De WTO-top in Hong Kong: Een terugblik

Nieuwe bedreigingen voor de Derde Wereld, maar ook breed verzet

Van 13 tot 18 december had in Hong Kong de zesde Ministerconferentie plaats van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Na bijzonder moeizame onderhandelingen, en tegen een decor van dagelijkse protestmanifestaties, kwam op de valreep toch een akkoord uit de bus. Wim De Ceukelaire was voor Intal in Hong Kong. We vroegen hem de resultaten van de conferentie te evalueren.

 


 


"Beter geen akkoord dan een slecht akkoord", stelden veel derdewereldlanden en ngo's aan de vooravond van de conferentie. Is het een slecht akkoord, was er beter géén geweest?

Wim De Ceukelaire. De regels van de WTO zorgen ervoor dat elke nieuwe onderhandelingsronde verder moet gaan dan de vorige, met de bedoeling om de handel in de wereld volledig te liberaliseren. Een stap terugzetten is onmogelijk. Er wordt eigenlijk alleen onderhandeld over de snelheid waarop en de volgorde waarmee landen hun economische sectoren moeten opengooien voor de multinationals. Vandaar dus dat er beter geen akkoord was, want met een akkoord blijft die bal aan het rollen, in dezelfde, nefaste richting.

Europa heeft toch toegevingen gedaan op het vlak van de landbouw?

Wim De Ceukelaire. De Europese Unie heeft beloofd om tegen 2013 de exportsubsidies aan de landbouwsector te doen verdwijnen. Maar de EU was sowieso al bezig om de exportsubsidies te vervangen door een systeem van directe inkomenssteun voor de boeren. Het beestje krijgt een andere naam, maar het resultaat is hetzelfde: Europa blijft gesubsidieerde landbouwproducten dumpen in de derde wereld, ten koste van de eigen productie in die landen.

Wat zit er nog in het akkoord van Hong Kong?

Wim De Ceukelaire. Ik zie nog drie belangrijke bedreigingen voor de derde wereld. Ten eerste is afgesproken om de invoertaksen voor industriële producten fors te verminderen. Arme landen gebruiken die invoerheffingen nu om lokale producenten te beschermen en een eerlijke kans te geven in de concurrentie met buitenlandse multinationals. Elk geïndustrialiseerd land heeft trouwens hetzelfde gedaan op cruciale momenten in zijn geschiedenis. Maar nu willen de rijke landen dit recht ontzeggen aan de landen van het Zuiden, zodat die geen ernstige mogelijkheid krijgen om een eigen industrie te ontwikkelen.

Ten tweede heeft Europa, tegen de wil van de derde wereld in, een dijkbreuk veroorzaakt op het vlak van de diensten. Tot nu toe ging de vrijmaking van de handel in diensten traag vooruit. Dat is logisch want veel diensten - zoals onderwijs, gezondheid, communicatie - zijn basisbehoeften en worden klassiek door de openbare sector georganiseerd. Op aandringen van de Europese multinationals wordt de liberalisering van de diensten nu op een andere leest geschoeid en worden derdewereldlanden onder druk gezet om ook daar multinationals vrij spel te geven.

De derde belangrijke bedreiging betreft de patenten voor geneesmiddelen. Arme landen die zelf geen medicamenten kunnen produceren, zitten door de WTO-regels flink in de rats, want ze mogen bepaalde nieuwere geneesmiddelen, die nog onder patent vallen, ook niet invoeren. Na jarenlang getouwtrek werd in 2003 een voorlopige oplossing uitgewerkt. Die is echter zo omslachtig dat ze nog nooit is toegepast. En toch werd ze in Hong Kong als amendement aan de WTO-akkoorden toegevoegd. De kans dat er ooit nog een échte oplossing uit de bus komt, is nu helemaal verdwenen. Ook al sterven dagelijks mensen door gebrek aan deze medicamenten.

Kan je voorbeelden geven van concrete gevolgen van deze akkoorden?

Wim De Ceukelaire. In Hong Kong betoogden duizenden Aziatische boeren. Zij hebben de gevolgen van de vrijmaking van de handel in landbouwproducten al ondervonden, sinds het ontstaan van de WTO in 1995. De handel vrijmaken betekent ongehinderd landbouwproducten toelaten uit andere landen. Nu is het zo dat landbouwbedrijven in de geïndustrialiseerde landen grootschalig en erg gemachinaliseerd werken, en massa's overheidssteun krijgen, waardoor ze hun producten zeer goedkoop op de internationale markt brengen. Als de derdewereldlanden deze goedkope producten moeten toelaten, dan daalt de prijs van rijst, maïs of kip op de lokale markt. De lokale boeren worden uit de markt geprijsd en zinken verder weg in armoede. Dat zie je goed in de statistieken van een land als de Filippijnen. Tot 1994 was dat land in staat om voldoende voedsel te produceren voor eigen verbruik, en voerde het zelfs nog landbouwproducten uit. Maar sinds 1995 voert het land meer landbouwproducten in dan uit.

Een ander voorbeeld vinden we in de gezondheidszorg. De WTO-akkoorden leggen op dat alle lidstaten patenten moeten erkennen, om namaak te vermijden. Maar dat is problematisch voor levensnoodzakelijke goederen als geneesmiddelen. Tot voor kort stond India lokale wetenschappers toe om medicamenten van grote multinationals te kopiëren. Het land heeft nu zelf een bloeiende geneesmiddelenindustrie. Onder de WTO kan dat kopiëren echter niet meer, wat de ontwikkeling van een eigen geneesmiddelenindustrie enorm afremt.

En de werkende mensen hier bij ons, moeten die zich ook zorgen maken over heel dat WTO-gedoe?

Wim De Ceukelaire. Ja, natuurlijk. Vrijmaking van de handel in diensten, bijvoorbeeld, doet dat geen belletje rinkelen? In Europees verband hebben we het dan over de Bolkestein-richtlijn, waartegen de vakbonden in heel Europa mobiliseren. Het gaat telkens om gelijkaardige maatregelen die worden toegepast op nationaal, Europees en globaal niveau. Maatregelen die de maximale winst van het grootkapitaal voorrang geven op de sociale rechten van het volk. De strijd tegen de Europese grondwet, tegen de Bolkestein-richtlijn en tegen de WTO hebben dus veel gelijkenissen.

De derde wereld heeft in Hong Kong niet zomaar over zich heen laten walsen. Er werd een nieuw, groot blok van derdewereldlanden gevormd, de G110: de voorbode van nieuwe krachtsverhoudingen binnen de WTO?

Wim De Ceukelaire. Dat vind ik wat overdreven. Enerzijds was het inderdaad zeer goed nieuws dat op een bepaald moment 110 derdewereldlanden een gezamenlijke verklaring uitbrachten. Dat illustreert goed de belangrijkste tegenstelling in de wereldeconomie: die tussen een kleine, rijke elite uit het Noorden, en de overgrote meerderheid die de landen en volkeren van het Zuiden uitmaken. Anderzijds mogen we ook niet vervallen in simplisme. Vergeet niet dat de regeringen van de meeste derdewereldlanden ook niet de belangen van het volk verdedigen, maar die van de lokale elites. De eenheid is ook zeer broos. Kijk maar naar India en Brazilië, die twee jaar geleden, op de WTO-conferentie in Cancún, een voortrekkersrol speelden. Intussen hebben de Verenigde Staten en de Europa Unie enkele toegevingen gedaan aan die landen, en nu zijn ze al veel inschikkelijker.

Cijfers alleen zeggen ook niet alles. Zoals Marc Maes van 11.11.11 terecht opmerkt: “120 van de 150 WTO- lidstaten zijn arme landen. Af en toe slagen ze erin om een beslissing die de rijke landen willen opleggen tegen te houden, maar ze slagen er niet in om hùn project naar voor te schuiven. En als ze dat zouden doen, zou dat zonder twijfel het einde van de WTO betekenen. Want de grootmachten hebben geen enkel belang bij een organisatie waarin ze hun visie niet kunnen doordrukken.” De WTO is niet opgericht om de belangen van de meerderheid te dienen, maar die van de imperialistische landen.

Meer hoopgevend dan de groep van 110 is misschien het merkwaardig incident dat zich voordeed tijdens de slotzitting van de conferentie. Je moet weten dat daar alles achter de schermen wordt bedisseld. De officiële zittingen zijn er alleen om formeel teksten goed te keuren. Bij de slotzitting waren zelfs al alle microfoons uit de zaal weggehaald. Blijkbaar was het niet de bedoeling dat er nog iemand iets zou zeggen. De voorzitter hanteerde driftig zijn hamertje en dacht zich vlug door alle agendapunten te kunnen werken. Plots kwam een dame vanuit de zaal op het podium en vroeg de voorzitter om een microfoon. Het bleek een minister van Venezuela te zijn die zei dat ze namens haar land en namens Cuba bezwaar wou aantekenen tegen de slotverklaring. Dat was nog nooit gebeurd in de WTO! Ongetwijfeld een opsteker voor menig derdewereldland, dat Venezuela en Cuba hun nek zo durven uitsteken. En als zij dat kunnen, waarom zouden andere landen dan hun voorbeeld niet volgen?


Meer artikels over de WTO-conferentie in Hong-Kong op www.intal.be

intal DOOR:

Deel dit artikel