In de wandelgangen werken aan een historisch verdrag

Stanislav Brabant

(c) mary Wareham - Stanislav Brabant, links op de foto

Stanislas Brabant is verantwoordelijk voor het lobbywerk bij Handicap International. Hij vertelt ons over het proces dat geleid heeft tot de ondertekening van het verdrag dat clustermunitie verbiedt.

Na jaren lobbywerk van Handicap International komt er een verbod op clustermunitie. Welk gevoel geeft dat?
Ik ben ontzettend blij. We werken sinds 2005 voltijds voor een verbod en de laatste twee jaren kwam het hele proces in een enorme stroomversnelling terecht. Daardoor kwam er ook veel druk van de Verenigde Staten en andere grootmachten om het verdrag af te zwakken. Toch hebben we een zeer sterke verdragstekst verkregen.

Het Verdrag in Oslo is een historische stap. Kunnen we dit vergelijken met het Verdrag van Ottawa dat sinds elf jaar landmijnen verbiedt?
Ik werkte mee aan die eerste grote strijd van Handicap International, het verbod op landmijnen. Handicap International werd voor die inzet ook bekroond als mede-laureaat van de Nobelprijs voor de Vrede. Het verdrag was baanbrekend omdat het wapen volledig verboden werd. Ottawa was dan ook een speciaal moment. Toen we voor het eerst opriepen tot een verbod op clustermunitie dachten veel mensen dat we gek waren. Grootmachten hebben immers miljarden stuks submunitie in voorraad en het is heel duur om die te vernietigen. Toch is er nu een sterk verdrag.

Kunnen we het verbod op clustermunitie dan zien als een aanvulling op het verbod op landmijnen?
Inderdaad, we stellen vast dat niet-ontplofte clustermunitie net zoals landmijnen burgers verminkt en heel lang na het conflict een gevaar blijft vormen. Clustermunitie viel buiten het Verdrag van Ottawa maar zal nu op dezelfde manier verboden worden. Daarenboven bevat het nieuwe verdrag tot nu toe ongeziene voorzieningen voor de steun aan slachtoffers. Dit is cruciaal voor iedereen die door deze wapens getroffen werd.

Wat doet Handicap International voor de slachtoffers?
De organisatie helpt slachtoffers van landmijnen, clustermunitie en andere niet ontplofte oorlogstuigen via revalidatieprojecten. We zorgen daarbij niet enkel voor een prothese maar geven ook socio-economische begeleiding en steun bij het zoeken naar werk. We hebben daarnaast ook projecten om gegevens te verzamelen over het aantal slachtoffers en het type munitie dat hen trof. Het probleem in kaart brengen is cruciaal om er iets aan te kunnen doen.

Wat deed Handicap International dan precies tijdens die diplomatieke conferenties?

Het lobbywerk is een samenspel tussen ons onderzoek, het werk met de media en vele gesprekken in de wandelgangen. Het belangrijkste was dat wij slachtoffers van clustermunitie zelf aan het woord hebben kunnen laten. Branislav uit Belgrado bijvoorbeeld, verloor beide armen door clustermunitie. Hij sprak in Dublin als eerste een zaal vol diplomaten toe. Het werd nadien heel heel stil.

Belgiƫ verbood als eerste land clustermunitie. Zijn wij de beste leerling?

Ja en nee. In februari 2006 verbood het Belgisch parlement als eerste ter wereld clustermunitie en dit zorgde zeker voor een domino-effect. Dit effect werd versterkt door de internationale verontwaardiging na het grootschalige gebruik van clusterbommen door Israƫl in de zomer van 2006. Helaas is de Belgische diplomatie het parlement niet meteen gevolgd en was het -zoals gezegd- Noorwegen die het initiatief nam voor een internationaal verbod.

Wat gaan jullie doen nu het Verdrag er is?
We mogen niet vergeten dat het echte werk nu pas begint. Het verdrag blijft dode letter zonder organisaties zoals Handicap International die het actief opvolgen. We zullen daarom de regeringen aansporen om er werk van te maken. Handicap International zal elk jaar cijfers uitbrengen over nieuwe slachtoffers en meteen aan de alarmbel trekken als het verdrag met voeten getreden wordt.



BRON:
Handicap International

Deel dit artikel