Clustermunitie op Libanese bodem: dodelijk voor jàren!

In Oslo had op 22 en 23 februari een belangrijke conferentie over clustermunitie plaats. 46 staten kwamen er, samen met VN-instellingen en humanitaire organisaties, overeen om in 2008 tot een “wettelijk bindend internationaal instrument” te komen voor “een verbod op het gebruik, de productie, de opslag en de overdracht van clustermunitie die onaanvaardbare schade toebrengt aan burgers”. Ze willen ook meer samenwerking en hulp bij de opruim van ‘vervuilde’ gebieden en bij de zorg voor de slachtoffers.  Het zijn de moordende effecten van de Israëlische clusterbommen op Libanon die deze duw in de goede richting gaven.

Een systematisch gedropt bommentapijt

Israël bestookte Libanon tijdens zijn agressieoorlog van juli/augustus 2006 elke dag met 3000 bommen, raketten en artilleriestukken. Tegen het einde van de oorlog waren dat er zelfs 6000. Een deel van deze verschrikkelijke bommenregen bevatte clustermunitie: de moederbom spat uiteen in - afhankelijk van het type - 88 tot 644 bommetjes, de grootte van een kleine granaat. 90% van die clusterbommen vuurde Israël af in de laatste 72 uur voor het staakt-het-vuren van 14 augustus 2006. De humanitaire coördinator van de VN, Jan Egeland, noemde dit “compleet immoreel”.  In totaal zijn volgens Handicap International 4 miljoen stuks clustermunitie in Libanon neergekomen. 

Naar schatting 15 tot 40% van de afgevuurde clustermunitie is achtergebleven zonder te ontploffen. Dat betekent dat er wel een miljoen granaten in Libanese dorpen en velden liggen. In feite zijn dat evenveel kleine landmijnen geworden, levensgevaarlijk voor wie erop trapt of ze opraapt. Het Mine Action Coordinating Centre in Zuid-Libanon heeft 839 locaties geïdentificeerd waar Israël clustermunitie op heeft afgevuurd. Ondanks herhaalde oproepen, o.a. van Amnesty International, heeft het Israëlisch leger nooit volledige en accurate informatie ter beschikking gesteld over de gebieden die het met clusterbommen heeft bestookt.

Een half jaar na het staakt-het-vuren blijft de tol van de achtergebleven clustermunitie erg hoog. Meer dan 20 burgers stierven bij accidenten met clustermunitie, meer dan 160 raakten gewond. Ongeveer een derde van hen waren kinderen. De clustermunitie heeft soms de vorm van kleine drinkkartonnetjes, en zijn dikwijls voorzien van kleurige linten, wat ze aantrekkelijk maakt voor nieuwsgierige kinderen.  Daarnaast vielen bij het ontmijnen zelf ook nog eens 8 doden en 19 gewonden, waaronder drie Belgische militairen. De eerste weken maakte achtergebleven clustermunitie 3 of 4 slachtoffers per dag, vandaag zijn het er nog steeds enkele per week.

Economisch is Zuid-Libanon erg afhankelijk van de landbouw. Het is er de voornaamste bron van inkomsten, de helft van de bevolking werkt in de landbouw. De streek produceert citrusvruchten, bananen, olijven, groenten, tabak,… 26% van het bebouwde land in Zuid-Libanon is nu ‘vervuild’ met clusterbommen, landmijnen en andere niet-ontplofte tuigen (‘UXO’ of ‘unexploded ordnance’). De lintjes aan de granaten maken dat ze gemakkelijk in de olijfbomen en bananenplanten blijven hangen. Door de clustermunitie op hun velden konden de boeren nauwelijks irrigeren, planten of oogsten – tenzij op gevaar van hun leven. Het VN-agentschap dat het ontmijnen coördineert heeft een planning opgesteld die rekening houdt met de landbouwcycli van de gekweekte gewassen. De maand maart is rood omcirkeld: dan worden de olijfgaarden en tabaksplantages manueel gecontroleerd door de landarbeiders. Clusteraccidenten verzekerd!  Een onderzoekscommissie van de Mensenrechtenraad van de VN is bijzonder scherp voor Israël: “De Commissie vindt dat deze wapens bewust gebruikt zijn om van grote gebieden vruchtbaar landbouwland een ‘no go’ gebied te maken voor de burgerbevolking.” 

Schending van het internationaal humanitair recht

“Het gebruik van clusterbommen midden gebieden waar mensen wonen, schendt duidelijk het verbod op aanvallen zonder onderscheid (tussen militairen en burgers) en is daarom een grove schending van het internationaal humanitair recht”, stelt Kate Gilmore, vice-algemeen secretaris van Amnesty International. 
Nochtans is clustermunitie op zich (nog) niet verboden. In 2003 werd in het kader van het Conventioneel Wapenverdrag (voluit: Convention on Certain Conventional Weapons) wel een vijfde protocol vastgelegd over ‘explosieve oorlogsresten’. Het legt de verantwoordeljkheid vast voor het ruimen van deze munitie en voorziet een systeem van bijstand aan de getroffen landen. Maar het bevat geen juridisch bindende bepalingen.  Op de laatste herzieningsconferentie van het Conventioneel Wapenverdrag, in november 2006 in Genève, kwam er niet meer dan een vage oproep om “het gebruik van clustermunitie te verbieden in concentraties van burgers”, en om “de ontwikkeling, productie, opslag, overdracht en gebruik te verbieden van clustermunitie die ernstige humanitaire schade kunnen toebrengen omdat ze onbetrouwbaar of inaccuraat zijn”. De recente conferentie van Oslo gaat duidelijk verder én sneller dan de conferentie van Echternach, euh, van Genève.

Moeizame opruim

Heel wat teams zijn al maanden zoet met het opsporen en opruimen van de clustermunitie en andere UXO’s in Zuid-Libanon. Er zijn niet alleen Belgische militairen met ontmijningsploegen aan de slag - in het kader van de VN-vredesmacht Unifil - maar ook teams van Handicap International, van Zweedse, Noorse en Deense ngo’s, van VN-agentschappen, van het Libanese leger,… Maar het werk vordert traag, tergend traag. Eind 2006, na meer dan vier maand ontmijnen, waren in totaal 95.000 stuks munitie onschadelijk gemaakt: grosso modo 15.000 door Unifil, 25.000 door de VN en de ngo’s, en 55.000 door het Libanese leger. Hieruit blijkt – wat weinig geweten is – dat Unifil dus slechts een deeltje van het werk opknapt. Die 95.000 opgeruimde clusterbommetjes maken niet meer dan 10% uit van het geschatte aantal van 1 miljoen, en ook qua gecontamineerde oppervlakte zien we eenzelfde verhouding: van de 34 km² ‘clustermunitiegebied’ was eind 2006 nauwelijks 9% opgekuist.  Even rekenen: er staat de ontmijningsploegen dus nog drie à vier jaar labeur te wachten!

De rol van België

België heeft een team van een kleine 400 militairen in Zuid-Libanon, als deel van de VN-vredesmacht Unifil. Ze zijn sinds eind september ter plaatse, met een mandaat voor zes maand, één maal verlengbaar. Naast medische hulpverlening en wederopbouw zijn de Belgen vooral bezig met ontmijnen. Op zich een goede zaak. Maar de hele Unifil-operatie, en de Europese en Belgische bijdrage daaraan, heeft ook een reukje dat minder humanitair is. Eerste minister Verhofstadt was hierover glashelder in de Kamer: “Ik ben er al lang voorstander van om een eigen Europese defensie-identiteit te ontwikkelen, niet los van de Navo maar als een pijler van de Navo. (…) Deze operatie is een belangrijke stap om binnen het kader van het Atlantisch bondgenootschap als geheel die Europese defensie-identiteit en die Europese defensiepijler te ontwikkelen.” 

Hoeveel de Belgsiche deelname aan de Unifil-missie zal kosten, en wie ervoor moet betalen, is niet echt duidelijk. Eind augustus sprak Defensieminister Flahaut in de Kamer over een kostenplaatje van 4 miljoen euro voor 2006, waarvan de VN bijna twee derde zouden terugbetalen “op min of meer lange termijn”. Voor de tien maand van 2007 – Flahaut ging blijkbaar automatisch uit van een verlenging van het mandaat voor ‘zijn’ jongens – zou 20 miljoen euro nodig zijn.  Van welk budget, dat zouden we ten gepasten tijde dan wel zien…

In diezelfde Kamer van Volksvertegenwoordigers stelden Dirk Van der Maelen en Inga Verhaert (beiden SP.a) vragen over de schendingen van het internationaal humanitair recht in het conflict, en over de mogelijkheid voor herstelbetalingen. Minister van Buitenlandse Zaken De Gucht (VLD) antwoordde ontwijkend: “Het mechanisme van herstelbetalingen is altijd het gevolg van een vredesakkoord. (…) Ik denk niet dat dat kan in de gegeven omstandigheden. Daar zijn in ieder geval geen historische voorbeelden van.” En over de schendingen van het internationaal recht “zijn wij volop bezig om daarover een reflectienota te maken”.  Dat ‘volop bezig zijn’ aan een nota ‘om over na te denken’ is blijkbaar nog steeds… bezig.

België speelt internationaal wel een voortrekkersrol om clustermunitie te doen verbieden. Op 9 juni 2006 werd een wet van kracht die voor België, als eerste land ter wereld, het gebruik en de opslag van clustermunitie verbiedt. PS-senator Philippe Mahoux wil nog verder gaan. Fin octobre, il déposait une proposition de loi visant à interdire également le “financement de la fabrication, l’utilisation ou la détention de sous-munitions”.  Buitenlandminister De Gucht gaf ook meermaals te kennen dat België gastheer wil spelen voor een internationale conferentie over het verbod op clustermunitie. Uiteindelijk moest België, op de conferentie van Oslo, vrede nemen met een regionale conferentie. De internationale opvolgingsconferenties hebben plaats in Lima (mei/juni), Wenen (november/december) en Dublin (voorjaar 2008).

Meer info op www.intal.be

Deel dit artikel