Het VN-wapenhandelverdrag krijgt vorm

 

Sinds 25 september 2014 prijken meer dan 50 handtekeningen onder het VN-wapenhandelverdrag (Arms Trade Treaty). Nu de kaap van 50 ratificerende lidstaten werd bereikt, kan het verdrag in werking treden over 90 dagen, op 24 december 2014. Handicap International is bijzonder blij dat de wapenhandel eindelijk aan banden wordt gelegd.

Marion Libertucci, advocacy-verantwoordelijke bij Handicap International, licht deze belangrijke stap op weg naar de controle op wapenhandel toe en benadrukt dat de lidstaten verantwoordelijk zijn voor het nakomen van hun verbintenissen.



Welke gevolgen heeft een 50ste goedkeuring van dit verdrag?
Het wapenhandelverdrag treedt in werking zodra het door 50 staten wordt geratificeerd. Vanaf dan wordt het een juridisch bindend document. Zodra die kaap is bereikt, moeten de lidstaten op basis van specifieke criteria maatregelen treffen die de controle op de handel van conventionele wapens mogelijk maakt. Elke lidstaat moet de nodige controlemechanismen voorzien voor de uitvoer van wapens. Zo mogen landen geen wapens uitvoeren als die tegen burgers of hun bezittingen gebruikt zouden kunnen worden. Bovendien moeten landen vóór de transactie nagaan of de wapens gebruikt kunnen worden om een internationaal embargo te omzeilen, een genocide te plegen of een andere ernstige schending van de mensenrechten te begaan. De wapens mogen ook in geen geval in handen vallen van terroristische of criminele organisaties.


Wat is de meerwaarde van dit verdrag ten opzichte van de andere verdragen over wapens?

Portret van Marion Libertucci

Het gaat hier om een commercieel akkoord. Conventionele wapens zijn goed voor een markt ter waarde van 80 miljard dollar per jaar. Het verdrag werd in amper iets meer dan een jaar tijd door 50 staten goedgekeurd. Dat is een bewijs van het engagement van de internationale gemeenschap rond dit onderwerp.

Zodra het verdrag in werking is getreden, kunnen we nagaan hoe de lidstaten te werk gaan om de nodige maatregelen door te voeren en of ze het verdrag op een transparante manier naleven. Er zijn echter nog heel wat vragen die onbeantwoord blijven, bijvoorbeeld wat de nationale controlemechanismen betreft. Het verdrag staat echt nog in de kinderschoenen.


Vreest u niet dat er, gezien de huidige context, een heropleving van de wapenhandel zal ontstaan en dat we het verdrag dan ook moeilijk kunnen laten gelden?

We kunnen dat argument ook omdraaien. Het is namelijk in de huidige context, waar conflicten uit de hand lopen en zich dreigen uit te breiden naar andere delen van de wereld, met name in het Midden-Oosten, dat een dergelijke tekst van cruciaal belang is. Een internationale norm die de wapentransfers moet beheren, kan immers voorkomen dat er olie op het vuur wordt gegooid en dat er meer burgerslachtoffers vallen.


Maar ligt het grootste probleem niet precies bij de illegale wapenhandel die vandaag aan onze controle ontsnapt? Denk bijvoorbeeld aan Libië.

Het is een sterk verdrag, in die zin dat het een screening van de kopers van wapens oplegt en dat er, bij het nemen van de beslissing of er al dan niet mag worden uitgevoerd, rekening moet worden gehouden met het risico dat de regering de wapens naar een andere gebruiker 'versluist'. In de meeste gevallen, zoals in Libië en Mali, zijn de wapens van gewapende groeperingen bijvoorbeeld afkomstig uit de legale wapenhandel. In Libië werden ze door de regering aangekocht en tegen de Libische bevolking gebruikt, waarna ze in handen vielen van verschillende militie-eenheden. Het verdrag moet dergelijke situaties nu voorkomen.


Legt het verdrag ook sancties op wanneer het niet wordt nageleefd?

Neen, en dat is wel een probleem. Daar is voor de burgergemeenschap een cruciale rol weggelegd. Het is aan de gemeenschap om toe te zien op de naleving van het verdrag, net als bij mijnen en clusterbommen, en om nalatigheden te melden. 

 

Achtergrond

Op 25 september 2014 voegden Argentinië, de Bahama's, de Tsjechische Republiek, Portugal, Saint Lucia, Senegal en Uruguay zich bij de 45 lidstaten die het verdrag eerder al goedkeurden. Ze dienden hun goedkeuring in bij de hoofdzetel van de Verenigde Naties in New York. Diezelfde dag nog ondertekenden ook Georgië en Namibië het document.

Het VN-wapenhandelverdrag moet de internationale handel van conventionele wapens aan banden leggen. De tekst werd op 2 april 2013 door 154 lidstaten goedgekeurd tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties en stelt dat een land geen conventionele wapens naar een ander land mag uitvoeren wanneer ze daar gebruikt zouden kunnen worden om een genocide, oorlogsmisdaden of misdaden tegen de mensheid te plegen.

Foto: Marion Libertucci © J. Bobin / Handicap International


BRON:
Handicap International

Deel dit artikel