Droogteramp in Somalië en Kenia

 

Nog nooit in de laatste honderd jaar heeft de droogte zoveel slachtoffers gemaakt. In het oosten en noorden van Kenia zijn 3,5 miljoen mensen door de droogte getroffen, in Somalië meer dan 2 miljoen. Men verwacht dat in de komende weken 80 procent van de veestapel zal sterven. De mensen zitten zonder eten, zonder water en zonder inkomen.


De dag was indrukwekkend, dat is wel het minste wat ik kan zeggen. Tussen allemaal grote mensen met kennis van zaken in een piepklein vliegtuigje geland midden in het droge rode niemandsland, de vluchtelingenkampen in Dadaab. En dan in colonne VN-jeeps naar de kampen. De algemene voedselbedeling verloopt achter prikkeldraad, in rijen aanschuiven om een hele kleine portie gemengd voedsel, olie en suiker te krijgen waar ze de komende twee weken mee verder moeten. Het eten wordt twee keer per maand uitgedeeld, de voedselbedeling duurt 5 dagen, er wordt niks anders gegeven, alleen maar dat, wat leidt tot zelfs de doorverkoop van die kleine hoeveelheid, om wat kleren of sprokkelhout mee te kopen. De temperaturen in Dadaab schomelen tussen 35°C en 45°C. Er zijn drie kampen opgericht: Dagahaley, Ifo en Hagadera. De kampen zijn er al sinds 1991, bevolkt door vluchtelingen van de burgeroorlog in Somalië en de laatste maanden ook nog eens extra door de gevolgen van de droogte. Er leven zo een 13000 vluchtelingen in de kampen, 98% Somaliërs, de rest komt uit Ethiopië, Soedan en nu ook Kenia sinds de droogte. De bevolking wordt op 49% vrouwen en 51% mannen geschat, 48% van hen zijn onder de 17 jaar.
 
We worden rondgeleid door de kampverantwoordelijke van het Wereldvoedselprogramma (WFP), Rene McGuffin. We krijgen het voedselprogramma op school te zien en de klaslokalen. (Er is een lagere school opgericht, maar verder gaat het onderwijs niet.) Dan volgt het Hagadera ziekenhuis, vier muren en een tiental bedden. De vrouwen die de zieke baby’s vasthouden lijken veel te oud om hun moeders te zijn. Maar er is ook geen tussencategorie, het zware leven verweert de vrouwen zo hard dat ze van kind naar moeder gaan, hun lichamen en gezichten kennen geen tussenvormen. Ze zijn uitgehongerd en uitgeput. Terug buiten stoppen de meisjes ons voortdurend brieven toe, persoonlijke schrijnende verhalen over de oorlog waaruit ze zijn gevlucht en over het leven nu als gevangenen in de kampen. We worden verwelkomd door een ontvangstcomité in het sociaal centrum. De vluchtelingen hebben sprekers aangeduid die elk hun bedenkingen en grieven uiten aan de ambassadeurs. Meer eten willen ze krijgen, en ook kleren en hout om vuur mee te maken. Ze spreken luid en duidelijk (een van hen vertaalt) en worden met handgeklap ondersteund door de achterban. Ze zijn de WFP, UNHCR, Care en andere ondersteunende ngo’s dankbaar voor de hulp die ze krijgen maar er is nood aan meer. En ze hebben gelijk. Het kleine rantsoen dat ze krijgen is door geldgebrek de voorbije maanden met 20% teruggeschroefd, het is nu echt ontoereikend.
 
De middag breekt aan een we krijgen in de VN-gebouwen ons eigen middagmaal, voor elk: een salade, twee bruine boterhammen met vlees en tomaat, twee witte boterhammen met kaas en tomaat, twee kippeboutjes, drie boterkoeken, een cake, een reep chocolade, een appel en een sinaasappel, een joghurt, een vruchtensap en een flesje water. Een zakje met verse schoonmaakdoekjes voor de handen. We zitten op banken met kussens in de openlucht, tussen prachtige groene planten en bomen, er is stromend water en een bar. 20 meter verder door de prikkeldraad tussen dode struiken twee golfplaten met takken en stukken plastic aan elkaar gebonden: een van de huizen van een familie vluchtelingen. Ik zit er als verslagen bij. De warmte drukt. En het voelt allemaal onwennig. De mensen van de UNHCR en WFP doen er echt wel hun best, ze komen heel betrokken en toegewijd over. Er is te kort, we doen niet genoeg, verontschuldigen ze zich. Ze kiezen ervoor daar in niemandsland niemandsmensen te gaan helpen. Geven de mensen te eten en bewegen zich voort in de kampen met hun grote witte jeeps. Aangestaard door duizenden zwarte hongerige mensen.

We gaan naar het transitkamp. We interviewen er een Somalische vrouw die net is toegekomen, gevlucht voor de droogte. Alle vee dat ze had is gestorven. Alles wat ze had: weg. Ze draagt een kind op elke schouder en nog twee tussen de benen. Alle andere vluchtelingen in een haag om ons heen. Op afstand gehouden door de militairen. Iedereen nieuwsgierig naar die mzungu’s (blanken) in hun mzungu-auto’s. Duizenden starende blikken, je weet niet wat door ze heen gaat. Deze mensen hebben geen identiteit, geen papieren. Vaak zijn ze ergens onderweg geboren, zonder zelf te weten waar. Om op hulp te kunnen rekenen in de kampen moeten ze geregistreerd worden. Zonder papieren geen eenvoudige job. De coördinator noodvoedselhulp van WFP, Simon Cammelbeeck, geeft uitleg over de logistieke problemen. Er zijn echter nog vele andere moeilijkheden die helemaal niet logistiek zijn. Voor de nomadische volkeren in het noorden van Kenia is hun vee hun enige bron van inkomen. Hoe groter de kuddes hoe meer prestige. Niet de gemakkelijkste strategie in droge gebieden. Want zal het volgend jaar regenen, en het jaar daarna? Een van de eerste vormen van hulp die wordt aangeboden is het opkopen van het vee, zodat ze in ruil voor dat geld eten kunnen kopen. Een fase waar we nu al lang voorbij zijn. Het meeste vee is al verkocht of dood. Hoe structureel optreden? Werk voor voedsel? Vele van die volkeren willen niks anders dan over hun vee hoeden. En mag je wel hulp aanbieden die ingaat tegen de culturele waarden van het volk dat je helpt? Een discussie die reeds lang wordt gevoerd en waar niemand al uit is.  
 
Ik zit wat verbouwereerd op de terugweg. Veel gezien. Veel vragen. Weinig uitzicht. Wel een groot besef dat als die mensen nu geen extra hulp krijgen, ze niet meer lang te leven hebben. De meesten zijn verzwakt en allemaal al leiden ze aan ijzer- en andere tekorten. Het is werkelijk schrijnend.
Iedereen zegt dag tegen elkaar en bedankt elkaar voor het komen. Ik besef heel goed wat voor een unieke dag dit was voor mij (en voor die 130 000 een dag als een ander). Drie uur later zit ik op een BBQ gezellig te keuvelen. De dingen.

Deel dit artikel