De tsunami en de vloedgolf aan solidariteit

De zeebeving en vloedgolf die op 26 december delen van Indonesië, India, Thailand, Sri Lanka en andere landen troffen, zorgen voor een humanitaire catastrofe van ongeziene omvang: zeker 100.000 doden, allicht voor 10 miljard euro schade.
Gelukkig komt er na de dodelijke tsunami ook een vloedgolf van solidariteit los. In de eerste plaats door de mensen in de getroffen landen zélf. Volksorganisaties, ngo’s, lokale autoriteiten, netwerken en verenigingen: alle dragen ze hun steentje bij in de reddingsoperaties, de opvang van de slachtoffers, het verdelen van de hulpgoederen, de schoonmaak en de wederopbouw.

Ook internationaal vertaalt de verontwaardiging van de mensen zich in massale solidariteit. Op het internet verschijnen steunoproepen, er zijn tv-specials voor fondsenwerving, in heel de wereld wordt geld ingezameld, landen en internationale organisaties transporteren dekens, tenten, geneesmiddelen en voedsel naar het gebied. In België bundelen vijf grote noodhulporganisaties hun krachten met de actie ‘Tsunami 12-12’.

Ook Geneeskunde voor de Derde Wereld roept op voor concrete solidariteit met de slachtoffers. Via het internationaal netwerk van basisgezondheidszorg, de People’s Health Movement (PHM), hebben we heel wat contacten in de regio. Het gaat om kleinschalige en duurzame initiatieven, die de plaatselijke bevolking helpen haar lot en haar gezondheid in eigen handen te nemen. Bij een ramp zoals deze tsunami zetten deze organisaties hulpacties op touw die aansluiten bij de dynamiek van de lokale gemeenschap (‘community-based’) en steunen op vrijwilligers.

Uw steun is welkom op rek.nr. 001-1951388-18 van G3W met vermelding “tsunami” of “261204”.

Een ramp bovenop een ramp

De tsunami is een onnoemelijke catastrofe, maar ze is dat nog veel méér als je de ramp in het kader van de scheve Noord-Zuidverhoudingen plaatst. Want dan kom je tot de volgende, wrange vaststellingen.

Een waarschuwingssysteem voor een tsunami is technisch perfect mogelijk en bestaat in de Verenigde Staten en Japan. Maar het geld daarvoor kon niet gevonden worden als het arme derdewereldlanden betreft. Zo’n systeem kost nochtans slechts een half miljoen dollar. Dat is 3000 keer minder dan wat de VS elke dag uitgeven aan bewapening, oorlog en bezetting!

De VS hadden de zeebeving en de vloedgolf al in een vroeg stadium gedetecteerd,. Ze brachten daarvan wél hun militaire vlootbasis op het eiland Diego Garcia op de hoogte, maar niét - of veel te laat - de overheden van de omringende landen. De VS zijn ook bijzonder karig met humanitaire hulp: amper 35 miljoen dollar, of een vijfde van wat ze elke dag uitgeven aan de bezetting van Irak!

Een natuurramp treft iedereen, zonder onderscheid: rijke, westerse toeristen in chique hotels zowel als arme inlanders in povere vissershutjes. Maar de armen zijn drie keer het slachtoffer. Ze bevinden zich al op voorhand in een erg kwetsbare sociaal-economische situatie en staan daardoor bij een natuurramp veel meer bloot aan dood, ziekte, trauma’s en miserie. Unicef meldt dat meer dan een derde van de slachtoffers kinderen zijn. Dikwijls kinderen die hun vader moesten helpen bij het vissen, die hun moeder moesten helpen als straatventer, die al erg jong in de toeristische industrie (of erger) terechtkwamen. Kinderen die nooit de kans hebben gekregen echt kind te zijn.

In de nasleep van de catastrofe kunnen de armsten nauwelijks hopen op ernstige hulp en ondersteuning. Zeker niet op langere termijn, als een job, een woning, een gezinsinkomen, sociale zekerheid, gezondheidszorg en onderwijs weer zoveel belangrijker worden dan een deken, een tent, een vaccin en een voedselpakket. En de armen zijn opnieuw de voornaamste slachtoffers als er epidemieën van cholera, diarree en tyfus uitbreken. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) zullen die nog eens dubbel zoveel doden zullen maken als de tsunami op zich. Dr. David Nabarro van de WGO waarschuwt dat “de terreur van de tsunami uiteindelijk kleiner kan blijken dan het langetermijn lijden van de getroffen landen”.

Want deze gewelddadige natuurramp komt bovenop de structurele armoede en het ingebakken onrecht die de globalisering aan het Zuiden oplegt. Ze komt bovenop de grondstoffenroof, de torenhoge buitenlandse schuld, de oneerlijke handelsrelaties, de opgedrongen privatisering en liberalisering, de onbezonnen exploitatie van de kuststreken, de vernieling van de ecosystemen,... Ze komt bovenop de Aziatische crisis die de regio in 1997-’98 trof. De speculatie-economie stortte toen ineen, wat in Indonesië alleen al 40 miljoen méér mensen tot armoede veroordeelde.

Wat ons alleen maar kan aanzetten tot nog méér solidariteit, in het kader van onze strijd voor een andere wereld, een wereld waar rechtvaardigheid en vrede voorop staan.

Deel dit artikel