Een reis naar de overkant van de oorlog in Libanon

Verslag van de solidariteitsmissie van Geneeskunde voor de Derde Wereld naar Libanon, 18-25 augustus

"Waarom horen jullie nooit onze versie van de feiten? Waarom nemen jullie media meestal de Israëlische versie over? Ik wil je vragen om ook naar ons te luisteren, en om te proberen ons te begrijpen." Zo luidt het verrassend antwoord van dokter Nouhad Mansour, verantwoordelijke van Secours Populair Libanais in Halba, op onze vraag om een boodschap mee te geven voor het Belgische volk. Gedurende een week gaan we trachten haar raad op te volgen: luisteren en kijken naar het Libanon van na de zesde (!) Israëlische invasie.

Wij, dat zijn Marthe, dokter, Selma, advocaat, en Danny, ontwikkelingswerker. Pierre is onze vierde man, en die heeft een dubbele job. Als Libanees geboren, keert deze Belg na vijf jaar terug naar zijn land. Hij is tegelijk onze gids én tolk voor zijn volk. We zijn ingegaan op de vraag van de Libanese gezondheidsorganisatie Secours Populair Libanais (SPL) om, vlak na het ingaan van het staakt-het-vuren, een missie naar hun land te ondernemen. We hebben slechts één week de tijd, en daarvan verspelen we al bijna één dag in Syrië. Ondanks het stoppen van de bombardementen blijft de luchthaven van Beiroet geblokkeerd door de Israëlische blokkade.

De reisweg over de bergketen van Damascus naar Beiroet is door de bomkraters niet berijdbaar en te gevaarlijk. Dus moeten we helemaal rond en komen via het noorden Libanon binnen. Onze taxibus zit vol dozen met medicamenten, inderhaast bijeengezocht door de Libanese gemeenschap in Brussel en door sympathisanten van Geneeskunde voor de Derde Wereld. Een zeer bescheiden gift, maar wel echt in dank aanvaard door de mensen van SPL, zal later blijken. Die medicamenten bezorgen ons vooralsnog vooral hoofdpijn. In de luchthaven deden ze er al moeilijk over, maar aan de grens doen ze nog véél moeilijker. Douaniers zijn in elk land de meest irritante mensen die je kan tegenkomen. Terwijl het alsmaar warmer wordt, staan we uren te wachten aan de grens, eerst op de juiste verantwoordelijke, en daarna nog op de chéf van de juiste verantwoordelijke, met de juiste stempel.

Voor ons aan de muur een affiche met Bachar El Assad, het staatshoofd van Syrië, samen op de foto met Nasrallah, de chef van Hezbollah. "Pure recuperatie", vindt Pierre. "Assad tracht zijn imago van zwakkeling wat op te poetsen. Maar wanneer heeft Syrië al echt weerstand geboden tegen Israël? Tenslotte wordt een deel van hun land, de Golan-hoogte, al 33 jaar bezet door het Israëlisch leger." De sympathie van Pierre voor de Arabische regimes in de regio is ver te zoeken. Ook de Libanese regering moet het trouwens ontgelden: "Een maffiakliek. Casinoboys, die stinkend rijk zijn geworden op de kap van de gewone man. De Hariri-kliek (de clan van de vorig jaar vermoorde ex-premier, nvdr) bezit een fortuin van 20 miljard dollar! Miljard!"

Halba wordt onze eerste stopplaats. Het lijkt een groot gehucht, maar noemt zich stad. Zelfs in Halba, op 200 km van de grens met Israël, zaten de scholen vol met vluchtelingen. We worden ontvangen door de voorzitter van Secours Populair Libanais, Dr. Ghassan El Achkar. Eigenlijk al een veteraan, maar terug op post gekomen wegens de oorlog. Tijdens heel ons verblijf ogen alle verantwoordelijken van SPL hetzelfde: enigszins uitgeput. Het is dan ook een hectische tijd geweest.

SPL, legt Dr. Ghassan uit, werkt op een nogal merkwaardige manier. Zij beheren 28 poliklinieken, verspreid over heel het land. Die centra worden dikwijls beheerd door een managersteam, met hooguit een verpleegster als permanente medische staf. Dat team organiseert dan dokters die als vrijwilliger in de kliniek komen werken, voor enkele uren of dagen per week en tegen een bescheiden vergoeding. Een consultatie kost slechts één vierde van de normale prijs. "In Halba hebben we op die manier een beurtrol met 56 dokters", vertelt Dr. Nouhad Mansour. "Ikzelf ben oftalmoloog en werk twee keer vier uur per week in de kliniek. Daarnaast zet ik me vrijwillig in voor de coördinatie van het centrum." Als ontwikkelingswerker is mijn rekensommetje snel gemaakt: 56 specialisten in één gemeente, daar kunnen ze in Kinshasa enkel van dromen. Wat zeg ik? 56 specialisten die zich inzetten als vrijwilliger, daar kunnen we in België slechts van dromen! Libanon is geen ontwikkelingsland.

"Libanon wàs geen ontwikkelingsland", verbetert Nouhad mij. "We waren al vijf jaar op de goede weg, sinds in 2000 de Israëli’s werden verjaagd, na een bezetting die 18 jaar duurde. Er was vrede, toenemende welvaart, de mensen kwamen goed overeen. Nu zijn we opnieuw 20 jaar achteruitgeslagen." Een rondrit door Halba toont haar gelijk: de bruggen op de hoofdwegen zijn allemaal gebombardeerd. Zelfs tussen Halba en een naburige wijk. Op 200 km van de grens met Israël? Om Hezbollah tegen te houden? Maar Hezbollah bestaat hier niet eens! Het is hier een christelijke streek. Om wapenleveringen te stoppen? Dat gelooft toch niemand! De eenvoudige guerrillawapens die Hezbollah hanteert, tref je niet met het bombarderen van bruggen en wegen, die hadden wij zelfs tussen onze dozen met medicamenten kunnen verstoppen.

Het land van de ceder

In de loop van onze reis krijgen we van de Libanezen diverse analyses over het waarom van deze oorlog. Maar het fabeltje dat Hezbollah een bedreiging zou vormen voor het voortbestaan van Israël horen we nergens. Dat Libanon als natie een gevaar oplevert voor Israël, dàt vernemen we wél.

Vooreerst: Libanon is een raar landje. Twee à drie Belgische provincies groot, 4 miljoen inwoners (denkt men, want volkstellingen bestaan hier niet), maar met een zéér groot buitenland: 12 à 16 miljoen Libanezen wonen in de rest van de wereld. De Feniciërs van voor onze jaartelling waren de handelaars van het Midden-Oosten, de Libanezen, hun nazaten, zijn de huidige handelaars van heel de wereld. Iedereen die al eens geprobeerd heeft een tweedehandsauto te kopen, kan dit bevestigen. "Libanon is uniek geplaatst om een commercieel en handelsknooppunt te zijn voor de hele regio, maar Israël duldt geen sterk en levenskrachtig Libanon aan zijn grenzen. Israël en Israël alleen zal hét modern centrum zijn van het Midden-Oosten", zo horen we hier.

En verder: Libanon is een lappendeken van culturen. 17 godsdiensten en sekten leven naast en doorheen elkaar. "Een bewijs dat samenleven mogelijk is en dat er geen godsdiensttwisten hoeven te zijn. Maar ook dàt is een doorn in het oog van Israël, dat immers een maatschappij is gebaseerd op de superioriteit van één godsdienst." Libanon is ook een religieuze staat. Je wordt geboren binnen één religie, en je kan maar stemmen binnen je eigen geloofsgemeenschap. Zo kunnen één miljoen sjiïeten in Beiroet slechts zes volksvertegenwoordigers verkiezen. Dit is het quotum waarop ze recht hebben. De president wordt steeds gekozen uit de christelijke elite. Enzovoort. Alles wat persoonlijk recht is, wordt geregeld binnen de religieuze gemeenschappen. Allesbehalve democratisch dus.

In 2005 lanceerde de Communistische Partij van Libanon samen met een honderdtal ngo’s een campagne voor een radicale democratische hervorming van de wetgeving. De belangrijkste punten hiervan waren: een democratisch kiessysteem volgens het principe ‘one man one vote’, niet-confessionele kiesdistricten en partijen, en een algemeen burgerlijk persoonlijk recht voor iedereen. Naast enkele kleinere partijen onderschreef ook Hezbollah dit platform. Het is vooral de pro-westerse christelijke elite die deze hervorming kost wat kost wil tegenhouden. Dit zou immers het einde betekenen van haar machtspositie.

De huidige agressie tegen Libanon had ook als bedoeling de geloofsgemeenschappen opnieuw tegen elkaar op te zetten. Het is vooral de sjiïetische gemeenschap die het hard te verduren kreeg tijdens de bombardementen. Maar Libanon reageerde als één volk: alle bevolkingsgroepen hielpen de vluchtelingen opvangen, en Hezbollah lanceerde een oproep voor een ééngemaakte nationale gewapende weerstand tegen de agressie. Een evolutie die Israël totaal niet had voorzien.

Al die discussies onderweg zetten mij wel op het verkeerde been. Natuurlijk weet je dat volgens het woordenboek van Bush ‘democraat’ staat voor pro-Amerikaans, en ‘terrorist’ voor al wie tegen hem is. Maar onverwachts krijgen we hier toch een veel genuanceerder beeld van wie zich echt democratisch opstelt en wie niet. Het cliché 'Hezbollah = terrorist' slaat in ieder geval nergens op. Tijdens een interview in een dorpje in het kapotgeschoten zuiden stelt een tiener ons de indringende vraag: "Waarom noemen jullie mensen die onze huizen komen kapotschieten democraten, en mensen die ons helpen onze huizen weer op te bouwen terroristen?"

Tegen de stroom

Van Halba in het noorden trekken we in één ruk naar het zuiden We zullen logeren in het hospitaal van Nabatiyeh, een stadje juist boven de Litani-rivier, die zowat de grens vormt van de zuidelijke provincie. Eigenlijk zou deze rit ons slechts een paar uur mogen kosten. "Libanon heeft de duurste autostrades ter wereld", grapt Pierre. "Hariri heeft zichzelf miljardair gemaakt dank zij de aanleg van die snelwegen." Maar we doen er zeker dubbel zo lang over dan normaal, omdat we om de 20 kilometer moeten uitwijken naar zijwegen, waar lange files over kleine brugjes sukkelen. "We mogen nog van geluk spreken", vetelt onze gids, "het is feestdag en schoolvakantie, met heel wat minder verkeer dan gewoonlijk." Veel mensen met volgepakte auto’s langs beide kanten van de weg. Mensen die terugkeren naar hun woonst in het zuiden, maar ook veel families die hun huis kapot aangetroffen hebben en weer naar het noorden trekken met wat ze nog uit hun huis konden redden…

Eén miljoen mensen op de vlucht, op enkele weken tijd. Je kan het je haast niet voorstellen. Duizenden mensen samengepakt in scholen, in appartementen,… Iedereen hielp mee, overal horen we heldenverhalen van mensen en organisaties die zich tot het uiterste hebben gegeven. Hoe triest klinkt ons dan het gejammer in de oren van minister Dewael en het Vlaams Belang, over de 20.000 vluchtelingen die zich op één jaar tijd in België komen vestigen... Egoïsme als verkiezingsprogramma. In Libanon vocht een ganse natie voor haar overleving. En de vluchtelingen keerden terug, ze leven desnoods in de puinhopen van hun huis. Een dure les van de geschiedenis. In 1948 hebben de Palestijnen zich laten verdrijven uit hun land, en ze zijn nooit, nee nooit kunnen terugkeren.

Wie ooit al eens op de trappen van de Beurs in Brussel actie heeft gevoerd voor de Palestijnen, heeft het wel al meegemaakt. Een heethoofd, meestal jong, komt een tirade houden over 'de Arabische terroristen die alle Joden de zee willen injagen'. Zeer vermoeiend, en meestal is er geen discussiëren aan. "Hoe kan iemand hier nu zo’n onzin staan te verkopen?" denk ik dan. Maar na mijn ervaring in Libanon vrees ik dat het geen onzin ís. Die man gelóóft dat echt. En wel omdat dit de realiteit is van de geschiedenis van Israël: mensen verjagen, de Palestijnen de woestijn in, de Libanezen over de Litani-rivier of naar Syrië,… Waarom zou je dan niet geloven dat anderen je met gelijke munt willen terugbetalen? "Wel ja", zeggen de Libanezen laconiek, "zeg maar eens, hoeveel keer hebben wij Israël al bezet of Tel Aviv gebombardeerd? Wat moeten wij eigenlijk nog doen om te bewijzen dat wij vrede willen?"

In de tang

Vanuit Nabatiyeh maken we een rondrit door het zuiden. Kapotgeschoten huizen kunnen niet spreken, en de mensen hebben het moeilijk om hun angst en verdriet onder woorden te brengen. Getuigenissen verzamelen is als pleisters van open wonden aftrekken. "Dit is de wreedste oorlog die we al hebben meegemaakt", zeggen de dokters van Nabatiyeh. En zij kunnen het weten, ze hebben de slachtoffers uit heel het zuiden moeten opvangen. "Wat kan mij het schelen dat mijn huis is kapotgeschoten", zegt Dr. Tarek Malkhaled, een anesthesist, "maar wat met de kinderen die ik hier op mijn operatietafel heb zien sterven?"

Een bufferzone creëren in het zuiden, luidt de officiële Israëlische versie. Wat klinkt dit clean.

Met enige moeite hebben we het Israëlisch recept voor 'het creëren van een bufferzone' kunnen reconstrueren, in vijf stappen.

  1. Telefooncampagnes. Mensen krijgen systematisch anonieme berichten op hun gsm, in drie soorten: a) we willen jou niet treffen, we willen enkel Hezbollah aanpakken; b) als je niet vlucht, riskeer je je leven; c) we zullen je verpletteren.
  2. Waarschuwingsvluchten. Eerst op grote hoogte, dan met helikopters. Pamfletten die waarschuwen om te vluchten, want er zullen bombardementen volgen.
  3. Bombardementen. Dikwijls in twee vluchten. De eerste keer op burgerdoelwitten, bruggen, huizen. De tweede keer op voertuigen die naar de getroffen zones komen om hulp te bieden. Ambulances dus.
  4. Tankaanvallen. De systematische vernietiging van 40 tot 80 % van de woningen.
  5. Fragmentatiebommen. 90% ervan afgeworpen in de laatste drie dagen van het conflict, toen het al duidelijk was dat er een staakt-het-vuren zou komen.

Selma, onze advocaat, noteert alle getuigenissen in haar tenlastelegging. De beschuldiging wordt alsmaar zwaarder. Systematische terreur tegen de burgerbevolking met het oog op het ontvolken van een streek: dat valt onder 'misdaden tegen de menselijkheid'. Er is echter een probleem. Israël weigert het Internationaal Straftribunaal te erkennen en kan dus nooit voor de rechtbank in Den Haag gedaagd worden. Frustrerende job, advocaat internationaal recht.

"Voor ons is de oorlog niet gedaan, hij zal nog lang duren", zegt de chirurg van Nabatiyeh. Gemiddeld komen er per dag vier slachtoffers binnen van fragmentatiebommen. Dat zijn bommen die uiteenspatten in kleine bommetjes, die dikwijls niet meteen ontploffen en die je niet ziet liggen tussen de struiken. In het hospitaal wordt voor onze ogen een man binnengebracht die getroffen is door zo’n bommetje. Ontploft in zijn handen terwijl hij een boom aan het snoeien was. Marthe, onze dokter, er naartoe om foto’s te trekken en zijn getuigenis af te nemen. Selma wordt even niet goed, ze is niet in de wieg gelegd voor chirurg.

De ontmijningsmissie die Defensieminister Flahaut nu organiseert in het kader van de Verenigde Naties is eigenlijk een schuldbekentenis. België vindt terecht dat dit wapentuig gericht is tegen de burgerbevolking en moet worden opgeruimd. Maar heeft de Belgische regering ook geprotesteerd toen de clusterbommen werden afgeworpen? Zijn er sancties genomen tegen Israël? En krijgt de misdadiger de rekening van de ontmijningsmissie gepresenteerd?

De mythe van de twee oorlogvoerende partijen

We willen op onze missie ook enkele prangende vragen verifiëren.

Vraag: Jan Egeland, vice-secretaris-generaal van de Verenigde Naties voor Humanitaire Zaken, zei op een bepaald ogenblik dat de bevolking werd beide oorlogvoerende partijen de hulpverlening aan de burgerbevolking bemoeilijkten. 

"Klopt niet", zegt ons Dr. Ahmed Sadek, vice-voorzitter van SPL. "Ik heb dat nagevraagd bij meneer Egeland zelf, en hij kon mij geen enkel concreet feit aangeven waarbij Hezbollah humanitaire hulp zou hebben verhinderd of in beslag genomen. Ik had eerder de indruk dat hij dat 'moest' zeggen om 'evenwichtig' te zijn in zijn uitspraken."

Vraag: "Hezbollah gebruikt de burgerbevolking als menselijk schild." 

"Klopt niet", zegt Ali Hajjali, hoofd van het SPL-hospitaal in Nabatiyeh. "Zij schoten hun mortieren af van op een plein hier een kilometer verder. Geen huis in de buurt daar. De Israëli’s hebben twee keer dat terrein gebombardeerd. En de volgende dag was Hezbollah daar weer, en vuurden ze opnieuw mortieren af, vanop dezelfde plek."

Vraag: "Maar Hezbollah is de oorlog toch begonnen?" 

Dat dit niet klopt, kon ik zelf ook wel bedenken. Dit is al de zesde agressie van Israël tegen Libanon (zie kader). Hezbollah is precies opgericht als reactie op de bezetting van Zuid-Libanon door Israël.

Vraag: "Maar het huidig conflict is toch begonnen met de gijzeling van twee Israëlische soldaten?"

Zes agressies van Israël tegen Libanon
  • 1968: raid op Beiroet, vernietiging van 13 burgervliegtuigen
  • 1978: invasie van Zuid-Libanon (tot aan de Litani-rivier)
  • 1982: operatie 'Peace for Galilee', invasie van heel het land (met bezetting van Zuid-Libanon tot 2000)
  • 1993: operatie 'Accountability', militaire operatie tegen Hezbollah en de Palestijnen
  • 1996: operatie 'Grapes of Wrath', bombardementen in Zuid Libanon, Zuid-Beiroet en de Beeka-vallei
  • 2006: huidige agressie en bezetting
Fout: de agressie heeft hiermee geen enkel oorzakelijk verband. Israël is begonnen met het kidnappen en vasthouden van 18 Libanese gijzelaars. Sommige van hen zitten al 25 jaar in de gevangenis, zonder enige vorm van proces. De gijzelingen door Hezbollah zijn hierop een antwoord en dienen om via een uitwisseling van gevangenen die mensen vrij te krijgen. Maar meer fundamenteel had de Israëlische agressie als doelstellingen de vernietiging van de vitale infrastructuur van het land, het verjagen van de bevolking uit het Zuiden en het verslaan van Hezbollah. Die doelstellingen stonden al lang op de agenda van het Israëlisch leger. De feiten spreken voor zich. Wat heeft Israël de voorbije jaren gedaan? De aanval voorbereid, het leger uitgerust met vliegtuigen, zijn tanks klaargemaakt. En wat heeft Hezbollah gedaan? Tunnels gegraven in de heuvels van het Zuiden, zich ingegraven voor een verdedigingsoorlog. De bevolking is Hezbollah hiervoor juist dankbaar: "Bij de invasie van 1982 stond Israël op drie dagen in Beiroet. Nu zijn ze gestrand nog vóór de Litani-rivier."

Het blauwe goud

Op onze rondrit door het zuiden passeren we onvermijdelijk een aantal keren langs die Litani-rivier. "Altijd draait het daarom", vertelt onze gids. In de ondergrond van deze regio ligt de strategische watervoorraad voor heel de streek, en het is ook hier dat de Israëli’s nog steeds de Shebaa-boerderijen bezetten om zo de hand te kunnen leggen op de watervoorraden.

In 1919 schrijft Chaïm Weizmann, voorzitter van de Zionistische wereldraad, een brief naar de Britse Eerste Minister, om hem te vragen de grenzen van (het toenmalige) Palestina te verschuiven om zo op alle watervoorraden in de streek de hand te kunnen leggen: “Heel de economische toekomst van Palestina hangt af van de waterbevoorrading voor de irrigatie en voor de elektriciteitsproductie; en de aanvoer van water moet essentieel komen van de hellingen van de Hermonberg, de bronnen van de Jordaan en van de Litani-rivier (in Libanon) Wij denken dat het essentieel is dat de noordelijke grens van Palestina de vallei van de Litani omvat over een afstand van ongeveer 40 km voor de bocht, evenals de westelijke en zuidelijke flank van de Hermonberg.” (*)

Toen al werden de Golan, de Shebaa-regio en de Litani geviseerd, en sindsdien heeft Israël deze streek herhaaldelijk bezet. Telkens was er een andere aanleiding, maar steeds vloeide het water richting Israël.

Later ontdek ik een kaartje dat dit illustreert. Zoals de Israëli’s het water in de Bezette Gebieden omleiden naar hun kolonies en zo de Palestijnse boeren 'uitdrogen', zo leiden twee kanalen het vitale water vanuit Zuid-Libanon naar heel Israël. Wie door Libanon rijdt, merkt op dat de heuvels droog zijn. En toch gebruikt de Libanese keuken groenten en fruit in overvloed. Boeren en tuinbouwers springen omzichtig om met het blauwe goud. Hier en daar kan je een bevloeid stuk land ontdekken. Water is hier duurder dan petroleum. Heel anders is het als we aan de Israëlische grens aankomen. Boomgaarden, weiden, aanplantingen, alles is groen. Duidelijk om propagandistische doeleinden: "Kijk eens hoe wij de landbouw ontwikkelen!" Maar daarachter zit een koloniale mentaliteit: grondstoffen stelen van je buren en die verkwisten, en de anderen betalen de rekening.

Wellcome to the New Middle (b)East

Terug naar Beiroet, met een tussenstop in Saida. We bezoeken het Palestijns vluchtelingenkamp Ein El Hilweh om pakjes en geld af te geven in het Human Call hospitaal. Ondertussen kopen we het lokale winkeltje half leeg: sjaals en pins en ander solidariteitsmateriaal voor de de campagne 'Een toekomst voor Palestina' van Intal en van de actiegroep 'Recht op Terugkeer'. Een toepasselijke naam voor deze dynamische solidariteitsgroep. Wat is er evidenter dan dat mensen die uit hun huis zijn verjaagd, het recht hebben om terug te keren? Maar het is hier de wereld op zijn kop: oude (Palestijnse) vluchtelingen vangen er nieuwe (Libanese) op. Ein El Hilweh is zelf een overbevolkt stadje met smalle straatjes, maar sluit daar bovenop nog eens duizenden nieuwe vluchtelingen in de armen. Solidariteit kent geen nationaliteit.

In Beiroet komen we terecht in een maanlandschap. Straat na straat met puinhopen en halfvernielde appartementen. Hier was het hoofdkwartier van Hezbollah, en dus mocht er gebombardeerd worden, blijkbaar: huizen, winkels, hospitalen,... In het midden van de puinhopen staat een tent van Hezbollah. Hier komen zich vrijwilligers, meestal jongeren, aanmelden om te helpen bij de opruimingswerken. De buldozers, de vrachtwagens tot zelfs de beschermingslinten rond gevaarlijke gebouwen zijn van Hezbollah. De guerillatak van Hezbollah kennen we van ons tv-journaal: steeds dezelfde beelden van afgevuurde mortieren. Maar Hezbollah is in de eerste plaats een politieke partij en een sociale beweging, die zich nu in het gevecht voor de heropbouw gooit.

Hezbollah is een staat binnen de staat, hoor je soms beweren, maar dat is maar half waar. We constateren eerder: een alternatieve 'staat' waar de reguliere staat afwezig is. Nergens zien we dat vanuit de Libanese overheid de opruimingswerken met een beetje slagkracht worden aangevat. Politieagenten om het verkeer te regelen, tot zover de staat. Logisch dus dat Hezbollah populair is. Zelfs fervente atheïsten weigeren pertinent kwaad te spreken over hen. "We gaan niet akkoord met hun ideologie, maar waar zouden we vandaag staan zonder hen? Waar was het Libanese leger toen we moesten verdedigd worden?"

‘s Avonds logeren we bij familie van Pierre, niet ver van de luchthaven. Heel de avond discussieert de familie in het Arabisch, en Pierre heeft het moeilijk om alles vertaald te krijgen. Maar de toon is duidelijk: harb, het Arabisch woord voor oorlog, steeds weer harb. Wat met Syrië, en wat met Iran, en wanneer komen de Israëli’s weerwraak nemen? "Altijd als er ergens een conflict in de regio losbarst, krijgen wij op onze kop. We hebben een gezegde in Libanon: één oorlog camoufleert de volgende oorlog. De vraag is niet of er opnieuw oorlog komt, maar wanneer. En Libanon zit momenteel in het oog van de storm. In zo’n situatie heb je niet de luxe kieskeurig te zijn over vrienden en bondgenoten. Bush is bezig om het Midden Oosten te remodelleren. Afghanistan, puinhoop. Irak, burgeroorlog en bezetting. What next? Bush heeft zelfs gezegd dat de oorlog tegen Hezbollah een algemene repetitie was voor een oorlog tegen Iran." Tot 's avonds laat wordt er tv gekeken, naar drie, vier nieuwszenders.

Betrokken partij

De vooravond van ons vertrek is er algemene consternatie. Wie voert het woord op de Libanese tv? Onze eigen minister van Buitenlandse Zaken, Karel De Gucht. Met een boodschap, zegt hij koel, van de conferentie van de Europese Unie. Hij is hier om te zeggen dat Europa troepen zal sturen naar Libanon met als doel… de grens met Syrië af te sluiten. En hij verwacht van het Libanese leger dat ze dit mogelijk maken. De man komt dit zeggen op een moment dat Israël nog steeds de luchthaven en de havens van Libanon blokkeert, nog elke dag luchtraids uitvoert boven Libanees grondgebied en nog para’s dropt om aanslagen te plegen. De Gucht wordt enkele dagen later terug gefloten door Kofi Annan. Het is niet de bedoeling om de grens met Syrië te blokkeren, en evenmin om Hezbollah te ontwapenen. De discussie over de precieze rol van de Verenigde Naties zal blijven aanslepen. Opmerking van onze Libanese vrienden: "Als ze de oorlog willen tegen houden, waarom zetten ze zich dan niet langs de Israëlische kant van de grens?"

Maar het is duidelijk: België is - via Europa - betrokken partij. Economisch, politiek en militair staat onze regering traditioneel aan de kant van Israël. België kan zich dan wel een zeker humanitair imago toebedelen door zijn taak te beperken tot ontmijning, maar dat mag ons niet blind maken voor het feit dat een medelidstaat van de Europese Unie, Duitsland, nog tijdens de oorlog wapens heeft verkocht aan Israël. Niet alleen de VS bevoorraden dus het Israëlisch leger. De VN-vredesmissie riskeert uit te draaien op een verkapte bevoogding van Libanon. Het is hoog tijd dat de vredesactivisten in België de oude slogan terug boven halen: niet in onze naam.

(*) "Tout l’avenir économique de la Palestine dépend de son approvisionnement en eau pour l’irrigation et pour la production d’électricité; et l’alimentation en eau doit essentiellement provenir des pentes du Mont Hermon, des sources du Jourdain et du Fleuve Litani (au Liban)… Nous considérons qu’il est essentiel que la frontière Nord de la Palestine englobe la vallée du Litani sur une distance de près de 25 miles (40 km) en amont du coude, ainsi que les flancs Ouest et sud de mont Hermon…" (http://www.libanvision.com/eau-liban.htm)

intal DOOR:

Deel dit artikel