Bye bye Bemba

Vanuit Kinshasa - Jean-Pierre Bemba is vannacht om twee uur (13 april, nvdr) onder politiebegeleiding naar Portugal vertrokken (officieel voor medische verzorging, maar allicht in blijvende ballingschap, nvdr). Kinshasa haalt opgelucht adem. In België werd het beeld geschapen dat het militair ingrijpen tegen de privémilitie van Bemba een paar weken geleden een totaal overtrokken reactie van Kabila was. Maar de bevolking in de Congolese hoofdstad vreesde dat het provocerend gedrag van Bemba’s militie tot het ergste zou kunnen leiden, namelijk een totale chaos en veralgemeend geweld.

Een buurman uit Matonge vertelde me gisteren dat het eigenlijk kantje boordje was. Na de eerste schermutselingen in het centrum (Gombe) trokken de militieleden van Bemba naar de volkswijken. Ze veroverden zonder enige moeite de kazerne van de luchtmacht N’Dolo. Het leger liet hen begaan en nam de wijk. De militieleden konden beslag leggen op het wapenarsenaal van de kazerne en begonnen dit te verdelen onder de straatbendes die zich ophouden rond het Sint-Rafaëlstadium.

Mijn buurman zag ze voorbij trekken: gefrustreerde, opgezweepte jongeren, zwaaiend met geweren en mitrailletten. Hij vreesde zelf voor zijn leven, omdat hij in de wijk bekend staat als een aanhanger van Kabila. “Het leger bleef eigenlijk passief”, vertelt hij, “men heeft de presidentiële garde moeten inzetten om de straten schoon te vegen. Het is waar dat men zonder pardon heeft gereageerd, maar wat als men had laten begaan? Gewapend oproer in de stad? Terreur van wilde straatbendes? Het staat vast dat er ook nu nog heel wat wapens verborgen zijn.”

De reactie van de verenigde Europese ambassadeurs heeft in Kinshasa een golf van verontwaardiging veroorzaakt. De huidige politieke klasse heeft - tenminste in woorden - genoeg van de ‘lessen’ uit het buitenland. De passage van de Belgische minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht in Kinshasa is bij politiek Congo echter heel anders overgekomen. Het vermanend vingertje, dat stilaan zijn handelsmerk wordt, was ditmaal vooral bedoeld voor Belgisch binnenlands gebruik. Hier onthoudt men vooral dat De Gucht stelde dat “het onderhouden van een privé-militie niet verenigbaar is met de democratie”.

De Gucht mag dan al verklaringen afleggen in de zin van “de politieke dialoog met de oppositie op gang houden”, die worden door de regering Kabila beleefd aanhoord en genoteerd, en dat is het dan. Ondertussen vraagt het Hooggerechtshof de opheffing van de parlementaire onschendbaarheid van oorlogsmisdadiger Bemba. Zijn eigen partij, de MLC, protesteert wel tegen deze gang van zaken, maar verklaart ondertussen dat zij bereid is om “een republikeinse oppositie te voeren, met respect voor het algemeen belang en de openbare orde”. Dat wijst erop dat iedereen Bemba laat vallen. Niemand verwacht nog zijn terugkeer.

intal DOOR:

Deel dit artikel