De laatste kolonie en de standpunten van links

Verslag van het verkiezingsdebat rond Israël-Palestina georganiseerd door de Federatie van Marokkaanse Verenigingen en Intal Antwerpen.

Vorige week stroomde De branderij te Antwerpen gestaag vol met belangstellenden, een heerlijk gemengd publiek nam plaats op de loodzware stoelen in de grote zaal. Een klein Intal-standje ontbrak niet, posters sierden de muur en er was een soort buffet ingericht met Marokkaanse lekkernijen. De sfeer was er, enkel de sprekers ontbraken nog.

Sappige Antwerpse accenten, met name de karakteristieke A’s, galmden door de ruimte, ongeacht etnische origine. Als iemand in deze zaal al een onveiligheidsgevoel ervoer, was het geen xenofoob, maar wellicht een agorafoob.

Iemand droomde luidop over de fuifzaalcapaciteiten van de locatie. Een andere belangstellende, notaboek in de aanslag, foeterde al: ‘Typisch wat ze doen, hoor. Ze sturen iemand die toevallig de mening deelt van het publiek, maar niet achter het officiële standpunt van zijn partij staat. Wat heeft een debat dan nog voor zin, als ze allemaal zo beginnen?’

Debat op diesel

Inderdaad, het debat begon bijna als een stukje cabaret. Ons komisch talent komt wel vaker uit het Antwerpse, maar dit was een geval van overmacht. Cd&V en VLD negeerden sowieso hun uitnodiging, SP.A beloofde de komst van Caroline Gennez, maar stuurde uiteindelijk Jo Vermeulen (Who? Inderdaad). Peter Mertens van PVDA werd ter plekke onwel en liet zich op de valreep vervangen door Jan Cools. Geert Lambert van SLP kwam ongeveer een uurtje te laat, en o ja, Jo Vermeulen die kwam ook al ruimschoots te laat. Gelukkig was er nog een moderator, Marc Vandepitte, anders was het behoorlijk leeg geweest daar vooraan op het podium. We gingen rustig van start met Eloi Glorieux van Groen en Jan Cools van PVDA.

Vierloopsvraaggesprek

Marc kondigde aan dat de deelnemers om de beurt vier vragen zouden beantwoorden. Daarna was er tijd voor een korte pauze en in het tweede deel was het de beurt aan het publiek om vragen te stellen. We gingen rustig van start met Eloi Glorieux van Groen en Jan Cools van PVDA. Die eerste profiteerde mogelijks nogal van de afwezigheid van zijn politieke tegenstanders door te benadrukken wat een geweldige eer hij het vond om hier aanwezig te mogen zijn. Het standpunt dat Jan zou innemen kon bij voorbaat nauwelijks duidelijker zijn. Om zijn hals had hij immers fier de zwart-wit geblokte sjaal -officieel keffiyeh genaamd- zitten. Wie nog niet mee is: veruit de bekendste drager van dit kledingstuk is wijlen mijnheer Arafat. Iemand uit het publiek ventileerde nog de mening: iedereen denkt hier toch hetzelfde, wat heeft dit debat eigenlijk voor zin? Die scepsis zou ongelijk krijgen, want verschillende standpunten waren er wel degelijk.

1: Hoe omschrijf je de aard van het conflict?

Voor Jan was het antwoord op deze vraag makkelijk te herleiden tot de essentie. Er waren vele antwoorden mogelijk, maar voor hem ging het zonder twijfel om een vorm van kolonisatie. De geschiedenis erachter is genoegzaam bekend, dus we zullen ons hier beperken tot: de Israëli’s (de grootste golf toch) arriveerden na WO II, verdreven de lokale bewoners hardhandig van hun grond, pikten die zelf in en gingen die nog eens ommuren ook. Van bij het begin gedroegen die nieuwkomers zich als onderdrukkers en kolonisators. Militaire bezetting en kolonisering blijven tot op de dag van vandaag de essentiële kenmerken van de situatie. Jan heeft dan ook alle begrip voor het leed van de verdrukten.

Eloi bracht eerst het mondiale, officiële standpunt naar voren. ‘Een niet-internationaal gewapend conflict’ luidde die beschrijving. Eloi kleurde meteen een beetje bij: ‘Niet-internationaal, maar de helft van de wereld is er wel bij betrokken!’ Hij kon Jan geen ongelijk geven. ‘Feiten zijn feiten.’ Ook voor Eloi was Israël de onderdrukker. Voor hem bleek dat alleen al uit de niet aflatende stroom van VN-resoluties die tegen Israël worden gericht. VN-resoluties zouden een soort stokpaardje van de Groen-politicus blijken te zijn. Hij merkte verder ook op dat Israël zich bepaald veel kan permitteren. Het voert een illegale oorlog en beschikt over een kernwapencomplex. Tegen het atoomprogramma van Noord-Korea en Iran wordt fel gereageerd, maar Israël kan dat blijkbaar wel ongestoord doen. Het is duidelijk dat de internationale machten Israël ondersteunen. Eloi keurt echter ook het geweld van de Palestijnen niet goed. Zelfs al maken hun acties, maar ‘weinig’ slachtoffers.

2: Simon says: doe de boycot. Of toch maar niet?

Eloi vertelde trots dat zijn gezin zich al jaren uit als fervente voorstanders van de boycot. Zijn partij vindt echter dat zo’n boycot niet moet uitgaan van een partij, maar wortel moet schieten bij een beweging, bij de mensen in de straat. De mensen zelf moeten actie ondernemen, men kan hen niet dwingen van hogerhand. Zelf heeft hij er alleszins geen problemen mee om een omweg te maken om Palestijnse olijfolie in te slaan. Maar tot een grootscheepse boycot moet allereerst het middenveld oproepen.

Marc vroeg of aan die voorwaarden dan niet voldaan zijn. Volgens Eloi niet. Pax Christi en 11.11.11 nemen een afwachtende houding aan en kijken vooralsnog de kat uit de boom. In Zuid-Afrika vroegen de zwarten, die er het eerste slachtoffer zouden van zijn, zélf om een boycot. De Palestijnen moeten dus ook akkoord zijn, want zij zullen dat het eerst voelen in hun portemonnee. Als aan die voorwaarden voldaan is, steunt Groen uiteraard de actie.

Jan kon Eloi verzekeren dat de man in de straat die actie zeker steunt, Groen mag dus gerust zijn. Hij zegt verder dat honderden Palestijnse organisaties reeds hun fiat gaven. Er is zeker een brede ondersteuning. Jan vermeldt ook het psychologische effect van zo’n boycot op de staat Israël. Zelfs als hun economie niet gevoelig geraakt wordt, dan zullen zij zeker nog altijd schrikken van de felle tegenwind die men krijgt. Israël doet zich graag voor als een deel van Europa en is dus zeer gevoelig voor de Europese reacties op haar beleid. De PVDA is alleszins vóór een boycot.

Enter SLP

Geert moest bij aankomst eventjes bijfietsen –en nam als spraakwaterval verder in het debat nogal de bovenhand- en de eerder gestelde vragen beantwoorden. Hij is reeds twee keer naar de streek geweest en is er van overtuigd dat oorlog er nooit vrede zal brengen. Op dit moment doen beide zijden er volgens hem alles aan om een oplossing te vermijden. Ook de Palestijnen moeten volgens hem water in de wijn willen doen, een standpunt dat misschien op weinig bijval kon rekenen in de zaal, erkende hij zelf. Hij vindt het vreemd dat de zelfde wereld die de Berlijnse muur veroordeelde, zo weinig ageert tegen deze Israëlische muur. Bovenal pleit hij er voor dat er eindelijk eens zand wordt gedaan over het verleden. Zijn mening is dat men zijn geschiedenis moet kennen, maar dat die de toekomst niet in de weg mag staan. Doorheen het debat zal hij blijven hameren op die visie.

Zelf is hij een voorstander van de boycot, maar hij beseft wel dat die boycot nooit volledig zal zijn. De houding van de EU vindt hij vrij bizar. Zo vertelt hij dat Europa investeert in een haven voor de Palestijnen en even later Israël financiert om die zelfde haven kapot te maken. Waar slaat zoiets nou op? De EU moet zich harder opstellen. Binnen Europa moet er een consensus zijn wat betreft de aanpak van dit probleem. Weliswaar met een keuze van ‘opting out’, zodat elke afzonderlijke lidstaat niet verplicht is om iets helemaal tegen haar zin te doen. (een licht tegenstrijdige uitlating, nvdr) In België is de bereidheid om te reageren groot, maar dat alleen is niet genoeg.

Hij vindt verder dat de VS maar eens moet reageren. Zelfs landen waarvan je zou denken dat ze zich aan de zijde van de Palestijnen hebben geschaard, zoals Libanon, kijken bepaald apathisch toe. Bij zijn bezoek aan vluchtelingen was hij zeer geschokt. In de hele regio lijkt men de Palestijnen als uitschot te beschouwen.

Institutioneel exportproduct

Volgens Geert zijn wij met z’n allen hier in België ervaringsdeskundigen op vlak van de vreedzame compromissen. Het is niet altijd even makkelijk, maar we schieten tenminste niet op elkaar. Ze moeten daar in de regio eindelijk eens een keer leren samenwerken en wij kunnen daar bij helpen. Wij hebben ervaringen met het zoeken naar een evenwicht. Niet iedereen was zo enthousiast over dat idee, zo zou later in het debat nog blijken.

Het grote wegstemkanon

Eloi, de man van de resoluties –hij had zelfs enkele exemplaren bij om zijn noeste arbeid te bewijzen – meldt met de nodige ergernis dat het Vlaams Belang zo wat elke vorm van actie tegen Israël gewoon ogenblikkelijk wegstemt. Hij geeft het voorbeeld van een resolutie in de subcommissie (met nadruk op sub) wapenhandel van 24 februari 2005. Deze resolutie werd unaniem goedgekeurd en stipuleerde onder andere dat de Gucht bij een bezoek aan Israël er zou op aandringen dat de muur werd afgebroken, dat een associatieakkoord zou worden opgeschort en dat er anders geen wapens meer kwamen. Heel frappant is dat de zelfde resolutie in de moedercommissie economie (!! Wapenleveringen ressorteren in de eerste plaats onder de noemer economie) niet werd goedgekeurd. De Israëlische ambassade schreef het parlement namelijk een briefje. Ze waren daar in ons parlement verkeerd ingelicht. De resolutie werd zes maand lang niet goedgekeurd, dan toch bekrachtigd en daarna weer uitgesteld. Hangen onze parlementariërs soms als marionetten aan de draadjes van een vreemde mogendheid?

Pax pecuniae

Jan was niet zo happy met het fraai klinkende begrip ‘institutioneel exportproduct’. De twee situaties zijn totaal onvergelijkbaar volgens hem. Hoe ga je een peperduur systeem met 7 parlementen overplaatsen naar wat eigenlijk een derde wereldland is? Alleen onze rijkdom maakt dit mogelijk en verzekert ons van vrede. Wat Israël doet is gewoon ook veel te erg. Ons consensusmodel exporteren naar de regio lost de zaak niet op, want dit idee gaat compleet voorbij aan de essentie van het conflict. Israël maakt voor de inval in Gaza al twéé jaar intensief plannen om de aanval tot in de puntjes te kunnen verzorgen. Die Quassamraketten die regelmatig op Israël regenen, waren slechts een zeer dankbare casus belli om tot actie over te gaan. Een Israëlische kolonel wist, al maanden op voorhand, perfect hoe die aanval zou verlopen. Wat Jan wilde zeggen was: hoe kan je die nietsontziende usurpators ooit ons consensusmodel laten adopteren?

Nie wieder Krieg (en andere roze olifantjes?)

Geert pikte meteen in: ‘Er is debat nodig (en wij maar denken dat dit er één was, nvdr). Niemand gaat daar graag horen over een consensusmodel, maar dat is nu de enige oplossing. Het moet maar eens gedaan zijn. Nu wordt het elke dag erger. (Als Geert had gezegd: ‘Er moet maar eens een eind komen aan de logica van het geweld, hadden we hem ervan verdacht Yves De Smet van de Morgen te plagiëren, nvdr) Het hoofdpersonage van De Welwillenden (dat boek van Jonathan Littel die de meerderheid van de eindejaarslijstjes literatuur aanvoerde, want dat kwam lekker erudiet over) oppert iets van de zelfde strekking, maar dan beter beargumenteerd: in een oorlog gebeuren verschrikkelijke dingen, maar het is contra-productief en zelfs ongepast om daar achteraf te lang over te zitten kniezen.

Volgens Geert is het niet meer van belang wie er begon (wie kreeg hier geen flashback van een speelplaats uit de lagere school?) er moet een onmiddellijk cease fire komen. Klinkt leuk natuurlijk en als je er van uitgaat dat er een miraculeuze Ghandisering van beide samenlevingen plaats vindt, heeft die visie misschien enige kans van slagen. Misschien kunnen we extra testosteronremmende producten in het drinkwater doen. Misschien is Palestijns (Israël drinkt het, maar het zit bij de Palestijnen) drinkwater nog niet vergeven van de pacificerende oestrogenen zoals dat van ons, als we sommige biologen tenminste mogen geloven. Het drinkwater zou trouwens inderdaad nog ter sprake komen.

3: Toen de Palestijnse autoriteit de stemhokjes mocht openzetten voor haar bevolking, werden er en masse bolletjes gekleurd naast namen van terroristen. Dat wil zeggen: veel van de verkozenen staan op een black list. De vraag hieraan gekoppeld, luidde: Aanvaardt uw partij de uitslag van de verkiezingen?

Geert antwoordde met een volmondig ja. Het volk heeft gekozen en we moeten dat respecteren. Hij vindt wel dat de verkiezingen gewonnen zijn op basis van dienstbetoon (die uitspraak zou als een boemerang terug komen uit het publiek) en dat er sprake was van veel corruptie. Mensen staan op die lijst om geo-politieke redenen. Geert wilde zeggen: een terrorist kun je op veel manieren definiëren, al naar gelang het je uitkomt.

Groen erkende de uitslag ook. Eloi’s partij was het ook niet eens met Bush of Berlusconi, maar hun verkiezingsuitslag werd ook gehonoreerd. In de Belgische senaat ontstond wel een fikse rel toen iemand van Hamas kwam spreken. Er waren politici die helemaal niet gezind waren met dat bezoekje. Alleszins, als organisaties terroristische daden plegen, dan is dat onrechtmatig geweld (een geruststelling om te weten dat er blijkbaar ook rechtmatig geweld bestaat; nvdr) Een staat als Israël moet dan ook op die lijst en België ook, voor haar aanwezigheid in Afghanistan. Eloi dacht na deze uitspraak mogelijks: ‘Hehe, zo’n opendoelkans laat ik niet liggen.’ Wie denkt dat Israël ooit op een lijst van terroristen komt, checkt nog elke ochtend of de tandenfee niet per abuis een briefje van tien euro onder zijn kussen heeft gestopt. (in de pauze zou iemand uit het publiek met de nodige bewondering opmerken: ‘Je kan toch zien dat ze bij Groen verstand hebben van reclame maken, hé’ De persoon in kwestie vond de deelnemers ook niet bepaald adonissen. Het oog van het debatpubliek wil kennelijk ook iets, nvdr).

Jan vond dat de verkiezingen erg democratisch waren verlopen. En wat nepotisme en cliëntilisme (ken uw Romeinse geschiedenis!) betreft: we moeten in eigen boezem kijken, want dat gebeurt net zo goed bij ons, hier en nu, in de aanloop naar de verkiezingen. We mogen volgens hem ook niet vergeten dat de Palestijnse verkiezingen in moeilijke omstandigheden plaatsvonden. De verkiezing van Liebermann is enkel de bevestiging van een systeem en de term terrorist is inderdaad een term die zeer arbitrair in te kleuren valt.

Jo van de SP.A (Jaja, die zat er ook, een beetje met een verveeld, vermoeid gezicht, maar hij zat er) aanvaardt ZEKER de uitslag van de verkiezingen. Hij vergelijkt Hamas met het IRA. Twee bewegingen die een degelijke werking combineren (of combineerde in het geval van het IRA) met geweldpogingen om hun doel te bereiken.

4: Moet Europa zich distantiëren van de VS en Israël? En zo ja, hoe loopt dat dan concreet?

Jo vindt Obama genuanceerder dan Bush, dus is het nu net wel het uitgelezen tijdstip om de VS juist wél te steunen. Samen met Dirk van der Maele vindt hij dat Europa haar handelsrelaties kan gebruiken om druk uit te oefenen en te ijveren voor een 2-statenoplossing.

Geert is net iets directer: Europa moet een EIGEN politiek hebben. De Europese buitenlandse politiek staat nergens. Als Europeaan in het buitenland zou je bijvoorbeeld een beroep moeten kunnen doen op de ambassade van een ander lidstaat. Nu kan dat ook al wel, maar het vereist een hele, niet zo vlotte, procedure. Een heel concreet voorbeeld van hoe Europa een gezamenlijke mond ontbeert en geen solide blok vormt. De lidstaten remmen elkaar af.

Eloi had het weer over actief parlementair werk en trapte dan wat open deuren in. Er is een meerderheid nodig. De VN-veiligheidsraad moet concrete acties ondernemen om hen onder druk te zetten. Dat zou inderdaad beter zijn dan Israël ‘op de vingers tikken’, zoals dat heet.

De PVDA vertrekt liever van de bevolking, díe moet je mobiliseren, net zoals Obama daar in slaagde met zijn schitterende campagne. Jan is een groot voorstander van concrete acties die duidelijk kans van slagen hebben zoals de Dexia-campagne van Intal.

Fasten seat-belts: publiek aan de beurt

De aanwezige politici namen pen en papier in de aanslag om de vragen van het publiek te noteren, kwestie van niets onbeantwoord te laten. (Of gewoon omdat als er één noteert, ze allemaal moeten noteren, je wilt als politicus toch overkomen als iemand die de zaak heel au sérieux neemt).

Een greep uit die vragen: wat doet uw partij als zij het nodige politieke gewicht in de wacht kan slepen tegen de praktijken van Dexia? In Oudenaarde staan Israëlische wapenfabrieken, wat doen we daar aan? Jo werd specifiek verzocht om enige uitleg te geven bij het volgende heikel punt: in Antwerpen was ten tijde van de inval in Gaza een anti-Israël betoging verboden, de SP.A zei toen: ‘we mogen het conflict niet importeren. Verder was er ook een optreden van de een Israëlisch militair orkest in de Singel, dat kwaad bloed had gezet. Kon zoiets wel door de beugel? En ook: deed men er niet beter aan Israëlische ambassades te sluiten?

De groene schietschijf in het parlement

Resolutiemanisch Groen kwam op de proppen met de ondertussen haast belegen conclusie dat er geen politieke meerderheid was om echt iets te doen tegen Israël. Er was commentaar geleverd op de fabrieken in Oudenaarde, maar toen kwam het protest van rechterzijde: ‘Jullie trekken van leer tegen wapenleveringen, maar nodigen ondertussen wel een terrorist uit in het parlement.’ (de spreker van Hamas, zoals eerder vermeld) Van sluiting van de fabrieken kon geen sprake zijn, want ja, wat dan met de tewerkstelling? OIP (de fabrieken in kwestie) draaien mee in de productie van onder andere nachtkijkers, tactisch zeer dankbare instrumenten in moderne oorlogsvoering. Met de financiering van kolonies moet Dexia uiteraard stoppen. De politieke druk die daar voor nodig is, kan België in theorie uitoefenen, want Dexia België heeft alle macht over Dexia Israël.

10 op 10 voor inburgering: Daens is gekend

De SLP vond niet dat de Israëlische ambassades gesloten moeten worden, maar men moet ze blijven lastig vallen. Geert kreeg vanuit het publiek als reactie op een eerdere opmerking: ‘Ja, maar het socialisme in dit land, is dat ook niet begonnen met dienstbetoon? Of wat deed uw pastoor Daens anders?’ Geert gaf dat toe, maar is in elk geval tegen verzuiling, hij wil niet dat dienstbetoon iemands publieke kleur gaat bepalen. Hij wil ook vermijden dat de machthebbers overheidsgeld uitsluitend gebruiken om hun eigen achterban in de watten te leggen.

De wapenindustrie vindt hij vreemd in elkaar zitten. Zo zijn de Britten bijvoorbeeld geen vriendjes van Saudi-Arabië, maar samen met nog enkele andere Europese landen, ontwikkelen ze er wel samen een gevechtsvliegtuig mee. Zeer bizarre gang van zaken. Men is het er over eens dat al het geld dat nu naar wapens vloeit, voor meer tewerkstelling zou zorgen als het naar vreedzame projecten zou gaan.

De verboden betoging wordt EEN verboden betoging

Jo heeft hier zijn antwoord klaar. De verboden betoging waar de vraagstelster op doelt, werd pas verboden nadat een eerdere betoging uit de hand was gelopen en omdat de veiligheid van deze nieuwe niet gegarandeerd kon worden. Dat heeft alles te maken met veiligheid en niets met het al dan niet importeren van een conflict.

Wat het optreden in de Singel aangaat: die mensen waren zelf verrast. Mensen die een zaal verhuren, kunnen niet altijd piekfijn op de hoogte zijn van wie de huurders zijn. Maar akkoord, men had het optreden ook net zo goed kunnen verbieden omwille van die zelfde veiligheidsredenen. Dat was dus een inschattingsfout.

De ASLK van de Westbank?

Jan vond het net iets te moeilijk om de Israëlische ambassades te sluiten. Wat nodig is, dat is meer sensibilisering (zo wat hét buzz woord van de laatste jaren) En hoe zit het met al dat lobbywerk vanwege Israël? We beschikken niet altijd over de juiste informatie. Dexia-België zou volgens hem beter investeren in een Palestijnse bank om terug geld te doen fluctueren in dat gebied.

De afsluitende vraag die het debat tot de ochtend dreigde gaande te houden

Waarom kan men niet tot één staat komen waarin iedereen de zelfde rechten heeft?

Geert vond dat onmogelijk. Hij pleitte voor een 2-statenoplossing. Ja, dat is moeilijk om in de praktijk te brengen, maar, verdorie, het internationale recht moest daar maar eens gaan gelden. Er moesten daar maar eens zeer duidelijke afspraken gemaakt worden. Nederland en België hebben ook zo hun twistappels, maar wij schieten niet op elkaar, er zijn wetten en bepalingen die zulke geschillen binnen aanvaardbare grenzen houden. Hier kwam het drinkwater ter sprake. Wat doe je in het geval van twee staten daar mee? Het water zit bij de Palestijnen, maar Israël tapt het af. Zo krijgt een Israëli per dag 200 liter water, tegen 60 liter voor een Palestijn. Zitten de Israëli’s dan zonder als er twee staten komen? Maar nee, vond Geert, dat moet dan maar klaar en duidelijk geregeld worden, zodat niemand zonder water komt te zitten. Zeggen dat een 2-statenoplossing sowieso onmogelijk is, stond voor hem duidelijk gelijk aan het opblazen van het internationale recht.

Jan pleitte voor één staat en zag niet in hoe er ooit 2 staten zouden kunnen komen. De geïnformeerde lezer weet dat Catherine Lucas net hetzelfde zegt. Israël heeft het met een hele resem van het ene fait accompli na het andere, zo ver gedreven dat het geografisch onmogelijk wordt om een leefbare, onafhankelijke Palestijnse staat te hebben. Palestijns grondgebied is bijvoorbeeld helemaal doorsneden met Israëlische wegen, zodat het Palestijnse grondgebied eigenlijk versnipperd is tot kleine eilandjes. Zeggen dat je de 2-statenoplossing onmogelijk vindt, kun je zowel fatalistisch, defaitistisch of gewoonweg realistisch noemen. Pleiten voor een oplossing met één staat kun je dan idealistisch of naïef noemen of inkleuren als een morele plicht ten opzichte van fundamentele rechtvaardige principes.

We hadden niet de hele nacht, de zaal moest leeg, mensen moesten hun trein halen. Vraagtekens plaatsen bij de uiteindelijke baat die de Palestijnen (en niet te vergeten: ook de Israëlï’s zelf, want of ze wel helemaal zo gelukkig zijn in hun huidige rol van onderdrukker, is zeer de vraag) hebben bij zo’n debat is stof voor een ander soort artikel.

Deel dit artikel