Belangrijke herschikking in de Cubaanse regering

Op 2 maart maakte de Cubaanse overheid bekend dat ze een belangrijke herschikking doorvoert in de regering. Een tiental ministers wordt vervangen en een aantal ministeries wordt gefusioneerd. Op zich niets ongewoon. Het benoemen van nieuwe ministers om de zoveel tijd is een normaal verschijnsel in de meeste landen van de wereld, en in Cuba is dat niet anders.

Temeer omdat Raúl Castro vorig jaar de nieuwe president is geworden van het land. Bij zijn aanstelling had hij aangekondigd de Cubaanse overheid te zullen hervormen. De bedoeling was om tot een minder zwaar en efficiënter overheidsapparaat te komen, m.a.w. de bureaucratie aan te pakken. Dat was geen breuk met het verleden, de strijd tegen de bureaucratie en de erbij horende corruptie werd reeds gelanceerd door Fidel Castro in november 2005.

De Cubaanse regering bestaat uit twee delen, de staatsraad - een soort raad van wijzen - en de ministerraad. Sommige regeringsleden zetelen in beide organen. Aan het hoofd staat de president met een aantal vice-presidenten. Alle organen worden bevestigd door het parlement.

Sinds het aantreden van Raúl Castro als president zijn er reeds vijf herstructureringen doorgevoerd. Deze keer gaat het wel om de meest ingrijpende en ze haalde vooral het nieuws omdat twee gekende kopstukken de baan moeten ruimen. Het gaat vooreerst over Felipe Pérez Roque, die bijna 10 jaar minister van Buitenlandse Zaken was. Hij wordt vervangen door Bruno Rodríguez, voordien vice-minister van Buitenlandse Zaken. In die functie omkaderde hij ondermeer de omvangrijke en langdurige Cubaanse medische missie in de Himalaya na de zware aardbeving in Pakistan. Pérez Roque stond bekend als een briljant minister, en heeft ook herhaaldelijk klare posities ingenomen in de VN tegen de blokkade van de VS, voor de terugtrekking van de troepen in Irak, voor de sluiting van de basis op Guantanamo enz. Tot nader order blijft hij lid van de Staatsraad.

Een tweede opvallende wijziging is de vervanging van Carlos Lage als secretaris van de ministerraad, een functie die op zich geen autoriteit inhoudt maar vooral ondersteunend is. Carlos Lage blijft wel vice-president. Hij staat gekend als de architect van de economische hervormingen in de jaren '90 en vormde samen met Pérez Roque het bekende gezicht van de Cubaanse regering naar buiten uit. De buitenlandse pers voerde hen regelmatig op als de mogelijke opvolgers van Fidel en Raúl.

Verder werden nog een aantal ministeries gefusioneerd. Daarbij werd Rodrigo Malmierca, ex-ambassadeur in België, Luxemburg en de EU en top diplomaat voor de VN, benoemd als minister van het nieuwe ministerie van Buitenlandse Handel en Investeringen.

Bij dergelijke gebeurtenissen op Cuba heeft de pers bij ons de gewoonte om allerhande speculaties te lanceren. Meestal zijn die op weinig meer dan lucht gebaseerd, maar een beetje opschudding is altijd goed voor de verkoop- of kijkcijfers. Toen Fidel in 2006 plots ernstig ziek werd, zou de revolutie op zijn grondvesten daveren. Niets bleek minder waar. Raúl zou, zo werd gesteld, een drastische koerswijziging doorvoeren in de richting van China. Opnieuw bleek het op niets gebaseerd. Ook nu zijn er wilde speculaties. Het zou gaan om een vervanging van "mensen van Fidel" door "mensen van Raúl", waarbij allerminst rekening gehouden wordt met de merites van de personen in kwestie. Titels als "Castro ruimt Fidels kabinet op en installeert zijn eigen mensen” zetten de toon".

In een column zette Fidel de zaken op een rijtje. "Ik heb me nooit bezig gehouden met het selecteren van mensen voor bepaalde posities” aldus Fidel. Hij kwalificeert de veranderingen als “gezond" en wijst erop dat ze met hem overlegd zijn, "hoewel daartoe geen enkele verplichting geldt". Over Carlos Lage en Felipe Pérez Roque geeft hij het volgende opmerkelijke commentaar: "De zoetheid van de macht, waarvoor ze geen enkel offer hebben moeten brengen, had ambities bij hen wakker geschud die hen aanzetten tot onwaardig gedrag." Verder wijst Fidel erop dat de twee mannen in kwestie de maatregelen zonder protest accepteren.

Volgens Fidel zet de Cubaanse overheid de twee ministers dus opzij omwille van "onwaardig gedrag", zonder daar verdere details bij te geven. Hun inzet was duidelijk niet meer in overeenstemming met de hoge morele eisen die de Cubaanse revolutie aan haar mensen stelt. Dit wijst in elk geval op twee zaken. Ten eerste op het belang die de revolutie hecht aan morele waarden. Ten tweede dat er geen verworven rechten gelden voor niemand. Verstarring van de macht is uit den boze. Wie onvoldoende scoort voor een opgedragen taak, kan vervangen worden.

Meer info

intal DOOR:

Deel dit artikel