Internationaal vrouwentribunaal tegen het patriarchaal geweld van het neoliberalisme

In dit tribunaal brengen verschillende vrouwen hun getuigenis voor een internationale jury.

WSF, Caracas, 27 januari 2006

Als eerste vertelt Rosa uit El Salvador over de extreem zware omstandigheden waarin de arbeiders, overwegend vrouwen, in haar bedrijf moeten werken. Als het werk niet op tijd klaar is, worden lijfstraffen toegepast. Naar het toilet gaan mogen ze niet. Ze moeten soms uren de straat vegen in de verzengende zon. Als je ziek bent en je komt niet werken, ben je onmiddellijk je job kwijt. Op zekere dag werden 500 vrouwen zonder enige verwittiging op straat gezet. Dit deed voor Rosa de deur dicht. Ze startte een kleine vakbond. De bedrijfstop wilde echter nooit met haar onderhandelen omdat ze een vrouw is. Nog een tijd later sloot plots het bedrijf. Alle werknemers stonden op straat. Met haar vakbond heeft Rosa kunnen achterhalen dat het bedrijf ondertussen weer is opgestart, maar onder een andere naam. In El Salvador zijn er geen wetten die arbeiders beschermen. Zeker niet als deze arbeiders vrouwen zijn.

Vervolgens neemt een jonge Amerikaanse vrouw het woord. Zij behoort tot een vrouwenorganisatie die opkomt voor vrede, 'Code Pink: women for peace'. Ze klaagt haar regering aan voor de enorme fysische psychische schade die ze heeft toegebracht aan haar eigen soldaten en aan de Irakese bevolking. Ze vertelt het verhaal van een jonge Amerikaanse soldaat die na zijn terugkeer uit Irak zijn 19-jarige vrouw met ettelijke messteken afmaakte. Ze heeft het ook over de extreme kost van de oorlog in Irak: 2 miljard dollar per dag! Als je bedenkt dat de VS 35 miljoen armen telt, waarom gebruikt de regering dit geld dat niet om problemen in eigen land op te lossen? Met de enorme som besteed aan de Irak-oorlog zou je dagelijks de schoolkosten van 20.000 jongeren kunnen betalen, of gezondheidszorg voor 300.000 kinderen.

Nadien vertelt een Palestijnse vrouw, afkomstig uit het vluchtelingenkamp van Shatillah, in Libanon, over de harde dagelijkse realiteit daar. Nog steeds telt Libanon 400.000 Palestijnse vluchtelingen. Zij worden echter niet erkend. Dit maakt dat zij zich niet mogen verplaatsen buiten het kamp. Soms met dramatische gevolgen. Verschillende zwangere vrouwen hebben hun kind verloren omdat ze aan de checkpoints niet doorgelaten werden voor verdere medische begeleiding in het ziekenhuis.

Gloria La Riva, van de Amerikaanse organisatie A.N.S.W.E.R. (Act Now to Stop War and End Racism), vraagt zich af hoe het mogelijk is, ondanks het wereldwijde verzet, dat haar land toch een oorlog is kunnen beginnen tegen Irak. Ze wijt het aan de ontembare zucht naar macht en geld. Ze zullen nooit genoeg hebben, zegt ze. Door een politiek van economische onderdrukking en militarisme wil de regering haar imperium steeds verder uitbouwen. Omwille van de strategische rol die Irak zou kunnen spelen tegen het VS-imperialisme en omwille van de olie, hebben de VS troepen gestuurd. De wereld werd wijsgemaakt dat Irak over massavernietigingswapens beschikte. Zo trachtten de VS de 'wapeninspecties' in Irak te rechtvaardigen. Eigenlijk wist de VS-regering al ten tijde van de inspecties dat ze Irak zouden binnenvallen. De oorlog begon eigenlijk al veel vroeger, gaat Gloria verder. Al jaren werd Irak onder de knoet gehouden door economische sancties, opgelegd door de VS-regering. Ten gevolge van deze blokkade was er een groot tekort aan voedsel en medicijnen. Dagelijks stierven 500 Irakese kinderen. Vóór de VS-inmenging in Irak was er geen sprake van ondervoeding en ging 98% van de kinderen naar school. Ondertussen is ondervoeding een groot probleem geworden en gaat nog slechts 48% van de kinderen naar school.

Ook de Amerikaanse bevolking is slachtoffer van de hebzucht en de imperialistische politiek van de eigen regering, gaat Gloria verder. Momenteel hebben 4 miljoen VS-burgers geen toegang tot medische hulp, enkel en alleen omdat ze het niet kunnen betalen. De voorbije twee jaar werd in totaal aan 80 miljoen mensen het recht op gezondheidszorg ontzegd. Of neem de ramp met de orkaan Katrina. Pas op de zesde dag werd een reddingsactie begonnen. Veel dappere mensen zetten zelf reddinsacties op touw. Gloria vertelt hoe vier jonge Afro-Amerikanen op één dag tijd met hun luchtmatras 300 mensen redden. Maar de media besliste om de overwegend Afro-Amerikaanse bevolking van New-Orleans af te schilderen als een gewelddadig en plunderend ras. Ook nu nog onderneemt de regering Bush geen stappen om te zorgen voor huisvesting voor de getroffen gezinnen. Maar ze heeft wél plannen om van New Orleans een soort Disneyland te maken, zónder Afro-Amerikanen.

Gelukkig worden steeds meer Amerikanen zich bewust van de werkelijke politiek van hun overheid. Het verzet groeit. Zo hebben in het najaar van 2005 300.000 mensen afkomstig uit alle 50 staten van de VS het Witte Huis gedurende 7 uur omsingeld kunnen houden.

 

intal DOOR:

Deel dit artikel