Dossier Irak: tien jaar na de invasie

landmijnen[Foto: hari sundaram via photopin cc]

Sinds de Amerikaans-Engelse tussenkomst in Irak exact 10 jaar geleden bevinden de Iraakse burgers zich in een dramatische situatie. Vooral zij zijn het slachtoffer van gewapend geweld. Ondanks het vertrek van de coalitietroepen houdt de onveiligheid in Irak aan.

De miljoenen mijnen en explosieve oorlogstuigen die in het land aanwezig zijn, maken de bevolking, die zich al in een bijzonder precaire situatie bevindt, nog kwetsbaarder.



Om levens te redden, breidt Handicap International haar preventiecampagnes geleidelijk uit met acties tegen lichte wapens. Op die manier worden de risico's in het zuiden van het land beperkt.

 

75 burgerslachtoffers per dag

De Amerikaans-Engelse tussenkomst in Irak vond plaats van maart 2003 tot januari 2012. Sindsdien werden bijna 250.000 Iraakse burgers gewond of gedood door gewapend geweld. We spreken hier van meer dan 75 burgerslachtoffers per dag, dit gedurende negen jaar.

Bijna 80 % van de dodelijke slachtoffers was burger, een tragische balans. Bovendien zijn er steeds meer lichte wapens in omloop. Die komen in handen van burgers, die met zulke wapens geen ervaring hebben. Sinds 2003 werd meer dan de helft van de gekwetste of dodelijke burgerslachtoffers getroffen door een licht wapen. "De mensen die vuurwapens bezitten, kunnen er niet op een correcte manier mee om en kennen de veiligheidsregels niet. Het komt vaak voor dat manifestaties, waarbij talloze mensen in de lucht schieten, gekwetsten en zelfs doden veroorzaken", verklaart Sylvie Bouko, expert in risicovoorlichting bij Handicap International. "Dit is onaanvaardbaar".

 

Mijnen en landbouwgrond

De antipersoonsmijnen en explosieve oorlogstuigen die nog aanwezig zijn, verergeren de situatie en vormen een nog grotere bedreiging voor de burgers. Na decennia van conflicten zou Irak het land zijn waar de meeste mijnen en explosieve oorlogstuigen aanwezig zijn.

Sinds 2001 werden meer dan 20.000 slachtoffers van deze wapens geteld. Dankzij de ontmijning van het land zouden talrijke levens gespaard kunnen blijven. Maar omdat meer dan 1.700 km2 grond, ofwel 10 maal de oppervlakte van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, bezaaid is met explosief oorlogstuig, zou dit echter nog meerdere decennia kunnen duren.

In het zuiden van het land is 80 % van deze grond landbouwgrond die ontgonnen wordt door de armste mensen. Aangezien ze niet over andere bestaansmiddelen beschikken, zetten de landbouwers hun leven op het spel en dringen ze velden binnen die bezaaid liggen met mijnen.

Sinds 1991 is Handicap International aan het werk in Irak. De organisatie ontmijnt het land, informeert de bevolking over de risico's en helpt de slachtoffers met protheses.

Vandaag leidt Handicap International Iraakse medewerkers op om boodschappen door te geven en zo duizenden mensen te informeren over het gevaar van mijnen en explosief oorlogstuig. In de komende maanden wil de organisatie van start gaan met sensibilisatiecampagnes over lichte wapens om zo het aantal ongevallen terug te dringen.

Handicap International hoopt eveneens dat de internationale gemeenschap bereid zal zijn om tussen 18 en 28 maart in New York een sterk verdrag te sluiten tegen de illegale wapenhandel.

BRON:
Handicap International


Zie ook:


11.be:
Handicap Int. DOOR:

Deel dit artikel