Jeruzalem: 'een langzame etnische zuivering'

Sinds Israël Oost-Jeruzalem in 1967 bezette, ontwikkelde de bezettingsmacht een beleid om de Palestijnse inwoners uit de stad te verdrijven. Dat beleid is gebaseerd op discriminatie en repressie. Door nieuwe Israëlische wetten of 'creatieve' interpretaties van de bestaande komen de 'verblijfsrechten' van Palestijnen onder steeds grotere druk te staan.

"We zijn geen gasten in Jeruzalem"

Voor Mahmoud Qaraeen is de opheffing van het verblijfsrecht van Palestijnse inwoners van het bezette Oost-Jeruzalem door de Israëlische overheid meer dan een problematisch beleid: het is een concrete bedreiging die een impact heeft op zijn mogelijkheden om te studeren, te werken of zelf gewoon naar het buitenland te reizen.

Qaraeen is een veldmedewerker van het project "Human Rights in East Jerusalem" van de Association for Civil Rights in Israel (ACRI). Samen met ACRI en Hamoked (het Centrum ter Verdediging van het Individu) diende hij op 7 april een verzoekschrift in bij het Israëlische hooggerechtshof. Het verzoekschrift eist dat de huidige praktijk om het verblijfsrecht in te trekken wordt aangepast, zodat de rechten van Palestijnen in Oost-Jeruzalem en in de bezette Syrische Golanhoogvlakte worden verzekerd. "We moeten worden behandeld als de autochtone bevolking. We zijn geen gasten. We zijn hier geboren en we moeten de stad kunnen verlaten en terugkomen wanneer we willen", zo vertelt Qaraeen.

In een persbericht schreef Hamoked dat het verzoekschrift het gerechtshof vraagt om vast te leggen dat "permanente verblijfsvergunningen niet kunnen verstrijken voor de inwoners van Oost-Jeruzalem, voor wie dit land hun thuis is, zelfs niet na een langere periode van afwezigheid of na het verkrijgen van een rechtspositie in een ander land."

Sinds Israël in 1967 Oost-Jeruzalem onwettig bezette en later het gebied annexeerde, zijn naar schatting 14.000 identiteitskaarten van Palestijnen uit Jeruzalem ingetrokken, waardoor ze hun verblijfsvergunning verloren.

"De nadruk van het verzoekschrift ligt op de 'Entry into Israel'-wet", vertelt Noa Diamond, woordvoerder van Hamoked. Artikel 11a van die wet, ingevoerd in 1974, bepaalt dat "wordt aangenomen dat een persoon Israël heeft verlaten en zich heeft gevestigd in een vreemd land, als die persoon minstens zeven jaar buiten Israël heeft gewoond, een permanente verblijfplaats heeft in een vreemd land of als die persoon het burgerschap heeft verkregen van een ander land door naturalisatie."

"Wat we met het verzoekschrift willen benadrukken is dat er een fundamenteel probleem is wanneer deze wet wordt toegepast op mensen die hier zijn geboren en hier altijd hebben gewoond", zo legt Diamond uit. "We hebben het hier over een gebied dat door Israël werd geannexeerd in 1967. We hebben het niet over immigranten die een aanvraag indienden om een rechtsstatuut te krijgen in Israël, maar over de autochtone bevolking die hier al langere tijd woonde."





BRON:
Intal
intal DOOR:

Deel dit artikel