntegreerd deel van hun gediversifieerd economisch systeem.  Ook ontkoppelt hun strategie van autosufficiëntie hen niet van het marktgebeuren. Vandaar dat beleidsacties gericht op een ruimere en verbeterde markttoegang belangrijk zijn.

Als besluit geven we nog enkele tips mee aan onze collega’s economisten van de Wereldbank. Vooreerst, dient armoedevermindering de hoofddoelstelling te zijn en groei enkel een instrument om dit bereiken. Ten tweede, om de armoede te bestrijden neemt men best de realiteit van de armen als vertrekbasis en dient men er rekening mee te houden dat de condities voor armoedebestrijding van land tot land zullen verschillen. Tenslotte, gezien we niet allemaal éénzelfde ontwikkeling voor ogen hebben, dienen we beleidsprioriteiten te stellen op basis van onze eigen ontwikkelingsvisies en -strategieën.

-----
Artikel geschreven door Bishelly Elías, Coraly Salazar, Susana Mejillones, Tom Pellens* en Turkel Castedo, economisten van de Boliviaanse NGO CIPCA

-----
* Tom Pellens werkt sinds 2004 als Volens-coöperant in CIPCA, als economist op het regionale kantoor in Cochabamba.

Volens DOOR:

Deel dit artikel