Europese Vrienden van Israël


Een nieuwe parlementaire lobbygroep verenigt zich, in Europa deze keer

Kim Verresen - do. 10 mei 2007
 
In september 2006 werd een gloednieuwe lobbygroep “European Friends of Israel (EFI)”  feestelijk opgericht in Brussel. Hun ambitie: meer steun voor Israël. Volgens het EFI is Israël immers de enige democratie in de regio en het land wordt bovendien te vaak als schuldige aangewezen voor het geweld in het Midden-Oosten. De “vrienden” ambiëren verder een betere Europees-Israëlische relatie en willen werken aan het imago van Israël in Europa. Genoeg redenen om even stil te staan bij dit opmerkelijke initiatief waar ook enkele Belgen bij betrokken zijn.

EFI wie?

Initiatiefnemer en tevens voorzitter van de “European Friends of Israel (EFI)” is de Zweedse Europarlementariër Gunnar Hökmark (Christen-democratische Europese Volkspartij). Hij hield de nieuwe lobbygroep in september 2006 in Brussel boven de doopvond. Op dat moment telde de organisatie al 200 leden. Daarnaast woonden nog een honderdtal sympathisanten de feestelijke openingsceremonie bij. Leden uit alle 27 lidstaten van de Europese Unie (op dat moment 25 lidstaten + Roemenië en Bulgarije die pas in 2007 toetraden) zijn in de VZW vertegenwoordigd, net als alle politieke stromingen. Naast Europarlementsleden mogen ook particulieren en nationale parlementsleden toetreden. De “EFI” is een onafhankelijke instelling. Financiële steun komt voornamelijk van particuliere joodse zakenlui.

Directeur Dimitri Dombret beweert dat het niet echt om een nieuw initiatief gaat. De oprichting is eerder een poging om vele reeds bestaande “vrienden” in één Europese stem te verenigen en zo te streven naar een gecoördineerde aanpak die meer invloed heeft. De aanwezigheid van prominente figuren zoals Israëlisch buitenlandminister Livni, diverse leden van de Knesset en hoge EU-ambtenaren laat geen twijfel bestaan over het potentiële belang van de “EFI”. Zelfs Israëlisch premier Olmert en voormalig premier Netanyahu steunden de objectieven van de organisatie door middel van videotoespraken, vertoond op de openingsplechtigheid.

Belgische vrienden

Samen met 11 andere landen is ook voor België een plaatsje weggelegd in de stuurgroep van de “EFI”. Europarlementslid en voormalig Belgisch staatssecretaris voor Europese Zaken Frédérique Ries (MR) is namelijk vice-voorzitter. Andere leden zijn Stef Goris (VLD), Claude Marinower (VLD), Paul Wille (VLD), Margriet Hermans (VLD) en ex-VLD’er, nu VLOTT, Hugo Coveliers. De Belgische liberalen lopen duidelijk het hoogst op met het initiatief.

De timing voor de oprichting van de “EFI”, september 2006, was niet toevallig. De oprichting volgde net na het Israëlisch-Libanees conflict. Op dat moment stond de relatie tussen Israël en de EU enigszins onder druk en de leden vonden immers dat Israël in dit conflict een duidelijk standpunt tegen terrorisme innam. Verder zag je de Europese inmenging in de regio op dit moment toenemen, ondermeer via de vredesmacht UNFIL in Zuid-Libanon. Hierin vonden de “EFI” een extra reden om de relatie te optimaliseren.

Doelstellingen en werkwijze

De “European Friends of Israel” willen actief de ‘demoniesering’ van Israël in de Europese politiek en media tegengaan. Ze vinden dat Israël, als enige democratie te midden van vijandige dictaturen in het Midden-Oosten, een betere relatie en meer steun verdient. De strijd tussen democratie en totalitaire regimes is het centrale idee van de organisatie. Israël speelt immers een voortrekkersrol in deze strijd, net zoals dat het geval is in de strijd tegen het internationale terrorisme dat ons allen bedreigt, aldus de “EFI”.

Hökmark stelt dat de verenigde parlementsleden zich ervan bewust zijn dat ook Israël niet van alle smetten vrij is. Dit argument vinden ze echter verwaarloosbaar in verhouding tot de ‘schuld’ die andere actoren hebben aan het aanslepende geweld in het Midden-Oosten. De voorzitter vindt het vervolgens frappant dat zij hun standpunten moeten verantwoorden terwijl dat eigenlijk de taak is van diegenen die de “vijanden van de democratie” steunen. Ondanks deze stelling wil de vereniging duidelijk stellen dat zij zich niet richten tegen Arabieren of Palestijnen. Wel nemen ze een duidelijk standpunt in tegen antisemitisme en haat. Meer algemeen staan ze voor vrijheid, democratie en mensenrechten.

Concreet streven de “Israëlische vrienden” naar een wijziging van de politieke agenda van de Europese Unie. Een beter evenwicht in media en politiek moet bijdragen aan een beter imago van Israël in Europa. Middelen hiervoor zijn een website, een nieuwsbrief, conferenties en parlementaire missies naar Israël. Het is de taak van de leden om deze positieve boodschap uit te dragen naar hun collega-parlementsleden op Europees en nationaal niveau en naar de publieke opinie.

Naast het politieke niveau wil de organisatie de band met Israël ook op cultureel en economisch vlak aantrekken, hoewel deze al zeer nauw zijn. De EU, met België als uitschieter, is de belangrijkste economische partner van Israël.

Verschillende bronnen vergelijken de “EFI” met de zeer invloedrijke Amerikaanse pro-Israël lobby AIPAC (American Israel Public Affairs Committee). Toch wenst directeur Dombret het niet zo ver te drijven. Op politiek niveau is het immers niet de bedoeling te concurreren met de bevoorrechte relatie tussen de VS en Israël. Wel willen we streven naar één Europese politieke stem, die ook beter kan meewerken aan een vredesoplossing voor de regio. Je kan je natuurlijk de vraag stellen hoe een organisatie, die de kant van de bezetter kiest, kan bijdragen tot een duurzame oplossing.

Democratisch Israël?

Door te stellen dat de “Vrienden van Israël” het land willen steunen omdat het de democratische waarden verdedigt in de regio, lijkt het alsof de omringende landen zich tegen Israël keren net omdat het democratisch is. Nochtans is het verzet, vooral van de Palestijnen, gericht tegen Israëls bezettingspolitiek en niet tegen de (zogezegde) democratie. Verder is het Israël dat het internationale recht niet toepast, de conventie van Genève niet naleeft en verschillende VN-resoluties naast zich neerlegt.

De EU wil de banden aantrekken met het “democratische bastion” in het Midden-Oosten. Deze uitspraak laat uitschijnen dat niemand aan de democratische waarden van Israël twijfelt. Er zijn echter tal van argumenten die het democratische gehalte van Israël in vraag stellen. Je kan natuurlijk discussiëren over de precieze betekenis van democratie, maar volgens de gangbare Europese (en Amerikaanse) betekenis schiet Israël tekort op een aantal fundamentele vlakken. Een democratische staat wordt verondersteld een grondwet te bezitten waaruit de legitimiteit van het land blijkt. Afgebakende grenzen, die de internationale gemeenschap erkent, zijn noodzakelijk. Verder moet je de gelijke behandeling van je burgers, essentieel voor een democratisch regime, nastreven en kunnen aantonen.

In tegenstelling tot de Palestijnen, beschikt Israël niet over een grondwet. Dit was geen bewuste keuze, zoals blijkt uit de onafhankelijkheidsverklaring uit 1948. Het illustreert de onverzoenbare seculiere en religieuze krachten in Israël. De joodse staat heeft geen geaccepteerde legitieme grenzen. De enige officiële ‘vastlegging’ hiervan dateert van 1948, in VN-resolutie 181. Sinds 1967 echter overschrijdt Israël ver de grenzen zoals vastgelegd door de Verenigde Naties. Ondanks vele resoluties die Israël vragen zich terug te trekken tot de grenzen van voor de oorlog in ’67 behoudt het land de Palestijnse gebieden illegaal. Personen die onder deze bezetting leven, worden bovendien niet als burgers van Israël beschouwd. Het zijn geen Israëlische burgers, maar ook geen Palestijnse aangezien er nog steeds geen Palestijnse staat bestaat. Deze personen zijn bijgevolg staatloos en zonder rechten.

Israël omschrijft zichzelf zowel als een joodse als een democratische staat, met gelijke rechten voor al haar burgers. Dit is een interne paradox. Een democratie die alleen voor een selecte groep bestaat, voor de joden in dit geval, is immers geen democratie. Burgerrechten worden enkel aan de dominante joodse groep verzekerd. Een democratische staat zoals wij die kennen claimt gelijkheid voor alle burgers in haar grenzen. Israël discrimineert op basis van religie. De bevoordeling van de joodse gemeenschap is het duidelijkst zichtbaar in de wetten over immigratie en het gebruik van staatsland. Joden van over de hele wereld kunnen naar Israël migreren alleen op basis van hun jood-zijn. Niet-joden die oorspronkelijk in het gebied woonden en er omwille van oorlogsomstandigheden weg moesten, kunnen dit burgerschap niet claimen. Discriminatie in een etnische staat als Israël is dus niet alleen sociaal. Het is verankerd in de administratie, het bestuur en het wettelijke rechtssysteem. Inwoners verwerven rechten op basis van etniciteit terwijl burgerschap het uitgangspunt hiervoor zou moeten zijn. Veel rechten komen bijvoorbeeld voort uit de militaire dienst, die verboden is voor Palestijnen. Israël belast joden anders dan Palestijnen en de voornamelijk Arabische buurten in Israël krijgen opmerkelijk minder steun. Door verscheidene mechanismen worden Israëlische Arabieren, die 20% uitmaken van de bevolking, bijna niet vertegenwoordigd in het officiële bestuur.

Tenslotte is ook de intensieve militaire controle moeilijk te rijmen met een democratie. In een democratisch land wordt met illegaliteit afgerekend in het gerechtshof en niet door een leger met bulldozers. De lijst van misbruiken en ongelijkheden die mensenrechtenorganisaties vastlegden in talloze rapporten is het meest in het oog springende voorbeeld van non-democratie.


LINKS:

intal DOOR:

Deel dit artikel