Het verschil tussen Chinese en Europese vrijwilligers

Niemand wil een Chinese vrijwilliger zijn. Een Europese dan? Dat kan eenvoudig met European Voluntary Service (EVS). Koppelteken vond drie betrokken en nieuwsgierige EVS-ers die een lofzang op het internationaal vrijwilligerswerk houden. Wat doen we hier eigenlijk nog in België?



Française Aude heeft haar hart verloren in Brussel

Aude: ‘Ik was directie-assistente in een Frans import-exportbedrijf. Ik werd er zeer goed betaald, maar voelde me toch niet zo goed bij dat leventje. Ik dacht: ik doe mijn werk, verdien er veel mee en toch ben ik niet echt nuttig voor anderen. Dus besloot ik om alles om te gooien. Ik wilde werk doen waarvoor ik niet zou worden betaald, maar waardoor ik iets kon betekenen voor de mensen.’

'Ik las over EVS en nam contact op met een organisatie in Nantes, die me meer vertelde over de verschillende plekken waar ik heen zou kunnen. Ik studeerde communicatie, maar wilde meer met journalistiek, media en cinema gaan werken. Daarom diende ik in januari een aanvraag in om bij Indymedia/Get Basic te komen werken. Daar was ik onmiddellijk welkom, dus ben ik sinds september 2008 in Brussel. Ik leer veel bij Indymedia, meer dan ik op een filmschool zou kunnen. Mijn mentor brengt me heel veel bij. Ik filmde onlangs Een man die dakloos was en daarna een kunstgalerij opende. Dat is geen verzameling korte shots, maar eerder een portret. Momenteel word ik volledig opgeslorpt door de montage van die beelden. Ik weet zeker dat ik in deze richting verder wil.’

‘Ik hou van Brussel, dat zo kosmopolitisch is. Ik kreeg de kans nog niet om de rest van België te leren kennen. Het land is zo klein en toch zo complex, met haar twee talen en verschillende bevolkingsgroepen... Het is zo anders dan Frankrijk. Ik zou hier ondertussen graag komen wonen. Mensen kijken wel eens vreemd op als ik hen benader als journalist, vooral omdat ze merken dat ik niet uit Brussel kom. Ik begrijp dat wel en zie het vooral als een uitdaging. Ik doe dit werk graag en ik ga ervoor!’


Nora zette zich in voor kinderrechten in Algerije
Nora: ‘Voor mij begon het verhaal ongeveer twee jaar geleden, toen ik tijdens mijn studies ortho-pedagogie Erasmusstage liep bij een jeugdwerking in Barcelona. Dat was zo leuk dat ik meer internationale ervaring wou opdoen. Ik ging googelen en mijn keuze viel op Algerije, vooral omdat ik Algiers wilde leren kennen. Vrijwilligerswerk was nieuw voor mij. Omdat ik een manier moest vinden om dit avontuur betaalbaar te houden, passeerde ik bij Jint.’

‘Ik vertrok voor zes maanden. Voor ik het besefte, mocht ik alweer terugkeren! Mijn eerste ervaringen waren nochtans niet zo fijn: de organisatie waar ik bij werkte, kwam de afspraken totaal niet na. Ik ben dus op zoek gegaan naar een andere. Zo kwam ik bij Nada, een organisatie die zich inzet om kinderrechten bekender te maken en te verdedigen. Via projecten, campagnes en een telefoonlijn bereikt Nada haar doelgroep, kinderen van 0 tot 18. Nada richt zich ook op tienermoeders, die het in een moslimland als Algerije, waar seks een taboe is, vaak heel moeilijk hebben. Een verboden vrucht trekt natuurlijk aan. Als meisjes zwanger worden, worden ze dikwijls door hun familie verstoten.’

‘In Algerije was ons project grootschalig en uniek. Bij Nada legde ik vooral contacten met andere ngo’s en probeerde ik onze projecten af te stemmen op hun werking, en omgekeerd. Ik kwam niet vaak in contact met de kinderen voor wie we ons inzetten. Ik zag hen enkel op activiteiten of hoorde hen over de telefoon.’
‘Algerije heeft me verbaasd door zijn verscheidenheid. Als kind was ik er een paar keer geweest met mijn ouders, die er geboren zijn. Aan de buitenkant is het een stereotiep moslimland, maar als je er langer blijft dan een doorsnee toerist, zie je dat het heel anders is. Al mijn ervaringen daar, zelfs de mindere, waren zeer mooi.’

‘Door mijn vrijwilligerswerk heb ik veel geleerd, ook persoonlijk. Waar ik in België zou terugvallen op familie en vrienden, moest ik in Algerije mijn plan trekken. Ik wil graag in het jeugdwerk aan de slag en daarvoor waren deze zes maanden zeker een verrijking. Eigenlijk was mijn tijd in Algerije te kort! Ik raad iedereen aan om dit te doen.’



Marie stuurde er vrijwilligers op uit in Kroatië

Marie: ‘Ik ging voor zes maanden naar Kroatië, het land waar ik na een projectkamp verliefd op werd. Als vrijwilliger had ik tot dan toe enkel kleine dingen gedaan, zoals helpen op een festival of het filmfestival van Gent, … Na mijn studies textielontwerp en theaterwetenschappen koos ik voor de culturele sector. Omdat daar ervaring vereist is, besloot ik om internationaal vrijwilligerswerk te gaan doen, ondersteund door VIA. Ik wilde ook mijn talen en organisatorische vaardigheden bijschaven. Die laatste waren een ramp (lacht).’

'Ik heb vooral in Zagreb gewoond en gewerkt, omdat het hoofdkantoor van WCZ, een partnerorganisatie van VIA, zich daar bevond. Ik was er meestal bezig met databases (lacht). Ik zond er ook mensen naar het buitenland om vrijwilligerswerk te doen. Een Italiaanse collega, op zijn beurt, onthaalde de nieuwe vrijwilligers die naar Kroatië kwamen.’

‘Ik heb ook twee projecten met internationale vrijwilligers begeleid. Het werk is belangrijk, maar het leukste is dat je met mensen uit verschillende culturen communiceert. Ik heb er mensen leren kennen van verschillende nationaliteiten. Die diversiteit is iets heel mooi.
Tijdens een eerste project heb ik muren gebouwd in de bergen, zodat twee beertjes uit de zoo terug in het wild konden worden uitgezet. Een tweede project werd georganiseerd in het dorpje Gvozd, vlak bij de Bosnische grens. Daar wonen veel Kroatische en Servische oorlogsvluchtelingen. Zij hebben het niet gemakkelijk. Bovendien moet er veel worden heropgebouwd. Wijzelf hebben er met vijf internationale vrijwilligers workshops georganiseerd voor kinderen tussen vijf en vijftien. Wij waren zowat hun helden. Ik heb echt een toffe band met hen opgebouwd.’

‘De eerste drie maanden moest ik nog mijn weg zoeken en heb ik me dikwijls afgevraagd waar ik mee bezig was. Je laat veel luxe achter. Ik heb door deze ervaring vooral leren relativeren. Wij hebben het echt wel goed. Anderzijds zag ik ook dat het anders kan: waar wij twee agenda’s naast elkaar leggen om af te spreken, maken zij tijd vrij voor elkaar. Ik ben ook zelfstandiger geworden en heb geleerd om iets te vragen als ik het zelf niet weet of kan. En ik ben meer politiek geëngageerd geworden, ging meer lezen en raakte actiever betrokken bij hoe alles loopt. Kortom, ik heb een superervaring achter de rug.’


Wil je zelf vertrekken?
Jint en VIA kunnen je allebei op weg helpen. Ze hebben een wijd netwerk aan partnerorganisaties waar je heen kan gaan om als vrijwilliger te werken. Je kan met het EVS-programma tussen twee en twaalf maanden naar het buitenland gaan. Je motiveert je beslissing en volgt een training voor je kan vertrekken. Je reis en een aantal onkosten worden gedekt door het programma. Maar bovenal: je houdt er een prachtige ervaring aan over.

www.jint.be -- www.viavzw.be



--- Shany Goemaere is freelance journalist en Globelink-vrijwilliger

Je kan dit artikel nalezen in nummer 36 van het Globelink-tijdschrift Koppelteken

Deel dit artikel