De grote merken bepalen de spelregels in de textielsector

interview - maquila

"De loonkost bedraagt nu minder dan 1% van de prijs die de consument voor zijn kleren aan de kassa betaalt"

Interview Pedro Ortega
Pedro Ortega Mendez is algemeen secretaris van Sindicatos Textil – FESITEX en ondervoorzitter van CST-ZF, de Vakbondsfederatie van de Arbeid(st)ers in de Vrijhandelszone.

De textielbedrijven in Nicaragua bevinden zich in vrijhandelszones. Wat betekent dit concreet?

Het zijn bedrijfsterreinen waar producten worden geproduceerd voor de export. De eerste industrietak die zich hier kwam vestigen, was die van textiel en confectie, in maquilas, zoals de bedrijven in de vrijhandelszone hier genoemd worden. Nu komen ook traditionele sectoren zoals de tabak- en sigarenindustrie zich hier vestigen, omdat de voordelen voor bedrijven er aantrekkelijk zijn: vrijstelling van belastingen gedurende 10 jaar, vrijstelling op btw voor water en elektriciteit, vrijstelling op invoertaksen voor het machinepark etc.

De overheid houdt er eigenlijk niet veel aan over, buiten tewerkstelling. In de zona franca werken 110.000 arbeid(st)ers in 147 bedrijven, waarvan 67 textielbedrijven met +/- 70.000 werknemers. In een land met een groot tekort aan werkgelegenheid, zijn de maquilas dus erg belangrijk.

Hebben de grote kledingmerken veel macht?
Zij bepalen de spelregels; zij komen naar de bedrijven en zeggen: we betalen 1,20 $ per kledingstuk. Elk jaar organiseert Nicaragua een forum waarop alle grote merken aanwezig zijn. De vakbonden hebben daar aan de merken gevraagd om een bepaald percentage van de verkoopprijs voor de lonen voor te behouden. Studies hebben immers al uitgewezen dat de loonkost nu minder dan 1% uitmaakt van de prijs die de consument aan de kassa betaalt.


Hoeveel verdienen textielarbeid(st)ers nu gemiddeld?

Het minimumloon bedraagt 4.005 Córdoba, of 155 $ per maand. Via een systeem van bonussen en overwerk ligt het gemiddeld loon hoger, op 6.000 Córdoba. Dat is niet veel, maar naar Nicaraguaanse normen behoorlijk. Bovendien is het formeel werk met een arbeidscontract en toegang tot sociale zekerheid.


Hoe zit het met de vakbonden in de sector?

Slechts in 25 van de 67 textielbedrijven zijn vakbonden actief en nieuwe vakbonden oprichten is niet zo eenvoudig. Toch hebben we al heel wat bereikt, met steun van FOS en de Deense ngo 3F.

De economische crisis leidde in 2008-2009 tot het ontslag van 20.000 werknemers en de sluiting van 6 textielbedrijven. De regering bracht toen bedrijven en vakbonden samen en er werd een pact voor werkzekerheid ondertekend, in ruil voor het temperen van de looneisen. Positief is dat de sociale vrede 40.000 arbeidsplaatsen heeft verzekerd en er geen bedrijfssluitingen meer geweest zijn. Vanuit de vakbonden hebben we bovendien toch een jaarlijkse loonstijging met 8% (tegenover inflatie van 6%) afgedwongen.

Ondertussen doet elk land zijn best om zoveel mogelijk bedrijven en de daaraan verbonden arbeidsplaatsen aan te trekken. Nicaragua pakt zo uit met het feit dat het de laagste lonen van de regio heeft en dat de veiligheid en stabiliteit hier het grootst zijn, een argumentatie die wij als vakbonden natuurlijk niet kunnen aanvaarden.


Ligt het antwoord dan niet in een regionale aanpak, met solidaire vakbonden over de landsgrenzen heen?

Dat zou ideaal zijn, maar we moeten toegeven dat we als vakbonden op regionaal vlak ook zwak staan; ook wij zien ons gedwongen om de tewerkstelling in ons land te verdedigen. Er zijn wel een paar lichtpunten: IndustriAll en de Schone Kleren Campagne hebben een internationale campagne voor Leefbaar Loon gelanceerd. Het is belangrijk dat wij samen met alle vakbonden en ngo's deze campagne zoveel mogelijk kenbaar maken bij de regeringen en de grote merken.

Na de zware rampen in Bangladesh en Pakistan hebben een aantal merken beloftes gedaan. Dat is een eerste stap, die niet beperkt mag blijven tot de textielbedrijven in Azië. Ook voor Centraal-Amerika en Afrika moeten engagementen volgen.


TEKST Wim Leysens

Deel dit artikel