Kruitvat Sri Lanka

2008 zou wel eens een erg bloedig jaar kunnen worden in Sri Lanka. Zowel de regeringstroepen als de opstandige Tamiltijgers groeperen zich aan het front en waarnemers vrezen een bloedige escalatie.


Sinds december 2005 lopen schermutselingen en gevechten tussen regeringskrachten en de Vrijheidstijgers van Tamil Eelam steeds vaker uit de hand, het staakt-het-vuren dat in 2002 met hulp van Noorwegen was getekend ten spijt. Meer dan 4500 mensen, vooral burgers, zijn intussen omgekomen en honderdduizenden zijn gevlucht.

“Er is zwaar artillerievuur en beide kampen lijken zich voor te bereiden op iets groots”, zegt Y. Ariyarathnam vanaf het noordelijk gelegen schiereiland van Jaffna waar de Tamilminderheid van Sri Lanka is geconcentreerd.

Op 27 november bevestigde de de leider van de Tijgers, Vellupillai Prabhakaran, dat er zonder geweld geen oplossing zou komen voor het tientallen jaren oude etnische conflict. Het regeringsleger gelooft echter dat de Tamils met hun rug tegen de muur staan nu ze de controle over het oosten van het eiland kwijt zijn en een paar hoge leiders hebben verloren, en heeft gezworen door te gaan met militaire operaties.

Het antwoord van de Tamiltijgers bestaat uit luchtaanvallen en zelfmoordaanslagen op de hoofdstad Colombo. President Mahinda Rajapakse heeft gewaarschuwd dat hij actie moet ondernemen. “Een of twee aanvallen, we hebben geen keus. Er is een grens aan ons geduld.”

“Dat zeggen alle Sri Lankaanse regeringen. Laat ze maar komen, we zijn er klaar voor”, zegt woordvoerder Rasiah Illanthariyan van de Tijgers. Beide partijen hebben troepen verzameld langs de frontlinie en deskundigen vrezen voor lange en bloedige gevechten.

Internationale waarnemers

Sri Lanka is een kruitvat geworden. “Een grote militaire overwinning of een bomaanslag zal leiden tot volledige burgeroorlog”, zegt Rukshan Fernando van de Stichting Recht en Maatschappij in Colombo. Wat Rajapakse nog tegenhoudt, is internationale kritiek op zijn mensenrechtenbeleid. Er worden dagelijks vijf mensen vermoord of ontvoerd in Sri Lanka, vooral in het noordelijke Jaffna. Dat is het hoogste aantal ter wereld.

Volgens mensenrechtenorganisaties moeten er dringend internationale waarnemers naar Sri Lanka komen. “De weigering van de regering om waarnemers toe te laten, bij haar eigen soldaten en bij de Tijgers, komt neer op het sanctioneren van het huidige geweld in het land”, zegt de gerespecteerde Aziatische Mensenrechtencommissie in een verklaring.

“Het noorden wordt belegerd. Hele gebieden zijn afgesloten en staan onder militaire controle”, zegt Mano Ganesan, hoofd van de Civiele Monitoringcommissie waar oppositieleden en mensenrechtenactivisten deel van uitmaken. Hij pleit voor internationale interventie in een conflict dat stuurloos dreigt te raken.

Ook hulpverleners zijn steeds vaker doelwit. Sinds begin 2006 zijn er 34 vermoord. De laatste was een vrijwilliger van het Sri Lanka Rode Kruis, twee weken geleden in Jaffna.

BRON:
http://www.ipsnews.be

IPS DOOR:

Deel dit artikel